Operatie geslaagd, wekker gered

In het Repair Café geef je een gekneusde mok of wekker een nieuw leven. Niet alleen om te besparen, maar juist ook om het plezier.

Nederland, Amsterdam, 26 mei 2012 Repair Café; een zaal vol gereedschap & materialen; deskundige hulp bij bijna elke reparatie; ontspanning & inspiratie. Drie keer per maand in Buurtcentrum De Meevaart, Balistraat 48a (Indische Buurt). Vrijwilligers Maxim (links) en Peter (midden) proberen de Senseo van de meneer rechts weer aan de praat te krijgen. Foto: Thomas Bokeloh

Medewerker Kunst

In buurthuis Meevaart in Amsterdam-Oost gaat een wekker af. Gejuich stijgt op. Het is gelukt! Zeker tweeënhalf uur zijn de twee reparateurs bezig geweest de wekker aan de praat te krijgen, en dat gerinkel is hun beloning.

„Er is niks mis met die wekker”, had reparateur Theo van den Akker een uur eerder nog gezegd, „hij doet het alleen niet”. Nu wel, en dus komt er een sticker op: ‘Ik ben gered door Repair Café’. Eigenaar Rob – die naar eigen zeggen alleen een voornaam heeft – is blij. Hij had hem voor 2,50 euro gekocht in een kringloopwinkel. „Ik kan niks weggooien”, zegt hij. „Ik wil zelf later ook niet worden weggegooid.” Trots laat hij een mok zien waarvan het oortje net is vastgelijmd. De lijm is nog niet droog en prompt klettert het oortje eraf.

In het Repair Café staan vrijwilligers klaar om je kapotte spullen te repareren. Het is als eenmalig evenement begonnen in Amsterdam, op initiatief van particulier Martine Postma. Inmiddels wordt het op 35 plaatsen in Nederland gehouden en krijgt het subsidie van de overheid en van particuliere fondsen. Amerika, Duitsland en België hebben ook belangstelling getoond voor het concept. Zoals bij alle goede ideeën is dat verbluffend simpel: iets wat stuk is, kun je beter (laten) repareren dan weggooien. „Het probleem is dat je tegenwoordig bijna nergens nog iets kunt laten repareren”, zegt initiatiefnemer Postma. „Eerst dacht ik, mensen gooien dingen weg omdat het ze niks kan schelen. Maar dat is niet zo, je kunt alleen nergens meer dingen laten repareren. Als je de bon al vindt, is de garantie verstreken, en als als je ermee naar de winkel gaat, is het onderzoek duurder dan een nieuw apparaat. We zien in het Repair Café dat mensen heel blij zijn dat er een oplossing is.”

Het idee voor het reparatiecafé ontstond in 2009, toen Postma het Repareerproject bezocht van Platform21, een designinstelling uit Amsterdam die tot doel heeft ‘de relatie tussen gebruiker en product positief te beïnvloeden’. Reparatie verdient meer aandacht als creatieve, culturele en economische kracht, staat op de site van Platform21. Want: ‘Reparatie is het nieuwe recyclen’.

Postma, die toen nog als journalist over duurzaamheid schreef, was en is het daar helemaal mee eens. Zij besloot het repareren uit de sfeer van de kunst en design over te brengen naar het leven van alledag. Na de eerste bijeenkomst in Amsterdam in 2009, werden het er tien in 2010. Nu zijn er door het hele land 35 lokale groepen die regelmatig hun eigen Repair Café houden. Afgelopen weekend is Zeewolde als nieuwste loot aan de stam erbij gekomen. „Kennelijk is de behoefte groot. Het is ook een sociale bezigheid, het brengt mensen bij elkaar met een gezamenlijk doel.”

In haar boek Repair: The Impulse to Restore in a Fragile World heeft de Amerikaanse filosofe Elizabeth Spelman het over de ‘Homo Reparans’. Zij beweert dat de mens doorlopend dingen aan het repareren is: auto’s, verhoudingen, staafmixers, ons lichaam, onze sociale verhoudingen. Uit noodzaak, maar ook om de voldoening die het geeft. ‘Soms ontlenen we nog meer plezier aan een goed gerepareerd dan aan een nieuw object’, schrijft ze. Of, zoals ze het zo mooi in het Engels formuleert: ‘We seem to welcome the sentiment that things are stronger in the broken places.’

Het succes heeft Postma overrompeld. „Er kwamen zo veel aanvragen dat ik dacht, ik besteed hier toch al mijn tijd aan, ik kan er beter mijn werk van maken.” Nu is zij net als twee medewerkers drie dagen in dienst van de stichting Repair Café. Die krijgt over een periode van drie jaar rond de 4 ton subsidie, van Stichting DOEN, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het VSBfonds.

Als er een nieuwe locatie wordt geopend, gaan ze er vaak met een paar reparateurs naartoe, met de Repair Café bus. Ze zetten vlaggen met het logo voor de deur, leggen de ‘ik ben gered’-stickers klaar en de flyers met de leus ‘Weggooien? Mooi niet!’. Vorige week kwamen voor het eerst al die lokale organisatoren bij elkaar om hun ervaringen te bespreken.

Is dit geen oneerlijke concurrentie voor mensen die hun brood verdienen met het repareren van bijvoorbeeld kleding of fietsen? „Het is niet de bedoeling dat je hier je spullen afgeeft en later ophaalt”, zegt Martine Postma. „Het idee is dat je er zelf iets van leert, en erbij blijft terwijl je stofzuiger of je koffiezetapparaat onder handen wordt genomen. Veel van deze spullen zouden anders worden weggegooid. Alleen bij elektrische apparaten moet je als leek er niet te veel aan prutsen. Elektriciens zijn overigens geen concurrent van bestaande reparateurs – die zijn er bijna niet meer.”

In het begin moest ze reparateurs zoeken via vrijwilligerscentrales, winkels en vrienden en kennissen; nu komen ze hun diensten aanbieden. Theo van den Akker, die net zijn beste krachten heeft gegeven aan de wekker, is in het dagelijks leven belastingconsulent. Maxim van Wijk, wanhopig in gevecht met de elektronica in een music center, is copywriter; Peter Groen, die een streng kerstverlichting weer aan de praat probeert te krijgen, heeft een eigen timmerbedrijf. Als je de uren zou kapitaliseren die zij vandaag alleen al aan die kerstverlichting van een tientje en die wekker van een paar euro hebben besteed, dan werden het ineens extreem kostbare voorwerpen. Maar daar gaat het ze uiteraard niet om. Groen koestert de diepe overtuiging dat „het vanuit het perspectief van de aarde onbetaalbaar is om al die spullen weg te gooien, en juist betaalbaar om ze te repareren”. Repareren en bewaren beschouwt hij als een vorm van activisme, dat inspanning en geduld vereist, „maar ook heel bevredigend is.”

Achter de schijnbare directheid en eenvoud van het Repair Café schemert een fundamentele kritiek op onze economie en de bijbehorende overproductie. Het deugt niet, zegt Martine Postma, dat arbeid duur is en grondstoffen goedkoop. „We jagen de schaarse grondstoffen in razend tempo er doorheen terwijl veel arbeid ongebruikt blijft. Als de belasting op grondstoffen omhoog gaat, wordt het repareren automatisch goedkoper. En weer gewoner.”