Ik zei tegen m’n dochter: reken jezelf niet rijk

Foto Rien Zilvold

Wie: Aletta Verkerk (41)

Wat: Moeder van vmbo-eindexamenkandidaat Noëlle van de GSG Leo Vroman

Het was geen verrassing dat Noëlle vorig jaar zakte voor haar eindexamen. Het hele jaar had ze weinig gedaan. Geen zin in huiswerk, weinig motivatie, ze was met haar hoofd bij andere dingen. Natuurlijk vond ik dat als ouder niet leuk, maar wat moet je? Je kan boos worden, maar dat heeft weinig zin. Nu is ze zeventien, een jaartje ouder en dus wat wijzer. Ze heeft meer verantwoordelijkheidsgevoel. Ze weet nu ook wat ze wil: de stewardessenopleiding. Ze is al aangenomen, ze heeft nu een doel. Vorig jaar ontbrak dat.

Mede daarom heb ik dit jaar goede hoop dat ze het gaat halen. Ook al zijn de eisen dit jaar aangescherpt. Het gemiddelde cijfer van alle eindexamenvakken moet een 5,5 of hoger zijn. Compenseren met goede cijfers van de schoolexamens kan niet meer. Of dat bij alle leerlingen voldoende is doorgedrongen, vraag ik mij af. Ik heb het mijn dochter laatst nogmaals uitgelegd. Zo van: reken jezelf niet te snel rijk, hoe hoger hoe beter.

Ik ben zelf ook werkzaam in het onderwijs, op het [regionaal opleidingencentrum] ID-College, waar ik docente ben bij de vakgroep uiterlijke verzorging. Zelf houd ik ouders zoveel mogelijk op de hoogte. Bij absentie bel of mail ik vaak even. Sinds een jaar of twee zitten we er dichter bovenop, vooral met het oog op het tegengaan van schooluitval.

Als ouder heb ik me dit jaar afzijdiger gehouden dan vorig jaar. Het ging ook veel beter met Noëlle, dus ik had ook minder reden om mijn licht op te steken bij docenten of mentoren. Als ik dat deed de laatste jaren, lette ik wel op de toon. Geen agressief mailtje, maar gewoon: hallo, daar ben ik weer, ik zou graag dit en dit willen weten. In al die jaren heb ik altijd keurig netjes antwoord gekregen. Ik heb nooit het gevoel gekregen dat ik een lastpak was.

Thuis beschouw ik het als mijn taak om mijn dochter zoveel mogelijk te helpen. Vooral bij haar planning. Dat blijkt vaak lastig. Verder is het vooral rust creëren, geregeld vragen hoe het gaat en zorgen dat ze op tijd op school is. Ik werk vlakbij dus Noëlle rijdt vaak mee. Die is zelden of nooit te laat.

Wat ik van belang vind, is dat alle partijen van elkaar weten wat er verwacht wordt. Wat verwacht de school van leerlingen en ouders, en andersom? Wat zijn de regels, hoe gaan we met elkaar om? Dat is hier goed geregeld, maar het is dan ook een overzichtelijk geheel: een vmbo-vestiging met zo’n driehonderd leerlingen. Ouders moeten niet alleen te rade gaan bij de school, ze zouden af en toe ook in de spiegel mogen kijken. Zo van: wat kunnen wij doen of wat hebben wij gedaan om de schoolprestaties van onze zoon of dochter te verbeteren?