Val de hoer niet lastig met stoutigheid en romantiek

Een callgirl in de film Elles lepelt de bekende hoerenmantra op: van mij krijgt een man wat hij bij zijn vrouw tekort komt. De burgerbet tegenover haar (Juliette Binoche) is onder de indruk. Ik, net zo’n burgerbet, denk: Wees er maar trots op, suffie! Waar heb jij het over? Over dat ge-fake-te orgasme van jou? Of dat-ie over jou wél heen mag pissen? Want dat zie ik in die film. Maar zulke vragen verdwijnen in de mist van het derderangs drama, en hoeps!, daar gaat Elles onderuit.

In Antwerpen staat op het podium van de Bourla-schouwburg een reëlere hoer. Ze spookt rond. Ze is vermoord. De misdaad heet het stuk, het hoort bij de toneelbewerking van de roman De man zonder eigenschappen van Robert Musil.

Het komt naar Nederland voor het Holland Festival. Ga het zien, als was het maar voor acteur Johan Leysen. Hij speelt de moordenaar kil als een dooie rat. En toch lukt het Leysen ons te impregneren met diens verdriet. Deze man zonder eigenschappen vindt zijn moord logisch, want hij voelde zich door de vrouw vernederd. En vernederd worden, dat is nou net de rol, ook wel versleten voor het voorrecht, van de hoer – zie Elles. Zijn overwinning is schamel, hem wacht de doodstraf. Toch kraait hij victorie: ,,Zoiets had ze in elk geval nog bij geen enkele andere man meegemaakt!’’

Zijn woorden komen als brandend maagzuur bij me terug, bij een andere voorstelling: Hoer, van Rob de Graaf. Twee prostituées worden gespeeld door mannen in kleine blote jurkjes. Wat een bezopen ingreep lijkt, maar het werkt. De mannelijke versie van de vrouwelijke kwetsbaarheid ontmaskert de namaak-romantiek van de prostitutie. Hoer cirkelt om een zwart gat: de monoloog van de hoerenloper, uitgevoerd door regisseur Marien Jongewaard zelf. Briesend als Donald Duck claimt hij zijn recht op een vrouw, op elke vrouw. De hoeren klagen en incasseren, ze betwisten hem niets.

Thuis sla ik de fotopocket Nachten van Parijs open. Van Jan Brusse, uit 1957, ik erfde hem van mijn vader. Gedateerd, maar zo oogt de glamour van de lichte zeden nu nog. Stout. Leuk. Spannend. Naar? Hoezo? Zwijg, jij preutse tut.

In Cannes was de Gouden Palm voor de specialist in intermenselijk kwaad. Michael Haneke. Zijn film heet Amour. Liefde.

Die titel zal cynisch zijn, dacht ik. Haneke is een genie, maar hij haalt juist altijd uit naar elk gevoel. Liefde een bindende kracht? Aan zijn hoela! In La pianiste zagen we dat Haneke de wanhoop voorbij was. In die film verleidt een masochistische pianolerares (een meesterlijke Isabelle Huppert) een leerling, niet tot vrijerij maar tot knevelen en vernederen. Anderzijds randt ze haar pervers egomane moeder aan. Letterlijk, in het Weense ouderlijk bed. Het leverde een van de beste filmscènes op die ik ken, maar liefde? De pianojuf wilde wel, maar ze kon niet. En niemand niet, suggereerde Haneke film na film. En dat, suggereert hij, maakt de mens oneindig slecht. Zo zwart en hard is zijn oordeel dat ik hem unfair vond. De menselijke soort als geheel heeft de schijn tegen, dat geef ik toe. Maar er zijn ook heel veel uitzonderingen.

In Hanekes vorige film, Das weisse Band, begon zijn wereldbeeld te schuiven. Daar toont hij hoe ouders, slecht gemaakt door hún ouders, hun eigen kinderen ook weer peilloos slecht maken. Wat impliceert dat die kinderen ook goed gemaakt hadden kunnen worden. Bedacht ik.

Met Amour kantelt Hanekes universum verder, lijkt het. Ik lees en ik hoor (en ik concludeer voor mijn beurt) dat die film een duet is van een hoogbejaard echtpaar dat hun liefde in stand houdt in het smerige aangezicht van ziekte en dood.

Amour is nog niet te zien in Nederland. Het ergert me. Zo’n belangrijke film hoort snel de bioscopen te bereiken, op deze manier zou je illegaal downloaden overwegen. Maar er was een doekje voor het bloeden, in de vorm van een tv-documentaire over een van de beide hoofdrolspelers, Jean-Louis Trintignant. Breekbaar is hij, 81 jaar oud. Zijn schoonheid is vergaan, zijn bewolkte stem mocht hij houden.

Aanvankelijk wilde hij niet in Amour spelen. Hij vond het verhaal te triest, te deprimerend. ,,Ik ben blij dat ik het scenario gelezen heb, zo weet ik dat ik deze film níet wil zien’’ zei hij tegen Haneke. Hij liet zich overhalen, voor de liefde.