Suzuki doet stormwinden bollen

Vaak zijn ze hier niet, de barokspecialisten van het Bach Collegium Japan en oprichter Masaaki Suzuki. Maar diens geweldige Bachinterpretaties uitgevoerd door bijna uitsluitend Japanse musici zijn dankzij talrijke cd-opnames met Bachs cantatewerk (op BIS) doorgedrongen in Europa, waar het krap veertigkoppige gezelschap nu een grote tournee maakt.

Suzuki (1954), nestor van de authentieke uitvoeringspraktijk in Japan, is oud-leerling van Ton Koopman en Piet Kee. Maar als dirigent vanachter het dubbelklavier-klavecimbel schraagt zijn temperament een ingetogener uitvoeringsstijl. Dat bleek ook gisteren in het Concertgebouw in een zeer afgewerkte uitvoering van het Magnificat en de cantate Ich hatte viel Bekümmernis en in de keuze voor (Europese) vocale solisten bij wie stijlgevoel en welluidendheid binnen het geheel prevaleerden.

In het Magnificat miste je soms een iets exuberantere praalklank, maar in die vroege cantate, vol contrasten tussen menselijk leed en goddelijke koestering, schetste Suzuki met scherpe pen retorische accenten. Een extreme versnelling deed de stormwinden bollen en de sfeer van duisternis (deel 1) maakte het milde duet tussen ziel en Christus („Ja, ach ja! Nein, ach nein”) des te troostender.

Doorgaans is het na zo’n tournee lang wachten op Suzuki’s rentree, maar deze zomer is hij hoofdgast op het Festival Oude Muziek.