Gaatje in de muur tussen India en Pakistan

De handel tussen India en Pakistan, erfvijanden sinds 1947, stelt nog niets voor. Maar sinds de opening vorige maand van een splinternieuwe grensovergang bij Attari/Wagah gloort de hoop dat de ‘Berlijnse Muur van Azië’ tussen beide landen wordt geslecht. „Hier staat iets grootst te gebeuren.”

India en Pakistan zijn voorzichtig begonnen hun handelsbetrekkingen aan te halen. Half april werd bij Attari-Wagah een nieuwe grensovergang in gebruik genomen. Foto AP

Slechts een paar honderd meter van de beroemde Indiaas-Paki-staanse grensovergang Attari-Wagah, waar Indiase en Pakistaanse grenswachters elke dag bij zonsondergang onder luid gejuich van honderden toeschouwers een woest ritueel uitvoeren rond het strijken van hun vlaggen, ligt een uitgestrekt parkeerterrein. De meedogenloze hitte doet de lucht sidderen boven de nieuwe, nog smetteloze tegels.

Het terrein is vrijwel uitgestorven. Er staan slechts twee vrachtwagens. De rest van de tientallen laad- en loshavens aan de lange goederenterminal is leeg. De ene truck vervoert witte zakken cement uit Pakistan, de ander ruwe jute zakken met gedroogde vruchten uit Afghanistan. Ze gaan op de nekken van de Indiase dragers, die de zakken opstapelen in een nog vrijwel lege hal.

De Pakistaanse chauffeurs mogen geen contact met hen hebben. Overal hangen videocamera’s. De wagens en de antecedenten van de chauffeurs worden onderzocht voordat ze toegang krijgen tot de terminal. Ze krijgen oranje hesjes aan en moeten ruim twee uur wachten, bewaakt door bewapende militairen.

De splinternieuwe grensovergang – integrated check post (ICP) – werd medio april in gebruik genomen. „We hebben drie jaar gebouwd”, zegt Rameshwar, die zoals sommige Indiërs slechts één naam hanteert. Hij is de manager van de Central Warehouse Corporation, de overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor de ICP. „Eerder lagen de stapels goederen gewoon in de open lucht. Er was geen weegsysteem, dus stuurden Pakistaanse handelaren vaak minder dan was besteld.”

Er heerst wantrouwen tussen India (1,2 miljard inwoners) en Pakistan (190 miljoen inwoners), erfvijanden die sinds de Pakistaanse afscheiding in 1947 vier oorlogen voerden. En dat belemmert de handel. Jarenlang bleef die onder de half miljard dollar (400 miljoen euro). Ter vergelijking: de handel tussen Nederland en India bedraagt meer dan vijf miljard euro. Vorig jaar bedroeg de regionale handel in Zuid Azië maar 5,5 procent van de wereldhandel, hoewel India inmiddels de derde economie ter wereld is.

Maar hoewel de politieke problemen tussen India en Pakistan voortduren, komt er beweging in het handelsverkeer. In 2006 schoot de Indiaas-Pakistaanse handel door de 1,6 miljard-dollargrens, een verdubbeling ten opzichte van het jaar daarvoor. Na de aanslagen van 2008 in Mumbai door Pakistaanse terroristen kneep de Indiase overheid de handel weer af. Maar sinds 2010 groeit die weer [zie grafiek]. De Confederation of Indian Industry verwacht voor dit jaar een stijging tot 8 miljard dollar en schat het totale handelspotentieel op 42 miljard dollar per jaar.

De groei begon met het ingaan van de South Asian Free Trade Agreement (SAFTA) op 1 januari 2006, dat inmiddels is geratificeerd door alle Zuid-Aziatische landen: India, Pakistan, Afghanistan, Bangladesh, Bhutan, Nepal, Sri Lanka en de Malediven. Per 1 januari 2013 moeten India en Pakistan hun tariefmuren hebben opgeheven en moet Pakistan stoppen met het hanteren van de ‘negatieve lijst’ met 936 producten die niet mogen worden ingevoerd.

