Hoe saai wordt 't EK dit jaar?

Het risicoloze, op resultaat gerichte voetbal is opnieuw in opkomst, stelt Rutger Lemm. Dat is slecht nieuws voor de voetballiefhebber.

Amerikanen houden niet van voetbal. Zelfs de komst van David Beckham kon dit sportgekke land niet overtuigen. Ze vinden het maar saai, die mannen die elkaar minutenlang de bal toespelen.

In zekere zin hebben de Amerikanen gelijk: voetbal kan verschrikkelijk saai zijn. Voetballiefhebbers wachten echter graag op die ene actie, die ene wedstrijd, of die ene climax waarbij de sport alle schroom van zich afgooit en de sensatie en de schoonheid je opzuigt. Juist deze onvoorspelbaarheid maakt voetbal tot een vreemd, maar enerverend spel. Bij een tenniswedstrijd wisselen de spelers keurig van servicebeurt en kan men in het net of buiten de lijnen slaan. Het is zelden saai, soms bloedspannend, maar altijd voorspelbaar. Bij basketbal kun je alleen schieten of dunken en forceert een schotklok de actie. Bij voetbal kun je de bal in het doel schieten. Maar je kunt ook koppen, slidings maken, schouderduwen, shirtje trekken, hakjes geven, omhalen, op de borst aannemen, tijdrekken, volleren. Je kunt massaal aanvallen of met z’n allen voor de goal hangen. Je kunt het in de stromende regen spelen, of in de hitte. Het kan 0-0 worden, maar ook 8-3.

Deze onvoorspelbaarheid is de reden dat Amerikanen de sport niet kunnen pruimen: bij hun nationale sporten honkbal en basketbal zijn de vrijheden beperkt om vermaak te garanderen. Het is ook niet gemakkelijk om verliefd te zijn op voetbal: je bent ooit als een blok voor haar gevallen na het zien van een prachtige goal, maar tijdens de relatie blijkt dat ze niet altijd zo prettig is om mee te leven. Je liefde wordt vaak op de proef gesteld. Door Mark van Bommel bijvoorbeeld.

De aanvoerder van het Nederlands elftal zei dinsdag in een interview met deze krant dat hij de aantrekkelijkheid van het spel ondergeschikt vindt aan het resultaat: „Aan het einde van je carrière tellen de prijzen, niet of je mooi hebt gevoetbald”, aldus Mark Peter Gertruda Andreas van Bommel, utilist.

Dit is precies het soort zakelijke houding waar de sport aan kapot kan gaan. Ik denk terug aan 2004, toen Griekenland het EK in Portugal won. Het was een verschrikkelijk toernooi, waarbij trainers het accent op de verdediging legden en zo op een zakelijke overwinning gokten. Deze trend werd gesymboliseerd door de Nederlandse bondscoach Dick Advocaat, die tijdens de een van de weinige aantrekkelijke wedstrijden tegen Tsjechië bij een 2-1 voorsprong aanvaller Arjen Robben wisselde voor rechtsback Paul Bosvelt, waarna met 2-3 verloren werd. De Grieken waren meesters in deze zakelijkheid – overigens vrij ironisch gezien de huidige economische situatie. Ze wonnen bijna elke wedstrijd (inclusief de finale) met 1-0.

De variatie leek uit het voetbal verdwenen te zijn. Voetbal was zo’n grote sport geworden, met zoveel belangen, zoveel geld en zoveel aandacht, dat het de amusementswaarde van een potje schaken had gekregen. De schoonheid en plezier van het spel hadden plaatsgemaakt voor risicovrij catenaccio.

Maar er gloorde hoop aan de horizon. In Spanje bouwde FC Barcelona onder stille aanvoering van Johan Cruijff aan een team dat tegen deze trend van saai en zakelijk voetbal in moest gaan. Onder trainer Frank Rijkaard schitterden spelers Eto’o, Xavi en Ronaldinho en wonnen met flitsend, aanvallend voetbal prijs na prijs, met de Champions League in 2006 als hoogtepunt. Rijkaards opvolger Pep Guardiola perfectioneerde het offensieve combinatiespel en veroverde samen met spelmaker Messi alle mogelijke trofeeën. De speelstijl inspireerde onder andere het Nederlands elftal en Spanje, dat in 2008 met prachtig voetbal Europees kampioen werd. Juist met aanvallend, open spel werden resultaten geboekt.

Maar Van Bommels woorden zijn typerend. Het lijkt erop dat de sport het komende EK terugkeert naar risicoloos 2004, deze keer ingegeven door financiële tekorten in plaats van gouden bergen. Real Madrid won dit jaar de Spaanse landstitel met trainer José Mourinho, de architect van het nieuwe antivoetbal. De Koninklijke aartsrivaal van Barcelona lijkt onder zijn leiding definitief de troon herwonnen te hebben. Hij inspireerde zijn oude club Chelsea dit seizoen tot een cynische tactiek, waarbij elf man voor de eigen goal hingen en de Catalanen uitschakelden in de halve finale van de Champions League en net zo onterecht Bayern München versloegen in de finale.

Misschien is deze golfbeweging inherent aan zo’n veelzijdige sport. Misschien hoort het ook bij een intense relatie, waarbinnen haat en liefde elkaar afwisselen. Maar juist dankzij het relatief grote aantal vrijheden die het voetbal in zich draagt, bestaat het risico dat de sport zich beperkt. Aanvallend voetbal is niet naïef, zoals Van Bommel schamper opmerkt. Het benut alle mogelijkheden van de sport juist optimaal, waardoor het beter en interessanter wordt en de grenzen van onze fysieke mogelijkheden worden opgerekt. Juist die heroïek zou voor een sporter belangrijker moeten zijn dan prijzen. Resultaatvoetbal is niet alleen saai, het is laf en zorgt voor stilstand. We zullen de komende maand zien of er nog dappere trainers zijn.

Anders moet ik met pijn in mijn hart op zoek naar een andere sport. Ik hoor veel goede dingen over Ultimate Frisbee.

Rutger Lemm is publicist en hoofdredacteur van online tijdschrift hardhoofd.com.