Spraakverwarring

De zegetocht van de ‘quants’ blijft intrigeren. Deze wiskundegenieën – zowel bij bedrijven als Facebook en Google als bij grote banken en hedge funds/beleggingsfondsen – bepalen een steeds groter deel van ons leven. Maar we weten minder over ze dan over de oude Egyptenaren.

Ik tref een professor in Londen die „mathematical finance” aan ze doceert. Hij is zelf „een soort quant”, zegt hij, en heeft een doktersgraad in de exacte wetenschappen. Jouw studenten zijn de bankiers van morgen, begin ik. Geven jullie ze eigenlijk ethiek?

„Eén vak”, antwoordt hij, „dat door 10 tot 20 procent van de studenten wordt gevolgd.” Wat zou er gebeuren als ze een heel semester inruimden voor ethiek? „Dat zou heel lastig worden voor veel van onze studenten. Als ze in een sociale omgeving, bijvoorbeeld in debatten, complexe morele vraagstukken zouden moeten bespreken... Velen zouden zakken. Dit zijn studenten met een hoofd voor wiskunde, vaak met milde vormen van Asperger.”

Dan zegt hij hardop wat ik steeds vaker denk als ik een quant tegenover me heb: „Wie de financiële sector anno nu wil begrijpen, kan niet om de spraakverwarring heen tussen quants en de rest van de mensheid.”

Dus hoe zitten quants in elkaar? Omdat de professor niet wil generaliseren is wat nu volgt een globale omschrijving:

„Ze zijn extreem goed in patronen en structuren herkennen en kunnen zeer getailleerd en gestructureerd werken. Quants hebben ook een sterke psychologische behoefte aan structuren, en neigen er naar om het bestaan van patronen en structuren te vooronderstellen. De wereld die zij waarnemen is voorspelbaar, en is in een model te vangen.”

Wat daar vaak tegenover staat, zegt de professor, is een tekort aan sociale vaardigheden. „Als je communiceert met quants op een manier die empathie vereist, dan is dat een worsteling voor ze. Voorbeeldje: stel twee studenten staan te praten bij de koffiemachine. Hun quant-professor loopt langs en zegt in het voorbijgaan tegen een van hen: ‘Trouwens, die laatste paper van jou was niet goed.’ Dan loopt hij door.

„De meeste mensen trekken zoiets niet. Verkeerd moment, verkeerde woordkeus. Maar de quant-professor ziet het probleem niet. Hij moest nog iets overbrengen aan die student, zag een mogelijkheid en benutte deze.

„Waar het om gaat: quants zullen bepaalde aspecten van de sociale werkelijkheid niet opmerken omdat hun hersens niet zo werken. Als ze dan een model bouwen, zullen ze die aspecten ook niet daarin meenemen.

„Hoe dat in de praktijk uitpakt: een groep quants ontwikkelt een nieuw financieel product op basis van een model van de werkelijkheid dat ze hebben gebouwd. Ze presenteren dit product aan het hogere management. Hoger management bestaat nooit uit quants, want om in een organisatie te klimmen heb je sociale vaardigheden nodig die quants niet hebben. Dus hoger management begrijpt niet echt wat de quants hun voorleggen, terwijl de quants het niet uitleggen, want ook die sociale vaardigheid missen ze.

„We hebben mensen aan de top bij banken nodig die weten welke vragen ze moeten stellen: over de aannames in het model. Over hoe kwetsbaar het model is voor nog onbekende, en onkenbare factoren. Over de ‘data-set’ van de afgelopen tien jaar die de quants hebben gebruikt om de opbrengst van het product te schatten...

„In plaats daarvan hoort hoger management dit: ‘We hebben een nieuw geweldig product, en als we het tien jaar geleden hadden gehad, zouden we nu enorm veel geld hebben verdiend’.”

Volg het blog van Joris Luyendijk over het leven in het financiële hart van Londen via Twitter (@JLbankingblog)