‘Hunebedbouwers leefden naast doden’

Hunebedbouwers woonden mogelijk pal naast hun doden. Dat is de voorzichtige conclusie van de Groningse archeoloog Stijn Arnoldussen nadat deze week honderden scherven van kookpotten, fragmenten van vuurstenen bijlen en andere sporen zijn gevonden op zo’n zeven meter van een hunebed in de Drentse gemeente Borger-Odoorn. De resten stammen deels uit de periode van de Trechterbekercultuur, circa 3600 voor Christus.

Op de vindplaats zijn honderden paalsporen aangetroffen; grondverkleuringen die plekken markeren waar stallen en huizen hebben gestaan. Met de koolstof-14-methode is een spoor gedateerd op de periode dat hunebedden werden gebouwd.

„In mijn droomscenario ontdekken we een herkenbare woonstructuur of huisplattegrond”, zegt Arnoldussen. Nooit eerder werd in Nederland een huis uit de Trechterbekercultuur gevonden. „Als dit zo is, dan hadden de hunebedbouwers hun doden als buren. Een andere omgang met doden dan wij.”

De scherven werden dinsdag bij toeval gevonden door een amateurarcheoloog. Door een administratieve fout werd het terrein afgegraven in plaats van gefreesd. Arnoldussen: „De omgeving is beschermd. Je krijgt dus nooit de kans om een groot terrein naast een hunebed te onderzoeken.”