Robert M. had vrienden over de hele wereld

Uit de acht terabyte digitaal materiaal die bij Robert M. werden aangetroffen, heeft de politie een internationaal netwerk ontrafeld. Er lopen wereldwijd 508 onderzoeken.

De aantallen zijn overweldigend. Op de computers van Robert M. stond acht terabyte aan gegevens. „Als je dat allemaal op papier zou printen, krijg je een stapel die hoger is dan het hoogste gebouw van de wereld”, zei Wilbert Paulissen, het hoofd van de Nationale Recherche, gisteren op een persconferentie. Daar werd gesproken over het internationale netwerk rond Robert M., de hoofdpersoon in de Amsterdamse zedenzaak.

Bij een huiszoeking in de woning van M. en zijn echtgenoot Richard van O. werden twee gewone computers, twee laptops, drie externe harde schijven, twee usb-sticks, drie geheugenkaarten, 246 cd-roms en zeven dvd’s in beslag genomen. Dertig specialisten waren nodig om het materiaal te kraken: 3.672 filmpjes, 46.803 foto’s, 58.000 pagina’s chatverslagen en 114.700 e-mails, waarvan 55.000 in het Nederlands.

Onderzoek naar het netwerk rond Robert M. heeft geleid tot 33 arrestaties wereldwijd. In Nederland zijn 13 mannen opgepakt, van wie één na zijn aanhouding zelfmoord pleegde. In de Verenigde Staten zijn acht mannen gearresteerd, in Canada zes, in Verenigd Koninkrijk vier, en in Duitsland en Zweden één.

Het korps landelijke politiediensten (KLPD) ontdekte dat Robert M. 1.116 internetcontacten had die gebruik maakten van zogenoemde nick names, aliassen. Dit leidde wereldwijd tot 508 vervolgonderzoeken. In Nederland zijn 68 zaken aan het licht gekomen, in het buitenland 440.

Zaken waarbij de politie vermoedde dat misbruik van kinderen nog aan de gang was, kregen prioriteit in het onderzoek. Hierdoor zegt de politie het misbruik van 139 kinderen gestopt te hebben. „Het gaat om allerlei misbruik, ook in de huiselijke sfeer”, zei officier van justitie Lodewijk van Zwieten gisteren.

Het KLPD heeft tot na de veroordeling van Robert M. en Richard van O. gewacht met het presenteren van de resultaten van het internationale onderzoek, dat de codenaam ‘Holitna’ heeft gekregen. „We wilden de grote aandacht voor de zedenzaak niet afleiden”, zei Van Zwieten.

Hoofddader in de Amsterdamse zedenzaak, Robert M., werd vorige week veroordeeld tot 18 jaar cel en tbs met dwangverpleging voor misbruik van 67 zeer jonge kinderen.

M.’s zaak, en daarmee dit onderzoek, kwam aan het rollen toen Amerikaanse autoriteiten pornobeelden vonden van een jongetje van ongeveer twee jaar oud met een Nijntje-doekje in de hand. Het jongetje bleek uit Nederland te komen. Een uitzending van Opsporing Verzocht op 7 december 2010 leidde diezelfde avond nog tot de aanhouding van M. in Amsterdam.

De onderzoekers ontdekten verschillende kinderporno-chatkanalen met namen als Kids’R’Us, Littleboysexchannel en ChildRapeTortureBrutallity. Die chatkanalen werden door pedofielen gebruikt om contacten met elkaar te leggen, afspraken te maken, tips voor misbruik uit te wisselen en kinderporno te downloaden en te verspreiden. Zo kon het KLPD achterhalen „wie aan wie plaatjes stuurde, wat pedofielen tegen elkaar zeiden en met wie ze afspraken”. Via IP-adressen van computers en digitale sporen, zoals online adresboeken en sociale netwerken, kon vaak de persoon achter een alias worden achterhaald.

De omvang en de aard van het gevonden materiaal kon onmogelijk handmatig worden onderzocht, vertelde hoofd van de Nationale Recherche Paulissen. „Pedofielen communiceren vaak in codetaal.” Het onderzoek werd daarom geautomatiseerd met een door het KLPD ontworpen computerprogramma dat gebruikmaakt van zoekwoorden. Paulissen: „Vergelijk het met een raffinaderij die een selectie maakt.” Ook de procesverbalen die naar internationale en regionale korpsen zijn gestuurd, zijn door een computer samengesteld.

Ook de directeur van de Amerikaanse Immigration and Customs Enforcement, John Morton, was gisteren aanwezig. Hij zei erg blij te zijn met de resultaten van het onderzoek. Door het Nederlandse onderzoek is onder andere Robert D. aangehouden, die op 8 juni zal worden veroordeeld. D. wordt verdacht van het maken, bezitten en verspreiden van kinderporno. Morten verwacht dat D. in de Verenigde Staten een vergelijkbare straf opgelegd krijgt als Robert M. in Nederland kreeg.

Ook rond de Amerikaanse D. werd een internationaal digitaal netwerk aangetroffen. Het vertoonde veel gelijkenis met de manier van werken van Robert M., zei Morton. Zo waren er in het netwerk verschillende niveaus van vergrendeling aangebracht. Er werden alleen pedofielen toegelaten die elkaar kenden. Ook mochten pedofielen alleen participeren als ze niet alleen pornomateriaal afnamen maar ook zelfgemaakt materiaal aanboden.

De zaken van M. en D. zouden erop duiden dat achter meer pedofielen een groot netwerk schuilgaat. Het KLPD heeft daarom de onderzoeksteams voor bestrijding van kinderporno en hightech misdaad uitgebreid. Die gaan na de zomer verder met het opsporen van kindermisbruik, wederom in samenwerking met buitenlandse autoriteiten.