Arabische tekenaars op Stripdagen

Mag je satire bedrijven in Arabische landen? Tot op zekere hoogte, blijkt op een expositie op de Stripdagen.

De zwartharige heldin draagt een diep gedecolleteerd kort rood jurkje of een singlet met hotpants. Kleding die haar pronte borsten maar half bedekt en goed doet uitkomen. In Nederland kennen we zulke stripvrouwen van onder meer Franka, internationaal van een gamecreatie als Lara Croft. Maar deze vrouw is getekend door de Tunesische Gihèn ben Mahmoud, en de hoofdpersoon van haar avonturenstrip Passion Rouge.

Pagina’s uit die strip zijn te zien op Chouf! Qra! (Kijk! Lees!), de centrale tentoonstelling van de Stripdagen Haarlem komend weekend, die een interessante introductie biedt op strips en cartoons in de Arabische wereld. Er hangt werk van elf tekenaars uit tien landen en die geven een flits van een rijke verscheidenheid: van avonturenstrips tot satirische cartoons en van graphic novels tot islamitische superhelden.

Van Gihèn ben Mahmoud (1981) zijn ook de drie pagina’s te zien die ze maakte voor Folha, de grootste krant van Brazilië, over de Arabische Lente, vol met getekende nieuwsfeiten. In een bijgaand interview zegt ze dat Tunesische vrouwen, die volgens haar een voorbeeldfunctie vervullen in de regio als het gaat om emancipatie, in gevaar zijn. „Islamisten proberen meisjes ervan te overtuigen de chador te dragen.”

Gihèn ben Mahmoud woont in Milaan en er is meer werk te zien van expats zoals zij. Schitterend is de sterk grafische en gestileerde stijl van de Libanese Zeina Abirached (1981), die in Parijs herinneringen aan haar jeugd tijdens de burgeroorlog in Libanon tekende. „Ik herinner me dat de stroom vaak uit viel”, staat er bij een donkere plaat. En: „Ik herinner me Grindayzer”, en dan zie je twee krullenbolletjes voor een televisie met een superheld.

Libanon is een land met veel vrouwelijke tekenaars. In andere landen is het voor hen moeilijk, schrijft Joost Pollmann, directeur van Stripdagen Haarlem in het boekje bij de tentoonstelling. Gihèn verliet Tunesië, omdat ze „sterke vrouwen tekent, die weten wat ze willen”.

Ook in Nederland bevinden zich gevluchte tekenaars. In 1991 ontvluchtte Kifah al Reefi Irak, inmiddels woont hij zeventien jaar in Nederland. Zijn woordloze cartoons zijn bijtende commentaren in satijnzachte kleuren, getekend in een krachtige, heldere lijn. De afgelopen vier jaar tekende hij voor een grote krant in Koeweit.

Op één van zijn cartoons trekt een ezel een tank, op een andere zien we een man met stropdas, wit overhemd en brilletje, een moderne intellectueel, die zijn vingers in zijn oren stopt. De bovenste helft van zijn schedel, waar zijn hersens moeten zitten, is plat: een podium voor een klein mannetje die in microfoons staat te schreeuwen.

Zijn cartoons zijn universele schreeuwen van vrijheid, zei Kifah al Reefi (1962) bij de opening van de expositie gisteren. Ze gaan op voor alle dictators – die in het verleden en in de toekomst. Zijn eigen favoriet is tekening van een tank met in de buik een lading koppen van slachtoffers. Voor de tank staat een soldaat die de bestuurder maant te stoppen omdat er tot zijn schrik een roos vermalen dreigt te worden. Ook hier is de kritiek – op de geringe waarde van een mensenleven in een dictatuur – direct toegankelijk.

Van Omar Dafalla (1955) uit de Republiek Soedan, nu Apeldoorn, hangt er nieuw werk. Kennelijk ziet hij de toekomst voor de vrijheid in Egypte somber in, want hij tekent een spotprent met gesluierde piramides. Uit Egypte zelf hangt er niettemin werk van Mohammed Shennawy, die vorig jaar een nieuw, alternatief stripmagazine oprichtte, Tok Tok. De Arabische lente komt erin aan bod, maar vooral het dagelijks leven in Egypte, schrijft Pollmann.

Satire bedrijven kan in sommige Arabische landen, tot op zekere hoogte. De vingers van Ali Ferzat, een Syrische cartoonist, werden vorig jaar augustus gebroken en hij werd in elkaar geslagen. Vlak ervoor maakte hij een cartoon, ook te zien in Haarlem, waarop de Syrische president Assad een lift krijgt van een vluchtende Khadaffi. Cartoons zijn een gevaarlijk wapen – ook voor de maker.

Chouf! Chra!: t/m 3 juni, Galerie 37, Haarlem. En in okt en nov in het Persmuseum. Stripdagen Haarlem, 2 en 3 juni: 3 beurzen, 30 tentoonstellingen, plus lezingen, interviews en signeersessies. Info: stripdagenhaarlem.nl

    • Ron Rijghard