Vals intermezzo in de revolutie

De verkiezingen in Egypte wekken de schijn van democratie. Maar achter die façade blijft het leger oppermachtig, aldus Dirk Wanrooij.

‘Wij blijven revolutionair totdat we onze vrijheid hebben.’ Het was een veelgehoorde leus tijdens de demonstraties bij het Egyptisch ministerie van defensie in de Kaireense wijk Abassiya begin mei, slechts tweeënhalve week voor de presidentsverkiezingen. Een vreemde gewaarwording voor de oppervlakkige toeschouwer. Waarom demonstreren tegen een militair bewind vlak voor verkiezingen die een einde aan datzelfde bewind moeten maken? Het is een tegenstrijdigheid waar ook de internationale media nauwelijks een antwoord op hebben.

Zo doet Sander van Hoorn, in zijn verslag voor de NOS, één dag voor de verkiezingen alsof deze plaatsvinden in alle openheid. Hij stelt dat er in Egypte „echt iets te kiezen valt”. Bij RTL 4 en het Belgische VRT maken ze het nog bonter en wordt er zelfs gesproken over de op handen zijnde democratie. Dat klinkt goed in de bulletins, maar het wijst op een gebrek aan begrip van de complexiteit in Egypte.

Het is waar dat Egyptenaren vorige week voor het eerst hebben kunnen deelnemen aan presidentsverkiezingen waarbij de winnaar op voorhand niet bekend was. Maar het is niet aannemelijk dat de militaire junta de macht zomaar zal overdragen aan een toekomstige president. Er mag dan sprake zijn geweest van een vrije stembusgang, democratisch is die zeker niet.

Om dit te kunnen begrijpen, moeten we kijken naar de aard van de Egyptische staat en de manier waarop de Hoge Militaire Raad (HMR) zich gedragen heeft sinds deze de macht overnam op 11 februari 2011.

De ruggegraat van de Egyptische staat wordt al zestig jaar gevormd door het militaire apparaat. Het leger werd in 1952 in het centrum van de macht geplaatst door een militaire coup die geleid werd door de Vrije Officieren en de charismatische Gamal Abdel Nasser. Sindsdien was elke president afkomstig uit de strijdkrachten en breidde het leger zijn machtsbasis geleidelijk uit.

In het Egypte van Mubarak, zelf ooit een gevierd luchtmachtcommandant, groeide het militaire apparaat uit tot een obscuur instituut met een onduidelijke taakomschrijving en vergaande privileges. Zo is volgens schattingen 15 tot 40 procent van de Egyptische economie in handen van, of verbonden aan, militairen instellingen.

Mubarak, zijn kabinet en de op uiterlijke schijn gebaseerde democratische instituties dienden slechts als een façade van wat feitelijk een militaire dictatuur was. De revolutie vernietigde de façade maar liep zich vast op de militairen.

De huidige verkiezingen zijn, net als de parlementsverkiezingen eind vorig jaar, onderdeel van een proces om een nieuwe geloofwaardige façade op te richten waarachter het leger zijn autonomie kan behouden. De kern van de staat blijft intact, veranderingen zijn louter oppervlakkig van aard.

Direct na de machtsovername door het leger bedienden de generaals zich van een revolutionair jargon. Zij zouden de revolutie beschermen tegen kwade bedoelingen en het land leiden richting vrije verkiezingen en democratie. Maar alleen op hun voorwaarden, zo bleek al snel.

Het leger nam, zogezegd uit naam van de revolutie, direct maatregelen om het revolutionaire proces te temperen. Vanaf maart 2011 werden demonstraties en stakingen verboden, werden de media opnieuw aan banden gelegd, activisten geïntimideerd en gearresteerd en door militaire tribunalen tot jarenlange gevangenisstraffen veroordeeld. Middels een misleidend referendum diezelfde maand wist het leger het initiatief naar zich toe te trekken en de vage contouren van een door de militairen geleide transitie te bepalen.

Tegelijkertijd werden revolutionairen en revolutionaire organisaties publiekelijk aangevallen en uitgemaakt voor onruststokers, verraders en huurlingen. De militairen presenteerden de revolutie als voltooid verleden tijd en moedigden Egyptenaren aan naar huis en aan het werk te gaan.

Deze ontwikkelingen konden Egyptenaren er niet van weerhouden om door middel van massale straatprotesten, stakingen en sit-ins concessies af te dwingen van de militairen. Zo was de HMR gedwongen om tijdens de massale demonstraties in november vorig jaar een datum te presenteren waarop het de macht zou overdragen. Het vage ‘in 2013’ werd bijgesteld naar eind juni 2012.

Nu deze datum dichterbij komt, worden de presidentsverkiezingen door het leger gepresenteerd als het slotakkoord van een grootse revolutie. Maar de revolutie vroeg om een breuk met het verleden en niet om een wisseling van de wacht.

De kans is dan ook klein dat de verkiezingen het einde betekenen van de revolutie, ongeacht de naam van de nieuwe president.

De tegenstelling tussen de strijdkrachten en de revolutie is nog altijd bepalend en zolang de militairen een stevige vinger in de pap houden in het dagelijks bestuur van Egypte zal de revolutie voortduren. De verkiezingen lijken daarmee meer op een vals intermezzo dan op een slotakkoord.

Dirk Wanrooij studeerde Arabisch en woont al bijna drie jaar in de Egyptische hoofdstad Kairo waar hij werkt als freelance journalist. Hij is op Twitter te volgen via: @dirkwanrooij