Opstoken die olie. De aarde overleeft ons wel

Zelfs het meest onnatuurlijke is deel van onze natuur, schreef George Christoph Tobler in 1784. In de geest van zijn essay Die Natur heeft de Amerikaanse journalist Andrew Blackwell nu een bijzondere reisgids gemaakt. Visit Sunny Chernobyl, luidt de titel. Bezoek het zonnige Tsjernobyl.

Dat is geen provocatie, blijkt al snel. Blackwell meent het serieus: de plaats die in 1986 door een kernramp werd getroffen, prijst hij aan als ideale bestemming voor toeristen. “Ik sloot mijn ogen en voelde de zon op mijn gezicht”, noteerde hij terplekke in de nabijgelegen spookstad Prypjat. “Bladeren en gras ritselden in de wind. Insecten zoemden. Ik hoorde een kakofonie van vogels, het gepiep van de stralingsmeter verzoende zich met het gezang - een nieuwe noot in de symfonie van de natuur.”

Waar andere bezoekers desolate woonflats zien, plekken die onlangs dienst deden als sets voor een horrorfilm en een naargeestige oorlogsgame, ziet Blackwell de natuur een vreugdedansje maken. Struiken die huiskamers binnendringen, bomen die op daken groeien: het geluk van de schrijver kan niet op. “Ecologen hebben deze plek zelfs uitgekozen om bedreigde diersoorten uit te zetten”, jubelt hij. “Radioactief wonderland.”

Ondertussen beweert Blackwell dat de traumatische effecten van het ongeluk eerder sociaal en psychiatrisch dan radiologisch zijn. Directe besmettingen waren ernstig doch beperkt, schrijft hij. Extra gevallen van kanker op de lange termijn? Daarover is geen wetenschappelijke consensus, besluit Blackwell: en daarom geen bewijs. Gedetailleerd beschrijft hij ook zijn bezoeken aan andere vuile plekken, zoals een stortplaats in India, een oliestad in Canada en een kolendorp in China. Plekken waar je volgens hem prima kunt toeven.

Het heeft geen zin om Blackwell met cijfers te bestrijden. Laat staan om hem gevoelig te maken voor het menselijke leed. Want zulks doet allemaal niets af aan zijn boodschap: het is hoogmoed om te denken dat we de natuur kunnen vernietigen. In natuurbeschermers ziet hij het spiegelbeeld van de egoïstische industrieel. “Zij die denken de natuur te kunnen beheersen.” Het is waar dat we bossen kunnen vernietigen, het klimaat kunnen veranderen en soorten uitroeien, geeft hij toe. “Maar als we eenmaal weg zijn, zal de natuur zich over ons heen zetten. De apocalyps maken we voor onszelf en ons nageslacht, niet voor het leven op aarde.”

Visit Sunny Chernobyl: And Other Adventures in the World’s Most Polluted Places (Rodale Books, mei 2012) vormt een genre op zichzelf. Blackwell noemt zichzelf ‘milieugevoelig’ en ‘progressief’, maar weigert als onheilsprofeet de milieuvervuilers de les te lezen. Hij prijst zelfs het vernuft van de industrie. Al die shovels, die kranen, die schoorstenen, die pompen - Blackwell vindt het prachtig en kan die technologie ook prachtig beschrijven. Ga daar vooral mee door, bezweert hij ietwat ironisch. De aarde redt zich wel.