Parlementen van lidstaten trekken ‘gele kaart’ in EU

Voor het eerst heeft een groep nationale parlementen in de Europese Unie gezamenlijk een wetsvoorstel van de Europese Commissie afgewezen. De Commissie moet het omstreden voorstel, over stakingsrecht in de interne markt, nu opnieuw in overweging nemen.

Twaalf parlementen, waaronder het Nederlandse, vinden dat het voorstel de nationale beleidsvrijheid onvoldoende respecteert. Dit meldt Ipex, een informatiesysteem van nationale parlementen in de EU.

Door het Verdrag van Lissabon, dat eind 2009 van kracht werd, hebben nationale parlementen een grotere rol gekregen. Als een derde van alle parlementaire kamers een Commissievoorstel afwijst – een zogeheten ‘gele kaart’– moet de Commissie het voorstel heroverwegen. Niet eerder werd deze drempel gehaald.

De Commissie heeft nu de keus het voorstel geheel in te trekken, te wijzigen of ongewijzigd opnieuw in te dienen. De laatste optie is formeel mogelijk, maar ligt politiek lastig. Parlementen kunnen het plan alsnog blokkeren door hun ministers op te dragen ‘nee’ te stemmen in Brussel. Demissionair minister Henk Kamp (Sociale Zaken, VVD) kreeg deze opdracht van de Tweede Kamer.

Behalve de beide Kamers van de Nederlandse Staten-Generaal tekenden onder meer de Britse, Franse, Finse en Zweedse parlementen bezwaar aan tegen het stakingsplan.

Het voorstel is controversieel omdat het raakt aan nationaal arbeidsrecht. Het is een reactie op twee hoog opgelopen arbeidsconflicten in Finland (2003) en Zweden (2004). Finse en Zweedse vakbonden wilden met acties voorkomen dat bedrijven zouden werken op basis van arbeidsvoorwaarden in Baltische staten.

In het verlengde van uitspraken van het Europees Hof van Justitie hierover staat in de wettekst van de Commissie dat het stakingsrecht in zulke conflicten overeind blijft, maar dat het in „balans” moet zijn met vrije dienstverlening van bedrijven. Enkele parlementen vrezen dat het stakingsrecht onder druk staat.

De volksvertegenwoordigingen van de lidstaten werken toenemend samen. Vrijwel alle parlementen hebben een vertegenwoordiger in Brussel. Namens de Eerste Kamer en de Tweede Kamer heeft Nederland ook zo’n ambtenaar. De nationale parlementsvertegenwoordigers zitten samen in een gebouw in Brussel en hebben regelmatig contact.

Het Nederlandse parlement behoort tot de actiefste in Europa waar het gaat om vroegtijdige controle op ‘subsidiariteit’. Volgens dit principe moeten problemen op het laagst denkbare bestuursniveau –nationaal of regionaal – worden aangepakt, en pas in laatste instantie door de EU.

Eerder dit jaar tekende de Tweede Kamer in Brussel bezwaar aan tegen geplande Europese regels over geluidshinder op vliegvelden.