De Commissie onderschat de fiscale windhandel in Nederland

Nederland is een soort hedgefonds voor fiscale windhandel geworden: particulieren en de overheid lenen om te beleggen. De Europese Commissie onderschatte gisteren de Nederlandse kwetsbaarheid, vinden Arnoud Boot en Lans Bovenberg.

Nederland is ruw wakker geschud. We behoren tot het sterke deel van de eurozone, maar de economische groei is bijna net zo laag als in Zuid-Europa. Fiscale windhandel met hypotheken en pensioenbesparingen, alsmede risicovolle bankbalansen, hebben de Nederlandse economie onnodig kwetsbaar gemaakt. Nederland is een soort hedgefonds geworden: particulieren en de overheid lenen om te beleggen.

Een fundamentele aanpak van het fiscale stelsel is nodig om de schuldenberg terug te dringen en meer risicodragend kapitaal te krijgen in de Nederlandse economie.

De Europese Commissie heeft gisteren redelijk positief gereageerd op de plannen van de Lentecoalitie. Wel wijst zij – terecht – op de noodzaak de fiscale subsidiëring van de hypotheekberg veel rigoureuzer aan te pakken. Het is evenwel verrassend dat de Europese Commissie, net als politiek Den Haag, de fundamentele kwetsbaarheid van de Nederlandse economie onvoldoende lijkt te onderkennen:

1De combinatie van een genereuze hypotheekrenteaftrek en belastingvrije spaarmogelijkheden zet aan tot extra lenen.

2De overheid belegt – hoe gek het ook klinkt – extra staatschuld via de uitstel van belastingafdracht over premies die zijn ingelegd bij pensioenfondsen. Immers, de overheid levert eerst belastingopbrengsten in door de fiscale aftrek van pensioenpremies en hoopt deze belegging in pensioenfondsen later terug te krijgen via belastingheffing op pensioenuitkeringen.

3De mismatch tussen bezittingen en schulden. Besparingen komen vooral terecht bij pensioenfondsen – die beleggen in het buitenland – en niet bij banken, die huishoudens en bedrijven financieren. Banken moeten daarom geld aantrekken in het buitenland om de Nederlandse economie te financieren. Nederland – particulieren en overheid – leent dus veel, om grote bedragen in het buitenland te kunnen beleggen. Banken zijn onnodig kwetsbaar door de afhankelijkheid van de internationale kapitaalmarkten met grote risico’s van herfinanciering.

In goede tijden rekenen we ons rijk met dat lenen om te beleggen: rendementen op beleggingen lijken hoog. In slechte tijden zijn we in mineur.

Het opgeblazen karakter van de Nederlandse economie leidde vóór de kredietcrisis in 2007 tot overschatting van het groeipotentieel van onze economie. Dit resulteerde in te hoge uitgavenplafonds. Hierdoor leefde de overheid boven haar stand. Daarom moeten we nu fors bezuinigen, hoewel ook de huizenprijzen en de dekkingsgraden van pensioenfondsen onder druk staan. Het consumentenvertrouwen, de bestedingen en de belastingopbrengsten zijn ingestort – ziehier een ware boom-bust-economie.

Over oplossingen is een diepgaande discussie nodig. Wij stelden eerder in deze krant voor de acute financieringsproblemen bij banken op te lossen door het ‘oneigenlijke’ pensioenkapitaal – de uitgestelde belastingen die worden belegd door pensioenfondsen – te benutten voor de financiering van de hypotheekberg, om een self-fulfilling prophecy van een neergaande woningmarkt en stilvallende kredietverlening te voorkomen en banken minder kwetsbaar te maken voor de grillen van de internationale kapitaalmarkten. Samen met het uitfaseren van de fiscale subsidie op lenen (renteaftrek), zou zo een majeure stap worden gezet naar een weerbare structuur van de Nederlandse economie.

Hierover is een discussie losgebarsten (zie ook de site economie.nl). We gaan in op een tweetal geuite zorgen.

De eerste zorg is dat het overnemen van de hypotheekberg (te) riskant is voor de overheid. Gelukkig heeft de Nederlandse hypotheekberg geen risicoprofiel dat ook maar enigszins doet denken aan de constructies van subprimehypotheken. Het is geen solvabiliteitsprobleem, maar een liquiditeitsprobleem. Onze voorstellen voorkomen een neerwaartse spiraal en verminderen juist de risico’s voor de overheidsfinanciën.

Hierbij speelt verder dat de overheid een aanzienlijk deel van de risico’s van de hypotheekberg al in eigen ‘bezit’ heeft. Vele hypotheken, recentelijk zelfs zo’n 75 procent, worden verstrekt met een garantie van de overheid – de Nationale Hypotheek Garantie.

Als de hypotheekberg echt zo riskant is als sommigen suggereren, hebben we een nog veel ernstiger probleem: de noodzaak van een onmiddellijke reddingsactie voor onze banken.

Een legitieme zorg is of de banken de verkregen ruimte goed zullen gebruiken. Banken mogen niet via de achterdeur weer allerlei risico’s naar binnen halen. We moeten het bankwezen zo verankeren dat het de Nederlandse economie stabiliseert. Zo mogen banken niet opereren met minieme hoeveelheden eigen vermogen. Meer risicodragend kapitaal – eigen vermogen – is een absolute must, maar er is nog veel meer nodig.

Hiermee zijn we er evenwel nog lang niet. Het fiscale stelsel moet worden herzien. Schulden maken mag niet langer worden aangemoedigd. Sparen stimuleren is alleen verantwoord als dit geen arbitragecarrousel in werking zet. Fiscaal vriendelijk sparen – banksparen, een kapitaalverzekering op de eigen woning et cetera – stimuleert het maken van extra schulden om meer te kunnen sparen. Spaarstimulansen moeten worden gericht op de vorming van eigen vermogen en het ontmoedigen van lenen. Dit eigen vermogen maakt de aankoop van een eigen woning mogelijk, zonder dat hiervoor onverantwoord hoeft te worden geleend.

In het licht van de onzekere situatie in euroland moet de Nederlandse economie weerbaarder worden gemaakt. De door fiscale prikkels opgeblazen balansen van huishoudens, banken, pensioenfondsen en de overheid hebben Nederland kwetsbaar gemaakt voor internationale onrust.

Het fiscale stelsel moet zo worden ingericht dat de gehele Nederlandse economie veel meer zal steunen op risicodragend kapitaal – eigen vermogen dus. Dit kan alleen door het afbouwen van alle subsidiëring op het aangaan van schulden en natuurlijk door het ‘oneigenlijke’ pensioenkapitaal terug te halen naar Nederland.

Arnoud Boot is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Lans Bovenberg is hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg.