SocialSofa

De sofa – een betonnen kolos, versierd met mozaïekwerk – staat in de wijk De Valuwe (Cuijk). Hij werd vorige week onthuld en is een idee van cabaretière Karin Bruers, die de sofa’s inzet tegen ‘de sociale verkilling’.

Hoeveel van dit soort openbaar meubilair, dat mensen bij elkaar moet brengen, bestaat er eigenlijk in Nederland? Is hun effect ooit gemeten?

Bij mij om de hoek is ook zoiets, een picknicktafel voor de buurt. Juist de sociale participatie waartoe zulk straatmeubilair dwingt, maakt dat ik er altijd met een grote boog omheen loop.

Ben ik verkild?

Ik probeerde gistermiddag het tegendeel te bewijzen door plaats te nemen op de SocialSofa. Na anderhalf uur zonder aanspraak wilde ik het weer voor gezien houden. Toen kwamen er drie Turks-Nederlandse jochies aangehold: Idriss, Elyessa, Bugra – alledrie acht jaar oud.

„Meneer, meneer, wij hebben deze bank gemaakt”, zei Idriss.

Ze zijn leerlingen van de iets verderop gelegen basisschool De Regenboog en mochten de figuurtjes op de sofa ontwerpen.

„Deze bank slaat gewoon nergens op, meneer”, zei Bugra. „Als je met elkaar wilt praten, dan doe je dat toch gewoon op straat?”

Boks, jongens.

Met z’n drieën vormen ze de rapgroep De Valuwe Boys. Nadat ze mij de tekst hadden voorgezegd, rapten we samen: Ah, we zijn De Valuwe Boys, ah, en we maken noise (2x)Cuijk-Noord De Valuwe, de plaats waar ik sta de plaats waar ik woon, de plaats waar ik ga.

Ik chill ’m bij de basket en ik chill ’m op straat ik ga straks naar huis naar me pa en me ma.

Bij Cyou [jeugdcentrum] zie ik Harm [jeugdwerker] en speel MW3 (Modern Warfare)

ik chill met Majid (jeugdwerker) en spit op de beat.

Elyessa zei dat hij zijn ‘chickies’ meeneemt naar deze bank. Maar de sofa gebruiken om in contact te komen met de mensen in de buurt, dat was misschien de wens van cabaretière Karin Bruer, het was in ieder geval niet de zijne. Elyessa: „Wat moet ik tegen ze zeggen?”

„Social wat?” zei een van de buurtbewoners bij wie ik aanbelde. „Oh dat hebben we niet nodig, we kennen mekaar hier allemaal wel.”

Ik nam afscheid van mijn jonge vrienden. We hadden de bank net verlaten toen hij alweer bezet werd door twee meisjes. Zij hadden net zo lang gewacht totdat die drukke, rappende baasjes waren vertrokken.

In de trein naar huis las ik een e-mail over het project de Social Coupé. „Hoe gezellig, fijn en leuk zou het zijn als we er voor zouden kiezen om in de trein gewoon, face to face, het gesprek met elkaar aan te gaan.”

Tof project. Maar ik had voor deze dag aan mijn sociale verplichtingen voldaan. Ik wilde gewoon, net als iedereen in de coupé, de oordopjes van mijn iPod indoen, in het scherm van mijn telefoon verdwijnen en mijn omgeving vergeten.