Iedereen treurt om het schilderij dat Zuma zwart maakte

Het bekladde schilderij van president Zuma met geslacht uit de broek is sinds gisteren niet meer te zien. Er is geen censuur, zeggen wit en zwart. De natie had ‘oprecht’ pijn.

Twee weken lang sprak Zuid-Afrika nergens anders over. Het schilderij ‘De speer’, waarop president Zuma is afgebeeld in Lenin-pose met zijn geslacht ontbloot, leek symbool te staan voor een steeds angstiger opererend ANC, voor een bevrijdingspartij die de idealen van Nelson Mandela overboord had gegooid. Maar van een eenvoudige affaire over vrijheid van meningsuiting ontwikkelde de rel zich tot een maatschappelijk drama over cultureel onbegrip en de Zuid-Afrikaanse identiteit. Of het gebrek daaraan.

Enkele dagen voor de opening van de tentoonstelling ‘Hail to the Thief II’ van de blanke Kaapse kunstenaar Brett Murray liep ik binnen bij de prestigieuze Goodman Gallery. Werklieden hingen felgekleurde popartachtige werken op met teksten die weinig aan de verbeelding overlieten. ‘Voorwaarts kameraden’, stond er onder het beeldmerk van Johnnie Walker Black Label. Dure whisky is in de politieke beeldvorming het gelukselixer van de nieuwe zwarte elite, rijk geworden door politieke connecties. Andere beelden toonden het ANC-logo met de tekst ‘te koop’ erdoorheen.

Typisch zo’n kunstenaar uit oppositiebolwerk Kaapstad, grapte ik met de zwarte receptiedame. Erg inspirerende kunst was het niet, concludeerden we. De doeken zetten niet tot denken aan: dat had de kunstenaar al voor ons gedaan. De vernissage liet ik aan me voorbij gaan.

Daar kreeg ik spijt van toen de ANC-gezinde krant City Press enkele dagen later het portret ‘De speer’ groot afdrukte. Het ANC reageerde woest. De rechter moest ervoor zorgen dat dit „smakeloze” en „vulgaire” beeld uit de galerie en van de website van de krant verdwijnen zou.

Het werd een raciale kwestie – en toch ook weer niet. Het naakt afbeelden van een oudere man, een leider zelfs, druiste in tegen ‘de Afrikaanse cultuur’, zei ANC-partijsecretaris Gwede Mantashe. In kranten verschenen brieven waarin de blote Zuma vergeleken werd met Saartjie Baartman, die als ‘Hottentot-Venus’ met haar forse derrière in de achttiende eeuw in Europa tentoon werd gesteld. Dit ging over blanke vooroordelen over de zwarte seksualiteit.

Ik interviewde een zwarte kunstenaar. Hij vond het een „prachtig schilderij” dat „in internationale beeldtaal” afrekende met Zuma’s polygame levensstijl.

Aan de andere kant roerden steeds meer blanken zich die het schilderij „ongepast” vonden. Het is in Zuid-Afrika nooit wat je denkt. Dat bleek helemaal toen een godvruchtige blanke het kunstwerk besmeurde. Een ANC-fan was hij niet, zei hij, maar Zuma was wel zijn president.

Het echte keerpunt volgde in de rechtbank. De advocaat van Zuma barstte in tranen uit toen hij, tegenover een witte rechter, probeerde uit te leggen dat het nieuwe Zuid-Afrika voor veel mensen weinig verandering heeft gebracht. De man was in de jaren tachtig als ANC-activist in dezelfde rechtbank door een apartheidrechter veroordeeld tot gevangenisstraf op Robbeneiland. De advocaat van de Goodman Gallery troostte de ANC-advocaat. De rechtszaak werd onbeslist afgebroken.

„De controverse heeft opnieuw laten zien dat veel zwarte mensen boos zijn omdat ze het gevoel hebben dat witten nog steeds de dienst uitmaken en weigeren ze als gelijken te behandelen”, schreef de invloedrijke columnist Steven Friedman.

Het verdriet is „oprecht”, erkende de hoofdredacteur van City Press, die aanvankelijk hoog van de toren blies over vrijheid van meningsuiting. Ze verwijderde het beeld van haar website. „Ik begrijp de pijn”, zei de directeur van Goodman Gallery gisteren. Ze verwijderde het besmeurde schilderij.

Was ze gezwicht voor censuur? Ze vond van niet. Het ANC wilde tenslotte niet de hele, zeer kritische, tentoonstelling sluiten, zei ze op een persconferentie broederlijk naast de ANC-woordvoerder. Boven hun hoofd, een uur lang live op televisie, een ander kunstwerk van Brett Murray. ‘Promises, promises, promises’, stond er in Sovjetrode drukletters.

Peter Vermaas