Status update: doodgegaan vandaag

Dood is het einde, maar probeer dat maar eens aan Facebook te vertellen. Doorleven op internet is makkelijker dan sterven. Je kunt zelfs blijven twitteren.

Maite Vermeulen

Een half jaar geleden stierf mijn grootmoeder. We strooiden haar uit in het park – ieder een plastic beker met oma erin. En toen bestond ze alleen nog in mijn herinnering, bewaard in de zilveren hanger die ik van haar kreeg, in het handtasje dat ik uit haar kast stal. En op de paar grijze foto’s in donkerhouten lijstjes, van toen ze nog jong was: een stijfjes geposeerd portret, een trouwfoto. De bruikbare spullen uit haar kleine, onpersoonlijke kamer in het verpleegtehuis werden verdeeld. Ik kreeg een stapel handdoeken met onverwoestbare stickertjes langs de randen, die het verpleegtehuis erop had geplakt. Als ik mijn oren afdroog met ‘Nr. 192 – Mw. Smits’, verbaas ik me hoe weinig er over blijft van een mensenleven.

Tenminste, van een mensenleven dat begon in 1927.

Van mijn leven, dat begon in 1988, zullen niet slechts sieraden, tasjes en handdoeken overblijven. Mijn oma’s vergeelde brieven zijn mijn e-mails geworden. Mijn oma’s geheime dagboek is mijn openbare blog. Mijn oma’s vervaagde foto’s zijn mijn net geordende Picasa- webalbums en 1.159 getagde foto’s op Facebook. En er is meer: berichtjes van en naar 568 vrienden en kennissen. Gevoelens, grappen en gebeurtenissen in statusupdates. Een archief van feestjes die ik bezocht heb, een kaart vol plaatsen waar ik geweest ben, een collectie van beelden, acties en ideeën die ik ‘leuk vind’. Parallel aan mijn echte ik leeft een digitale ik.

Maar wat als de echte ik sterft? Gaat de digitale ik dan mee de kist in? Of krijgen mijn vrienden dan nog elk jaar op Skype een verjaardagsherinnering omdat mijn digitale ik een jaartje ouder wordt? Vraagt mijn digitale ik mijn vrienden op LinkedIn dan nog steeds of ze ‘work opportunities’ voor mij weten? En krijgen vage kennissen nog jaren de vraag of ze mijn digitale ik misschien kennen, en of ze vrienden met haar willen worden?

Dat Facebookgebruikers ook doodgaan, werd voor het eerst een probleem na de schietpartij op Viriginia Tech University in 2007, waarbij 27 studenten en 5 hoogleraren om het leven kwamen. Wat te doen met de Facebookprofielen van die studenten? Facebook stelde een protocol op voor wanneer een gebruiker overleed. Volgens die richtlijn kunnen familie of vrienden van een gestorven gebruiker nu met een ‘bewijs van overlijden’ het profiel ‘memorializen’ (monumentaliseren). Dat wil zeggen: het profiel duikt niet meer op in de ‘suggesties’ van vrienden, kan niet meer gevonden worden met de algemene zoekfunctie en is ontdaan van contactinformatie.

Wat nog wel kan is berichtjes achterlaten op het prikbord, waardoor het profiel het karakter van een gedenkplek krijgt. De Nederlandse sociale netwerksite Hyves volgde in maart 2011 het voorbeeld van Facebook met de zogenaamde ‘In Memoriam status’.

Maar als je dood bent, wil je dan wel een memorialized profiel? Een onderzoekje dat Nuvema Uitvaartverzekeringen in 2011 onder 1.000 Nederlanders hield, toont dat 61 procent van de ondervraagden de sociale netwerkprofielen na overlijden het liefst direct zou verwijderen. Veel mensen willen niet eeuwig digitaal leven.

Die wens is lastig.

Geen van de sociale netwerksites geeft familie of vrienden de inlogcodes van de overledene, die nodig zijn om de profielen handmatig te verwijderen. Wissen van een profiel kan alleen na administratieve rompslomp. Alleen aantoonbare directe familie (scan van een geboorteakte vereist) kan een Facebookprofiel van een overledene laten verwijderen. Twitter maakt het de nabestaanden nog moeilijker: een overlijdensakte moet per post of – je gelooft het bijna niet – per fax naar San Francisco gestuurd worden.

Gelukkig zijn er bij dit soort problemen creatieve ondernemers die een centje willen verdienen aan het oplossen van die problemen. Zo kun je bij Nuvema Uitvaartverzekeringen in een Social Media Testament laten vastleggen wat er moet gebeuren met je digitale ik als je sterft. Op ikrip.nl kun je een profiel ontwerpen dat na je dood al je andere profielen automatisch vervangt. En met de ‘If I die’-Facebook app kun je alvast een laatste boodschap opnemen, die wordt afgespeeld voor de vrienden die jouw dood melden in hun statusupdate – een gepast moment om te vertellen of je je digitale ik dood of levend wenst.

Als je juist wilt blijven ‘leven’ op internet, biedt de nieuwste datatechnologie interessante mogelijkheden. Op internet staat ondertussen een archief van informatie over onszelf, onze voorkeuren, onze reacties op bepaalde onderwerpen, onze manier van ‘praten’. Naarmate de technologische mogelijkheden van data-analyse geavanceerder worden, zullen we beter in staat zijn onze digitale ik ook zonder ons te laten doorleven.

Er is al een app die hiervan een voorproefje geeft: My Next Tweet. Deze app analyseert alle berichten van jouw Twitteraccount en doet, gebaseerd op deze gegevens, een voorspelling van jouw volgende tweet. Dat deze service nogal prematuur is, mag duidelijk wezen: de voorspelde tweets zijn vooral losse woorden, en geen zinnen met betekenis. Zo zal de volgende tweet van nrcnext zijn: ‘Column: De Week van een kleine epidemie aan een mailtje naar!’ Die van André Kuipers: ‘Task in het fitness apparaat waar we vis met Nederlandse schoolkinderen een heldere hemel...’ En die van Geert Wilders: ‘Mijn laatste woord vandaag over immigratie. Beetje dom. Maar paar miljard euro voor promotie.’

Hoewel deze tweets natuurlijk onzinnig zijn, geeft het wel een inkijkje in de toekomstige mogelijkheden. Wat als data-analisten en techneuten steeds betere systemen ontwikkelen om onze digitale ik te analyseren? Dan kan de digitale ik blijven doortweeten als de echte ik al lang is overleden.

Journalist Adam Ostrow schetste tijdens een TED Talk in juli vorig jaar zelfs een toekomst waarin robots kunnen worden aangestuurd door de data die wij zelf hebben gegenereerd gedurende ons leven. Met andere woorden: een robot zou op prikkels kunnen reageren zoals onze digitale ik dat ook zou doen.

Zijn we dan nog wel echt dood?