De nieuwe man bij Vestia heeft geen villa op Bonaire

Gerard Erents moet een oplossing vinden voor het miljardentekort bij Vestia. Portret van een Amsterdamse jongen die aanschuift bij ministers en zakenbanken.

Interim-directeur Gerard Erents van Vestia is „een aardige vent, maar hij wil winnen”. Foto HH

Gerard Erents leunde een beetje achterover tijdens de onderhandelingen. Vestia is zo goed als failliet, zei de interim-directeur afgelopen dinsdag tegen de drie vakbondsbestuurders in zijn kantoor. De woningcorporatie kon de zeker honderd personeelsleden die weg moeten geen royale ontslagvergoeding geven, zei Erents. „Hij zat er als curator, niet als werkgever”, beschrijft Emanuel Geurts van vakbond De Unie.

De angel zat – naast geld – in de schuldvraag. De bonden eisten dat Vestia naar buiten toe verantwoordelijkheid toonde voor het miljardentekort. Ze vroegen de kantonrechtersformule plus een correctiefactor van 2. Ofwel, volledige verwijtbaarheid van de werkgever.

Een neutrale ontslagvergoeding bestaat uit ‘plus 1’. Maar Erents openingsbod was nog lager: 0,8. Alsof het personeel zelf had gespeculeerd met risicovolle rentecontracten in plaats van de top.

Na een paar schorsingen liep het overleg vast. Erents wilde niet verder gaan dan ‘plus 1’. Niet omdat hij dat niet mocht van zijn commissarissen, maar omdat hij dat niet wílde, gaf hij uiteindelijk toe.

De bonden zagen ruimte. Ze dreigden het sociaal plan met een negatief advies aan hun leden voor te leggen. Zonder ontslagregeling zou Erents de ondernemingsraad van Vestia niet meekrijgen. Die raad heeft hij nodig voor zijn bezuinigingsoperatie. Geurts: „Hij zag ineens meer gedonder dan hij had verwacht.” Zo schudden ze na een lange middag de hand op ‘plus 1,1’.

Wat de bonden achteraf pas hoorden, was dat een faillissement al was afgewend. Enkele uren later sloot Vestia met elf banken een wapenstilstand, zodat er rustig onderhandeld kan worden over de afbouw van de rentecontracten. Geurts: „Dat heeft hij slim gespeeld.”

Gerard Erents (62) is een harde onderhandelaar, zeggen veel mensen die hem kennen. Soms een straatvechter. Maar hij blijft rustig, zakelijk, pragmatisch. Als hij echt boos is, wordt hij rood.

De laatste tijd heeft hij weinig vrienden gemaakt. Banken waren furieus toen hij vorige week het vastgoed van Vestia buiten hun bereik plaatste. Het personeel van Vestia is in grote onzekerheid: een deel wilde een actie beginnen met Pieter Lakeman van stichting SOBI.

Eigenlijk wilde Erents het een paar jaar geleden wat rustiger aan doen. Parttime werken als zelfstandige, wat schoffelen in zijn moestuin in Egmond-Binnen.

Het is er niet van gekomen. Eerst werd hij gevraagd als interim-directeur van Rochdale. Bij deze Amsterdamse corporatie was directeur Hubert Möllenkamp, die een Maserati met chauffeur ter beschikking had, in opspraak geraakt en ontslagen. Nu maakt Erents overuren als ‘financieel geneesheer’ bij Vestia.

„Gerard kan geen nee zeggen”, zegt Koos Parie van het bureau Orka advies, waarbij Erents is aangesloten. „Het is een ondankbare taak bij Vestia”, zegt Jan van der Moolen, directeur van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV).

„Maar hij vindt het wel leuk”, volgens Jim Schuyt, directeur van corporatie De Alliantie.

Het is geen verrassing dat Erents door Vestia werd gevraagd. De corporatiesector is een klein mannenwereldje. Je komt steeds dezelfde namen tegen in verschillende functies. Erents heeft een goede naam, zeker na zijn tijd bij Rochdale.

