'Eenzijdige terugtrekking'

Israël moet desnoods eenzijdig een regeling opleggen als de onderhandelingen met de Palestijnen over een Palestijnse staat naast Israël niet van de grond komen. Dat heeft minister van Defensie Ehud Barak gisteren op een internationale veiligheidsconferentie in Tel Aviv gezegd.

Israël kan het zich volgens hem niet veroorloven werkeloos te blijven toezien. „We moeten proberen tot een akkoord te komen”, zei hij. „Maar als dat onmogelijk blijkt moeten we denken aan een interim-akkoord of zelfs aan eenzijdige actie”. Hij gaf geen bijzonderheden.

De vredesonderhandelingen zitten al jaren vast. In de tussentijd heeft Israël duizenden woningen gebouwd in joodse nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Er wonen nu tegen de 700.000 kolonisten in de bezette Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, waar de beoogde Palestijnse staat moet komen.

Premier Netanyahu, die onder druk stond van een krachtige lobby van kolonisten die hun greep op bezet gebied willen versterken, heeft zijn kabinet begin deze maand verbreed met de oppositiepartij Kadima. Dat heeft geleid tot speculaties over een nieuw vredesinitiatief.

Kadima-leider Shaul Mofaz heeft eerder opgeroepen tot een tijdelijke Palestijnse staat in ongeveer 60 procent van de Westelijke Jordaanoever tot een definitieve overeenkomst wordt bereikt. Palestijnse woordvoerders hebben dat idee van de hand gewezen. Palestijnse functionarissen verwierpen ook meteen de suggestie van Barak.

Het is niet duidelijk of Netanyahu een eenzijdige terugtrekking zou steunen. Hij was een felle tegenstander van de eenzijdige terugtrekking uit de Gazastrook die in 2005 door toenmalig premier Sharon werd uitgevoerd. (AP, AFP)