Brief

Moeilijke tijden voor sportende manwijven

Nrc.next besteedt aandacht aan de ‘opkomst’ van het vrouwenrugby onder de kop ‘Geen potten en zeker geen babes’ (De wereld over, 21 mei). Maar liefst tweederde van de linkerkolom heeft de auteur van het artikel over voor een beschrijving van het voorkomen van vrouwenrugbyers. Nou, het zijn beslist geen uit de kluit gewassen potten, dat moesten we begrijpen. Het deed me denken aan een vergelijkbaar jaren-vijftig stukje in nrc.next een aantal jaren terug, over vrouwenvoetbal, waarin steeds maar boos het woord ‘manwijven’ werd uitgespuugd. Oké, duidelijk: vrouwen moeten binnen het overzichtelijke spectrum van vrouwelijkheid vallen, niet te wild en niet te poezelig, ergens tussen Rihanna en Yvon Jaspers. Zeker als ze zo nodig aan ruwe balspelen moeten doen.

Nadat het stuk uit was, zat ik met een vraag: welke sport kunnen de uit de kluit gewassen potten nu eens gaan beoefenen, als ze kennelijk niet meer welkom zijn op het rugby- of voetbalveld? (Het uit-de-kluit-gewassen-potschap vergt veel onderhoud). Misschien moeten ze gaan kogelstoten, ergens in een verlaten vallei of een verduisterde loods, zodat de burgerman het niet hoeft te zien? Nee - volgens mij kunnen ze beter, in navolging van mevrouw Navratilova, maar weer gaan tennissen.

Daar lopen tenminste de babes rond die óók niet welkom waren bij het rugby.

    • Christine van der Hoff