In het kantoortje van manager Rameshwar zit een Pakistaanse handelaar. Een uit de kluiten gewassen, vriendelijke man, westers-informeel gekleed. „Hij is de eerste Pakistaanse handelaar die ik in mijn kantoor ontvang”, zegt Rameshwar. „Ze zijn nog wat angstig.”

„Wij zakenlui zijn apolitiek”, zegt de Pakistaan, die zijn naam niet gepubliceerd wil hebben. „Ik voer graag handel met Indiërs. Iedereen zal hiervan profiteren. Ook Nederlanders”, zegt hij met een lachje, en overhandigt zijn visitekaartje. Hij werkt voor Imperial Chemical Industries uit Karachi, sinds 2008 onderdeel van het Nederlandse Akzo Nobel onder de naam ICI Pakistan, en importeert uit India vooral soda.

Het lijkt erop dat de SAFTA een dooi in de Indiaas-Pakistaanse betrekkingen teweegbrengt. In februari werd India voor het eerst sinds 35 jaar bezocht door een Pakistaanse minister van Handel. Twee maanden later volgde een succesvol bezoek van de Pakistaanse president Zardari. Vorige week spraken de ministers van Binnenlandse Zaken van India en Pakistan af het visumregime te versoepelen.

Het contract moet nog ondertekend worden, maar dat kan de handelaar van ICI Pakistan/Akzo Nobel niet snel genoeg gebeuren. Hij moest maanden wachten op het visum dat hem uiteindelijk in Rameshwars grenskantoortje bracht. Hij moet zich steeds melden bij de politie en voor elke deelstaat die hij wil bezoeken een nieuw visum aanvragen. „Ik kan geen zaken doen als ik me niet vrij kan bewegen”, zegt hij.

Het gaat ook de Indiase zakengemeenschap te langzaam. De Indiaas-Pakistaanse grens wordt wel de ‘Berlijnse Muur van Azië’ genoemd. Er is slechts één overgang waar handel mag worden gedreven: de grenspost Attari-Wagah. Dat vormt een knelpunt voor de internationale handel vanuit India, niet alleen met Pakistan.

„In India is geen industrieel die om nationalistische redenen geen zaken zou willen doen met Pakistan”, zegt Suneet Kochhar, voorzitter van de Noord-Indiase afdeling van de Confederation of Indian Industry, in zijn kantoor in Amritsar, 29 kilometer van de grensovergang. „De wereld wordt aaneengesmeed via internet en handelsroutes. Dat moet nu ook gebeuren in Zuid-Azië.”

Kochhar is directeur van Khanna Paper Mills, dat papier maakt uit hergebruikt materiaal. Zijn nieuwste fabriek is gebouwd met Pakistaans cement. En eindelijk kan hij nu zijn rollen krantenpapier, waar in Pakistan grote behoefte aan is, rechtstreeks leveren.

Tot april moest hij een tussenhandelaar inschakelen, waardoor hij nauwelijks meer kon concurreren met Chinese en Europese fabrikanten. „Onze rollen gingen naar Lahore via Dubai, een reis van ruim 2.000 kilometer. Nu gaan ze over land via de ICP bij Attari, waar Lahore maar 38 kilometer vandaan ligt. Daar hebben we te lang op moeten wachten.”

Ook Jyoti Mitter kan het niet snel genoeg gaan. ‘Majoor’ staat op haar visitekaartje. Ze heeft haar legeruniform verruild voor een goudgerande sari. Ze was verantwoordelijk voor de munitieaanvoer van een Indiase tankeenheid, maar met Pakistanen heeft ze geen probleem.

