Nu doen. Nu. NU!

Lezen van dit recept is niet zonder risico. En het maken ervan is zelfs licht ontregelend. Want als je eenmaal zelfgemaakte vlierbloesemlimonade hebt geproefd, is geen park of fietspad meer veilig, rond deze tijd.

Luilekkerland. Overal hangen de grote witte bloemschermen in de boom-achtige struiken die kennelijk – en terecht – erg populair zijn bij gemeentelijke groendiensten. Dit oversized fluitenkruid ruikt lekker, en smaakt geweldig. En het heeft ook nog de reputatie gezond te zijn: vooral bij koorts en virusinfecties.

Bovendien is het niet moeilijk om van het plukken een mooi kinderevenement te maken. Ook voor jongetjes. Niks poezelige bloesems en een soort manische mei-dans. Jacht met hindernissen, daar hebben we het over. Inclusief zakmessen, scharen, klimmen en wegduiken achter (vlier)struiken.

Het helpt dat het niet ondenkbaar is dat het verboden is om de bloesem te plukken. Ik heb halfslachtige pogingen gedaan om dat te controleren, maar de vage dreiging van arrest en misschien zelfs gevangenis (een vurige wens van mijn zoon) zijn inmiddels een belangrijke attractie van de vlierbloesemjacht. Iemand moet opletten, en iedereen moet wegduiken.

De bloesem moet dus liefst uit afgelegen struiken worden geknipt. Dat heeft als voordeel dat niet alle struiken in het directe zicht kaalgeplukt worden. Dan is het zoeken naar de witste, volste bloemschermen. En als ze zo hoog hangen dat er op schouders moet worden geklommen om ze te kunnen plukken – zo zij het.

Eenmaal thuis is er nog het interessante arsenaal aan insecten te bewonderen dat je uit de bloesems schudt voor je ze verwerkt. Spinnen, torretjes, luizen, allemaal onder het vergrootglas.

Vlierbloesem is erg lekker als snelle thee – een scherm in heet water met wat honing. Ook een scherm in een grote kan water, eventueel met een schijf citroen levert een subtiele dorstlesser op.

Maar ik vind de limonade die je ermee maakt ongeveer de lekkerste drank van de zomer. Ook heel lekker als scheutje in witte wijn. Er zijn nogal wat recepten in omloop, met als belangrijkste verschil de temperatuur van het water als het de bloesem raakt. Dit recept kreeg ik ooit van een vriendin, en vind ik nog steeds ’t lekkerst.

Kook twee liter water in een grote pan. Doe daar, van het vuur, de schermen in en duw ze goed onder. Dan worden de bloemen niet bruin, hoewel dat de smaak niet beïnvloedt. Snijdt twee citroenen in achten en voeg die toe. Los daarna de suiker en het citroenzuur op in het brouwsel, voeg sap van de overgebleven citroen toe, deksel op de pan en laten staan. Dagen, zeggen sommigen. Alleen bij volle maan, zeggen weer anderen. Ten minste een etmaal, zeg ik. Zeef het mengsel door een fijnmazige theedoek en giet het in schone, uitgekookte flessen. Ik vries zelf altijd een deel in, want het is, ook gekoeld, niet onbeperkt houdbaar.