Het pikante is dat Erents nu optrekt met bijvoorbeeld het WSW. Het waarborgfonds was de afgelopen jaren nalatig in de controle op de rentecontracten van Vestia en keurde jarenlang risicovolle producten van banken goed. Erents kent de organisatie, hij was er tot 2003 directeur.

Ook Erik Staal, de enige bestuurder van Vestia die in februari moest opstappen, kent Erents. „Staal was niet blij toen hij plaats moest maken”, zegt directeur Schuyt. „Maar toen hij hoorde dat Gerard kwam, had hij wel zoiets van: dan is het in goede handen.”

Naast de gevallen ‘zonnekoningen’ in de sector is Erents erg gewoontjes. Hij rijdt geen Maserati, maar een Toyota RAV. Hij heeft geen villa op Bonaire zoals Staal, maar huurt een huisje aan een provinciale weg. Bij banken schuift hij aan zonder stropdas. Hij draagt comfortabele schoenen onder zijn pak.

Vroeger ging hij altijd een weekje fietsen met zijn zwager door Nederland. Tegenwoordig gaat hij ’s winters graag naar de Canarische Eilanden met zijn tweede vrouw Liesanne, die ook zijn administratie doet. Hij zong in Hoorn in een smartlappenkoor. Komt de FIOD langs, dan schenkt Erents koffie.

Erents is een echte Amsterdamse jongen, vertelt vriend Peter de Wolff. „Hij haalt graag een geintje uit, vooral met vrouwen.” Hij groeide op in Oost, eerst in de Dapperbuurt, later in de chiquere Rivierenbuurt. Hij was de oudste van drie kinderen uit een katholiek arbeidersgezin. Zijn vader werkte bij het spoor.

Ze woonden lang in een sociale huurwoning van Rochdale. „Mijn ouders wilden geen kwaad woord over Rochdale horen”, zei Erents daar ooit over in een interview. „Vroeger voerde Rochdale extra onderhoud uit. Als je tien jaar huurde, kreeg je bijvoorbeeld een behangetje of een nieuwe keuken.”

Erents haalde het gymnasium met goede cijfers, maar ging niet naar de universiteit. Hij ging werken bij Klynveld Kraayenhof & Co, een voorloper van KPMG. ’s Avonds en in het weekend volgde hij een opleiding tot registeraccountant.

Hij is slim genoeg voor het bedrijfsleven, maar is altijd gebleven bij de volkshuisvesting. „Het is niet zo dat hij per se in die wereld wil werken, maar hij heeft wel liefde voor de sector”, zegt Arthur Docters van Leeuwen, oud-toezichthouder bij Rochdale. „Je moet een combinatie van ondernemerschap en een sociaal hart hebben.”

CFV-directeur Jan van der Moolen herkent in Erents de „morele verontwaardiging” over Vestia. Toen bleek dat kasbeheerder Marcel de V. werd verdacht van fraude, liet Erents zich even gaan. „Denk aan een Engelse woord dat begint met een f en eindigt met een k.”

Autoriteit zegt Erents niet zoveel, volgens bekenden. Hij praat gemakkelijk met ministers, is wars van het Koningshuis. Politiek zit hij links, maar de PvdA ziet hij als het ergste wat Amsterdam ooit is overkomen. „Gerard is geen meeloper”, zegt Marc Calon, directeur van corporatiekoepel Aedes. „Als twintig mensen zeggen het groen is, kan Gerard zeggen dat het rood is.”

Ook Erents’ manier van werken is eigenlijk heel gewoon. Eerst luistert hij vooral, zegt John van Nimwegen, oud-bestuurder van Rochdale. „Dan analyseert hij en maakt hij een schematisch herstelplan. Dodelijk saai, maar heel effectief.”

Erents wil resultaat. Berucht waren zijn tackles toen hij nog zaalvoetbalde voor het bedrijfsteam van het Nationaal Computer Centrum Woningcorporaties. „Hij heeft de pest aan verliezen”, zegt Johan Meiring, nu directeur. „Wie te dichtbij het doel kwam, ging onderuit. Het is een aardige vent, maar hij wil winnen.”