Mitter werkt voor handelsonderneming Shore to Shore en verwoordt de frustratie, die nu voorzichtig plaatsmaakt voor hoop, van menig ondernemer in Noord-India. Zij lopen zich al decennia stuk op de 2.900 kilometer lange Pakistaanse grens die India isoleert. „Het opheffen van de handelsbeperkingen met Pakistan gaat over méér dan onze bilaterale betrekkingen”, zegt Mitter. „Als Pakistan open gaat, kunnen we eindelijk gebruik maken van grootschalig treintransport.”

Alle Indiase handel met Europa en veel van de handel met de snel groeiende Aziatisch markten, verloopt noodgedwongen via zeewegen. Vervoer per schip is relatief goedkoop, maar traag. Goederentreinen zijn snel, veilig, duurder dan schepen, maar goedkoper dan vrachtwagens.

India is bezig met het aanleggen van twee dedicated freight corridors, vertelt Mitter, spoorlijnen uitsluitend bestemd voor vrachtverkeer. Eén vanaf de westelijke haven Mumbai, en één vanaf de oostelijke haven Kolkata. Bij gebrek aan een landkaart tekent ze de lijnen in de lucht.

De vrachtcorridors vanuit Mumbai en Kolkata komen samen in de Indiase hoofdstad New Delhi. Daarvandaan gaat het via Amritsar naar de grens. „Pakistan is de poort”, zegt ze. „Hiervandaan kunnen we handel voeren met het Midden-Oosten en met Centraal-Azië. En via de snelwegen en spoorlijnen door Centraal-Azië en Rusland kunnen we ook Europa bereiken. Met de spoorlijnen van de Trans Asian Railway die nu worden aangelegd, krijgen we toegang tot China en de boomende markt van Vietnam.”

De nieuwe handelsroute is essentieel voor India, dat een fors handelstekort heeft en kampt met een verzwakkende roepie. De tijden dat de Indiase economie jaarlijks met ruim 8 procent groeide, lijken voorbij. Onlangs werd de groeiverwachting voor 2012 naar beneden bijgesteld tot 6,1 procent.

Het is voor de ontwikkeling van het land en het verheffen van de bevolking uit de armoede – volgens de Wereldbank woont in India een derde van alle armen ter wereld – belangrijk dat de Indiase economie weer harder gaat groeien. Dus moet India nieuwe markten aanboren. Tegelijkertijd groeit de Indiase economie nog steeds sneller dan de eigen energieproductie kan dragen. Er is grote behoefte aan olie en gas. Rusland en Centraal-Azië kunnen India zowel afzetmarkten als energie bieden.

Majoor b.d. Mitter tekent weer een lijn in de lucht, van Mumbai overzee naar de Iraanse haven Bandar Abbas en daarvandaan over land naar de Russische haven Astrakhan aan de Kaspische Zee. Vooralsnog loopt het grootste deel van India’s noordwaartse handel via deze route, omdat die Pakistan omzeilt. Maar de route is afhankelijk van traag zeevervoer, en zij voert via het steeds moeilijker toegankelijke Iran, dat verdacht wordt van uraniumverrijking voor een atoombom. „Het liberaliseren van de handel met Pakistan is de oplossing”, zegt Mitter.

Handelaren zijn positief gestemd. Jarenlang was grond bij de grens nog geen tiende waard van grond voor winkeltjes langs de autoweg, vertelt een perceelhandelaar van Dashmesh Proporties in zijn kantoortje langs de weg van Amritsar naar de ICP. „Nu is de grond aan de grens vier keer meer waard dan de grond hier, terwijl ook die in prijs is verdubbeld.”

Shore to Shore van majoor Mitter is bezig een eigen containerterminal te bouwen vlakbij het spoorwegstation in Attari, een investering van 14,5 miljoen euro. Ze beseft dat eerder van de ene op de andere dag de grenzen werden gesloten. Daar is maar één aanslag door Pakistaanse terroristen voor nodig. „Maar de handel groeit nu sneller dan ooit. Politici kunnen dit niet meer terugdraaien”, zegt ze vastberaden. „Wij denken dat hier iets groots staat te gebeuren.”