'Klassiek is uitgeput'

Het Holland Festival besteedt speciale aandacht aan componist Micha Hamel (41) van wie twee nieuwe werken in première gaan. De belangrijkste: een aan hemzelf opgedragen Requiem voor het westerse beschavingsideaal.

Nederland, Amsterdam, 25 mei 2012 Micha Hamel, componoist, dirigent en dichter Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Als de westerse beschaving dan toch ten grave moet worden gedragen, dan maar beter afspreken in een patserig café. En ’s avonds, want dan mag er tenminste wijn bij worden gedronken. De dagen zijn daarvoor te vol.

Componist Micha Hamel is met de auto gekomen uit zijn woondorp in de Vechtstreek, „een prettige mix van kakkers, christelijke boeren, ex-Randstedelingen plus drie allochtonen.” Maar meestal fietst hij dezer dagen heen en weer tussen huis en de Amsterdamse Prinsengracht, waar hij in De Duif repeteert voor zijn Requiem. Het fietsforenzen kost hem dagelijks ruim twee uur, maar het is een effectieve remedie tegen het „pannenkoekachtig” gebrek aan fysieke inspanning. En in die twee keer zeventig minuten is zijn hoofd ook meteen weer helder. „Anders hebben mijn vrouw en drie zonen toch niks aan me.”

Het is voor het eerst dat Micha Hamel, die als multitalent altijd al zijn aandacht verdeelde over componeren, dichten en dirigeren, optreedt als regisseur van eigen werk. Zijn telefoon blijft aan van ontwaken tot bedtijd, anders gaan er dingen mis. Het ensceneren van Requiem, zijn persoonlijke ritueel voor tenor, piano en ensemble, vereist voortdurende afstemming. De gekozen teksten zijn niet die van de Latijnse dodenmis, maar famous last words van kunstenaars en wetenschappers; Hamels eigen selectie – net als Brahms eerder deed in zijn Ein Deutsches Requiem. „Er zijn al veel mooie requiems gecomponeerd natuurlijk. Vooral die van Fauré en Mozart. Mozart breng ik zelfs nog een groet middels een tel stilte na de achtste maat van het Lacrimosa.”

En toch zegt u: het is gedaan met de westerse kunstcultuur?

„We bevinden ons op een kruispunt, ja. Hoe nu verder? Dat is de vraag waar iedereen mee worstelt. De kunst houdt natuurlijk niet op. Maar de manier waarop kunst wordt ontvangen en het belang dat eraan wordt gehecht zijn wezenlijk aan het veranderen. In onze hyperdemocratie geven grote groepen mensen niks om kunst. Dat was nooit anders, maar dankzij Twitter en GeenStijl krijgt iedereen nu een even harde stem. Daar komt bij dat kunst voor iedereen makkelijk bereikbaar is, maar dat tegelijkertijd mensen meer in hun eigen kringetje ronddraaien. Iedereen heeft zijn eigen digitale zeepbel met een gemeenschap van vrienden en een Google-fuik die maakt dat je zowat gevangen zit in je eigen web van referenties. Dat maakt het moeilijker te erkennen dat er ook iets anders kan zijn, buiten je eigen bel, wat toch van belang is.”

Wat uiteindelijk leidt tot marginalisering. Terwijl de politiek publieksbereik juist tot cruciaal criterium maakt.

„De politiek heeft het gewoon opgegeven. Er is geen leidend principe meer dat vindt dat kunst doorstraalt op de kwaliteit van leven in onze maatschappij. Iedereen mag zijn eigen geluk maken. Het sublieme – dat zijn we zelf geworden. De vraag is alleen: wat houdt dat ‘zelf’ in wanneer je je onafgebroken in je eigen, gepersonaliseerde wereld bevindt?”

Is dat reden een Requiem aan de kunst op te dragen? Het heeft zoiets, ja, nostalgisch.

„Nee, daar gaat het niet om. Hoe ouder je wordt, hoe meer het draait om afscheid nemen. Dat is gewoon zo. De huwelijken in je agenda worden begrafenissen. En die rituelen hebben een duidelijke functie; ze zijn nodig om tot aanvaarding van het verlies te komen. In dit geval: het verlies van het optimistische geloof dat kunst kan verheffen en ons tot betere mensen maakt.”

Want u vindt: dat is wél zo.

„Natuurlijk geloof ik dat – als ik bij voorbeeld een symfonie van Beethoven dirigeer – mensen daar gelukkiger van kunnen worden. Maar wat zegt dat? Niet dat ik mijn zoontjes, die niks hebben met muziek, ga dwingen ernaar te luisteren. Ook niet dat ik ga zeuren over ‘het verlies van de oude wereld’. Ik ga gewoon door. Als kunstenaar heb je de plicht nieuwe wegen te ontdekken en die te tonen. Elke tijd heeft zijn eigen charmes. De romantische muziek die wij zo mooi vinden, is ook het product van een tijd waarin praten over jezelf veel minder expliciet gebeurde dan wij nu gewend zijn. Kunstenaars waren de uitzonderingen die, in hun kunst, zichzelf wél uitten.

