Brieven

Laat die katholieken liever de seksualiteit bestuderen

Pastoor G. Hover zegt over de Vlaamse tv-presentatrice en seksuologe Goedele Liekens: „Als ze net zo veel tijd aan de studie van het katholicisme als aan seksualiteit had besteed, zou ze deze nonsens [dat de paus de vertegenwoordiger is van God op Aarde] niet verkondigen” (Opinie, 29 mei).

Wat een gotspe! Als het katholicisme ook maar enige tijd had besteed aan de studie van de seksualiteit, hadden we de vuiligheid niet gehad die aan de oppervlakte is gekomen en waarvan we, vrees ik, het eind nog niet hebben gezien.

Heeze

Het niet ontpolderen van de Hedwige is een misdrijf

Het besluit van het kabinet om de Hedwigepolder vooralsnog niet aan het water prijs te geven en het dossier aan zijn opvolgers over te laten, is strafbaar (NRC Handelsblad, 26 mei). Ministers en staatssecretarissen die met opzet de (Grond)wet schenden of niet uitvoeren, begaan een ambtsmisdrijf ingevolge artikel 355 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze strafbepaling is ook van toepassing op bewindslieden die een bij wet goedgekeurd verdrag niet naleven. Het verdrag met het Vlaams Gewest dat tot het ontwikkelen van een intergetijdengebied in de Hedwigepolder verplicht, is bij wet goedgekeurd door de Staten-Generaal en op 1 oktober 2008 in werking getreden.

Bewindslieden die in de uitoefening van hun functie een ambtsmisdrijf begaan, blijven ook na hun aftreden strafrechtelijk aansprakelijk. Toch is de kans klein dat staatssecretaris Bleker (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, CDA) zich ooit zal moeten verantwoorden voor de strafrechter. Justitie kan geen ministers of staatssecretarissen vervolgen voor ambtsmisdrijven. Zo’n opdracht tot vervolging kan uitsluitend worden gegeven door de regering of de Tweede Kamer. De berechting geschiedt door de Hoge Raad (artikel 119 van de Grondwet).

De juristen in de ministerraad en de Tweede Kamer hadden weleens met hun vuist op tafel mogen slaan.

Universitair hoofddocent algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Ik heb geen alternatief voor die toenemende reiskosten

Ik ben enorm bezorgd over het afschaffen van de onbelaste reiskostenvergoeding (NRC Handelsblad, 25 mei). Vijf dagen per week reis ik voor mijn werk op en neer tussen Utrecht en Leiden. Als de onbelaste reiskostenvergoeding wordt afgeschaft, ga ik er per maand naar schatting 130 euro op achteruit. Dit bedrag kan ik als starter erg moeilijk missen.

Moet ik dan maar dichter bij mijn werk gaan wonen? Zolang ik geen vast contract heb, lijkt dit me riskant. Wordt mijn contract niet verlengd, dan kan ik straks zeker weer verhuizen? Bovendien krijg ik geen hypotheek met alleen mijn inkomen, zonder vast contract. Ik woon in een betaalbaar huurhuis. Hiervoor heb ik zeven jaar op een wachtlijst gestaan. In Leiden en omgeving zou particulier huren mijn enige optie zijn. Het prijsverschil zal waarschijnlijk nog groter zijn dan die 130 euro. Dit is dus geen optie.

Moet ik dan misschien op zoek naar werk in Utrecht? Ik vind mijn baan erg leuk. Veel belangrijker nog is dat er weinig vacatures zijn voor starters in mijn vakgebied. Veel van mijn studiegenoten hebben administratief werk onder hun niveau moeten accepteren of zitten werkloos thuis. Met slechts een jaar werkervaring verwacht ik dat het erg ingewikkeld zal zijn.

De conclusie is dat ik vastzit. Als deze maatregel doorgaat, verdien ik in 2013 netto bijna 10 procent minder dan in 2012, als ik er rekening mee houd dat ik ook geen recht meer zal hebben op zorgtoeslag. Ik snap dat we allemaal moeten inleveren, maar ik vind dit wel heel erg veel!

Utrecht

Ouderen verdringen geen jeugd op de arbeidsmarkt

In het hoofdcommentaar van dinsdag 29 mei besteedt NRC Handelsblad aandacht aan de problematiek van de arbeidsmarkt voor ouderen die willen doorwerken na hun 65ste jaar. Er zijn inderdaad talloze obstakels van praktische en juridische aard die verhinderen dat we de vruchten kunnen plukken van het verhogen van de pensioenleeftijd.

De redactie maakt evenwel een denkfout door te veronderstellen dat ouderen de plaats innemen van jongeren op de arbeidsmarkt. Gelukkig lijkt de arbeidsmarkt niet op een perverse stoelendans, omdat de hoeveelheid banen in de economie niet constant is. Gekwalificeerde ouderen en immigranten verlagen de productiekosten van bedrijven en vergroten de kans op banencreatie. Productieve ouderen toegang tot de arbeidsmarkt bieden, is dus zinvol voor de hele economie. Het is onverstandig om deze route af te sluiten.

Hoofdeconoom van adviesbureau Ecorys en hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg