Hoe een cultheld padvinder wordt

De samenwerking met Wes Anderson stond al jaren op het lijstje, maar pas nu had de regisseur een rol voor acteur Edward Norton.

Peter de Bruijn

Filmrecensent

‘Negentig procent van deze rol bestaat alleen uit het dragen van het uniform”, zegt Edward Norton grinnikend vanachter een interviewtafeltje tijdens het filmfestival van Cannes. De Amerikaanse acteur, nog altijd het meest bekend van cultklassieker Fight Club (1999), speelt een hopman in Moonrise Kingdom, de nieuwe film van Wes Anderson, die het filmfestival van Cannes opende. Tijdens een kampeersessie raakt hij een twaalfjarige pupil kwijt, die is weggelopen met zijn vriendinnetje.

De samenwerking van Norton en Anderson zat al jaren in de pijplijn. Al ten tijde van Andersons doorbraakfilm Rushmore (1998) stuurde de acteur hem een bewonderende brief. Daaruit volgde een correspondentie vol wederzijdse waardering. Maar pas nu had de regisseur een rol voor Norton. „Ik weet ook niet precies waarom Wes na al die jaren ineens aan mij dacht, toen hij een padvinder nodig had. Misschien omdat hij weet dat ik een echt buitenmens ben: ik hou van duiken en ik ben zelf ook een echte kampeerder.”

U heeft niet in heel veel andere komedies gespeeld.

„Meer dan mensen vaak denken. Maar ik zie de films van Wes ook niet per se als komedies. Daarvoor zit er te veel triestheid en melancholie in zijn werk. Zijn films gaan altijd over buitenstaanders die nergens bijhoren en in de loop van de film proberen om hun eigen familie te creëren.”

Bent u zelf padvinder geweest ?

„Nee. Ik heb naar oude voorlichtingsfilms van de padvinderij gekeken uit de jaren zestig om me voor te bereiden. Vaak zijn die films onbedoeld heel komisch. Daarin zie je ook dat leiders voortdurend aan het roken zijn, terwijl ze hun hilarische oefeningen doen. Daar kwam het idee vandaan mijn personage steeds met een sigaret in zijn mond te laten rondlopen.”

Is Anderson een veeleisende regisseur voor acteurs?

„Zijn werkwijze is heel precies. In dialogen zal hij niet snel een woord veranderen tijdens het draaien. Van de meeste shots maakt hij eerst een storyboard. Als acteur heb je daar weinig zeggenschap over, maar dat geldt voor bijna alle films. Het gebeurt maar zelden dat een regisseur zijn scènes opbouwt rond de acteur. Meestal is het andersom.”

Probeert u in uw werk grote studiofilms en arthousefilms zoals van Anderson af te wisselen?

„Ik heb het geluk dat ik zelf keuzes kan maken. Het is al heel lang geleden dat ik een film om een andere reden heb gemaakt dan simpelweg omdat ik de film wilde maken. De meeste films waar ik bij betrokken ben, hebben weinig te maken met het studiosysteem van Hollywood. Ik woon ook niet in Los Angeles, maar in New York. Meestal maak ik eerst de film, vaak met vrienden, en kijken we pas daarna aan wie we de film kunnen verkopen. Ik heb veel meer films gemaakt buiten de machinerie van de studio’s om dan daarbinnen.”

In deze film moet u veel met kinderen werken. Lastig?

„Dat kan rampzalig zijn, als de kinderen voortdurend worden begeleid door een leraar of door hun ouders. Sommige acteercoaches maken kleine robotten van kinderen. Maar Wes is er briljant in geslaagd om de kinderen in deze film ook echt kinderen te laten zijn.”

Moonrise Kingdom speelt zich af in de jaren zestig. Hoe belangrijk is dat?

„Dat geeft aan de film een zekere onschuld. Voor het verhaal is het ook goed dat de personages niet de beschikking hebben over allerlei moderne communicatiemiddelen. Dat zorgt voor een mooie, ouderwetse sfeer.”

U houdt niet zo van moderne communicatiemiddelen als Facebook en Twitter?

„Ik zit niet op Facebook, maar Twitter vind ik interessant. Ik vind het geweldig dat mensen met elkaar een netwerk vormen en niet meer afhankelijk zijn van studiobazen of filmcritici die zeggen wat ze moeten zien. Tien jaar geleden hadden mensen misschien vijf informatiebronnen en nu vijfhonderd. Dat is bevrijdend. Ik gebruik Twitter om van tijd tot tijd de aandacht te vestigen op films en documentaires die ik heel goed vind. Dat is een geweldig middel om 1,5 miljoen mensen te bereiken, ongeveer het aantal volgers dat ik heb. De macht komt zo meer bij de makers en ook bij het publiek te liggen.”

Vindt u dat filmcritici slecht werk afleveren?

„Nee. Maar de kritiek heeft wel beperkingen. Recensenten zijn per definitie geen normale mensen, omdat ze zo veel films zien. Hun referentiekader verandert daardoor volledig. De gemiddelde filmkijker kijkt volgens mij veel meer met een open blik. Maar los van de critici: ik vind het gewoon heel mooi als films uit allerlei verschillende landen plotseling op een nieuwe manier hun publiek vinden.”