„Geen tijd is ooit één samenhangend geheel. Tegenover alle goede uitvindingen staan veel meer mislukkingen. Waarom zou ik daar naar terugverlangen? De mogelijkheden van de kunst, die moet je levend houden. Vroeger werd moraliteit aan kunst gekoppeld, nu is duurzaamheid ons nieuwe kompas voor moreel zuiver leven. Dáár ligt de enige weg – voor de wereld, maar ook voor de kunsten. Zoals sinoloog/journalist Ian Buruma het verwoordde: ‘Cosmpolitism is our only chance’. Dat is ook wat ik als lector nieuw muziektheater aan het conservatorium van Rotterdam propageer. Wie een deuk in de wereld wil slaan, moet geen fluitsonate gaan componeren. De grammatica van de gecomponeerde muziek is uitgeput. Je kunt beter werken aan vernieuwing van de context. De toekomst ligt, ook voor de kunsten, in multidisciplinair samenwerken.”

U zult zich dus nooit meer wagen aan een ‘oud’ genre als, zeg, een orkestwerk?

„Nee. Symfonische muziek heeft zoveel prescripties, ik vind dat een uitgeputte vorm: alles wat kan, is gedaan. Ik ga ook niet meer naar symfonische concerten, ik heb dat wel gehoord. Wat overigens absoluut niet betekent dat ik vind dat alle orkesten dan maar moeten worden opgeheven. Ik mis abstractieniveau in de discussie over het bezuinigen op kunst. Onze regering is ‘liberaal’ maar wil wel dicteren hoe er wordt bezuinigd. Dat klopt niet. Wanneer je liberaal handelt, zou je moeten zeggen: hier is het geld, los het verder op.”

Nog heel even over die duurzaamheid... reed u zelf niet in een Amerikaanse auto?

,,Niet meer, helaas. De benzine werd te duur. Maar ik vind die oude Amerikaanse sleeën nog steeds geweldig. Ze stralen kracht en optimisme uit. Het levensgevoel van na de Tweede Wereldoorlog: een wereld die opengaat. De subversieve aanstellerigheid van zogenaamde low riders, van die pronkwagens uit de jaren tachtig, vind ik trouwens ook prachtig. Dat je je auto zo belangrijk gaat vinden dat je er spoilers op gaat schroeven en vlammen op gaat schilderen, dat heeft iets zeer vrolijks. Je wilt gezien en bewonderd worden, maar houdt er geen rekening mee dat mensen jouw auto ook weleens heel erg lelijk zouden kunnen vinden. Die blinde geestdrift, die heb ik als kunstenaar zelf óók.”

Maar wie alom bewonderd wil worden, moet misschien geen Requiem voor het Holland Festival schrijven.

„In het algemeen doe ik echt mijn best een breed publiek te bereiken. Door overal gedichten voor te lezen, door op te treden met Gordon. Ik zeg geen nee meer tegen dingen die me leuk lijken. Ik ben ook niet meer bang om me vies te maken. Het enige criterium is nog dat ík iets fijn of mooi vind, of er blij van word. Ik houd óók erg van strips en horror.”

Misschien is het schrijven van een horrormusical voor Albert Verlinde een idee.

„Ik heb voor de Reisopera in 2008 al Snow White, een tragische musical, gecomponeerd.”

Maar dat was metamuziek, muziek over andere muziek.

„De aanname dat ‘ik’ als entiteit identificeerbaar moet zijn in mijn werk is een illusie. Als jij naar Lord of the Rings gaat, interesseert het je toch niet wie die mooie kostuums heeft gemaakt? Of ‘ik’ in Snow White te horen was, weet ik niet. De veelvoud van stijlen die ik in de eerste akte opvoer, is in elk geval wel onderdeel van mijn identiteit. In de derde akte veeg ik al die leuke liedjes dan weer van tafel met lyrische, pluritonale muziek, en die muziek ben ik óók. Vroeger maakte ik een onderscheid tussen mijn jeugdtheatermuziek, die heel vrij was, en mijn serieuze stukken. Nu loopt alles door elkaar, in Requiem ook. Ik stel me voor dat ik in de zaal zit en wat ik dan wil horen. Dat is de enige leidraad.”

U droeg uw Requiem op aan uzelf.

„Ik heb een depressie overleefd. Gevoelsmatig leef ik in bonustijd. Als je depressief bent, produceren je hersenen rare gedachten. Je gaat geloven dat de wereld zo in elkaar zit dat alles wat gebeurt een straf is voor wie jij bent. Suïcide zou zinvol zijn, denk je dan, ook ecologisch is die optie verkieslijk. Zo dacht ik. Ik viel uit elkaar. Het kostte veel wachten, therapie en pillen om te herstellen...”

...en weer je oude zelf te worden?

„Nee, je wordt nooit meer de oude en dat hoeft ook niet. Ik wil niet terug, ik wil héén. Ik ben geen dertig meer en verlang er ook niet naar terug. Ik ben 41, ik heb lang haar en een leren jas, ik rijd in een Renault Espace en in mijn halletje slingeren hockeysticks. En ik regisseer mijn eigen Requiem. Dat had ik vroeger, uit respect voor andermans vakmanschap, nooit gedurfd.”

‘Requiem’: 5 en 6 juni De Duif, Amsterdam. De Rode Kimono, Hamels multimediale voorstelling over Breitner, is uitverkocht. Lezing: ‘The Need for a Poetic Life’, 10 juni Muziekgebouw. Inl. hollandfestival.nl