De dominante waarden van tycoon Lord Sugar

Please call on +44 (0)7973 263135

In de categorie reality competities blijft The Apprentice (BBC1) een ongeëvenaard voorbeeld: niet de originele Amerikaanse reeks met Donald Trump en nog minder de Nederlandse varianten met Bram Moszkowicz en Aad Ouborg, maar de Britse met Lord Sugar, waarvan het achtste seizoen zijn ontknoping nadert.

Het geheim van het succes zit niet alleen in de geraffineerde vormgeving, de regie die bij elke hobbel onmiddellijk de juiste gezichtsuitdrukking in close-up weet te vangen en de niet kinderachtige locaties en aankleding. Zelfs de bijdrage van de persoonlijkheid van selfmade tycoon Alan Sugar („als ik een vriend zoek, dan koop ik wel een hond”) is niet wat uiteindelijk het verschil maakt.

Ik denk dat de jacht op de ideale zakenpartner in de Britse versie vooral zo aantrekkelijk is door de obsessie met klasse en afkomst. In meer egalitaire samenlevingen als de onze is de eerste gedachte bij een kennismaking niet uit wat voor nest iemand komt. Voor de Britten is het of ze het nu willen of niet, altijd de onuitgesproken vaststelling bij het eerste contact.

Jarenlang hebben marxistische televisiewetenschappers uit de school van de zogeheten cultural studies aan universiteiten gedoceerd dat media dienen om al dan niet stiekem de waarden van de heersende klasse over te dragen. Maar sinds de hegemonie van de commerciële televisie, ook bij publieke omroepen, kun je die stelling niet meer volhouden. In The Apprentice domineren de waarden van Lord Sugar, een volksjongen uit Oost-Londen, die jongelui van Oxbridge wantrouwt en vindt dat marktkooplieden van nature de beste managers zijn.

In zijn beoordeling van de zestien kandidaten vallen het eerst goedgebekte vrouwen en minder assertieve mensen met een niet-Europese afkomst af. Maar ook deftige advocaten of MBA’ers maken weinig kans.

In een eerder deze week uitgezonden portret van The Final Five werden ook hun ouders en milieu geportretteerd. Alleen technoloog Nick Holzherr, geboren in Zwitserland, zou je tot de toplaag kunnen rekenen, maar Sugar vindt hem te timide. Hij heeft meer op met personeelsfunctionaris en worstelaar Ricky Martin, die zichzelf een alfamannetje noemt en zich ook zo gedraagt. Met pijn in het hart werd gisteren Adam Corbally ontslagen, een voormalige groenteboer die verder van weinig dingen verstand heeft, maar wel kan vechten.

De opdracht was om „betaalbare luxe” in de markt te zetten, geheel volgens de ideologie van de nieuwe rijken die The Apprentice zo geraffineerd belichaamt. Of er nu kunst, tweedehands spullen of chocola verkocht moet worden, het gaat om de marge. Maar verkoop nooit kwaliteitsvoedsel aan voetbalsupporters, vindt Lord Sugar. Behalve bij het gehate Chelsea.