Rehn disciplineert iedereen

Dat Europa niet meer het ‘beste van beide werelden’ in één unie samenbalt, is al sinds het begin van de kredietcrisis bekend. Geen gemeenschappelijke munt zonder gezamenlijk beleid: zij die toch nog de ogen sloten, weten nu dat ze aan struisvogelpolitiek doen.

De ‘aanbevelingen’ van de Europese Commissie, die ‘begrotingstsaar’ Olli Rehn gisteren presenteerde, laten geen andere conclusie meer toe. Wil de euro als pan-Europese munt intact blijven, dan is beperking van de nationale soevereiniteit van de lidstaten de keerzijde van de medaille die tot voor kort vooral voorspoed kende.

En dat lot treft niet alleen de landen in het Zuiden die nu amper binnenboord blijven, omdat ze in het verleden te veel hebben meegelift met de euro en te weinig hebben hervormd en bezuinigd. Het rijkere Noorden, dat de duimschroeven via Rehn wil aandraaien, ontkomt er evenmin aan. Zo krijgt Duitsland van Rehn te horen dat het iets moet doen aan de langdurige werklozen en de belastingnadelen voor tweeverdieners. Wordt Finland te verstaan gegeven dat de lokale overheden efficiënter moeten werken. En weet Nederland dat het recente Lenteakkoord nog maar het halve werk is.

Rehn doorbreekt het cliché over Noord en Zuid zelfs in zijn oordeel over Roemenië. Het land is op orde en moet vooral voortgaan op de ingeslagen weg. Dat zal niet veel indruk maken op de anti-Europese partijen her en der. Maar geestig is het wel.

De 27 + 1 aanbevelingen – voor alle lidstaten afzonderlijk en de eurozone samen – zullen niettemin voedsel geven aan het eurosceptische idee dat Brussel de hoofdvijand is van de nationale staatsburger. Ook in Nederland lijkt de verkiezingscampagne in dat teken te staan. De lijst met dwingende adviezen spreekt immers tot de verbeelding. Nederland moet bijvoorbeeld de woningmarkt dereguleren. Dat is pijnlijk. Want als er iets deel is van de vaderlandse traditie van ruimtelijke ordening dan is het wel de sociale woningbouw.

Maar er is geen alternatief. Wie de euro wil behouden juist omwille van het nationale belang, kan niet naar soevereiniteit kijken alsof de gulden er nog is. Bovendien moet de inperking van de nationale ruimte ook niet worden overdreven.

Totale nationale beleidsvrijheid heeft nooit bestaan. Zo is het een mythe te denken dat Nederland tijdens de Koude Oorlog geen last had van externe druk. Hoe kleiner het land, hoe meer het zich aan de buitenwereld gelegen moet laten liggen. Zo is het altijd geweest. Door de disciplinering van de nationale staten in de EU wordt dit feit nu alleen een stuk zichtbaarder.