Bondgenoten en Abvakabo wijzen Klijnsma's voorstel af

FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV, de twee grootste bij de vakcentrale FNV aangesloten bonden, zijn niet bereid om zich op te splitsen in kleinere bonden. Zij verzetten zich daarmee tegen een belangrijke voorwaarde van oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma om volgende maand de oprichting van een nieuwe vakbeweging mogelijk te maken.

Gisteren spraken leden van beide bonden zich uit tegen opsplitsing. „We geloven niet in het opbreken van FNV Bondgenoten in allerlei kleine bondjes”, aldus algemeen secretaris Ellen Dekkers van Bondgenoten. „Dat zou een stap achteruit zijn en dan versnipper je je kracht.”

Begin deze maand presenteerde Klijnsma haar ‘contourenschets’ voor de omvorming van de FNV tot een vakbeweging waarin de leden het voor het zeggen hebben. Met een direct gekozen voorzitter en een ledenparlement waaraan die voorzitter verantwoording aflegt. Maar Bondgenoten en Abvakabo moeten zich wel opsplitsen om te voorkomen dat zij als twee machtsblokken de stemverhouding in dat parlement domineren. Voor Klijnsma was dat het antwoord op de vertrouwenscrisis die de FNV sinds vorig jaar verlamt, nadat Bondgenoten en Abvakabo vorig jaar het vertrouwen opzegden in FNV-voorzitter Agnes Jongerius.

Sinds vorige week zijn de bonden het onderling oneens over de vraag hoe die nieuwe vakbeweging gestalte moet krijgen. Bondgenoten en Abvakbo willen één grote bond, waar leden rechtstreeks lid van kunnen worden. Klijnsma stelde juist voor dat die nieuwe vakbeweging georganiseerd wordt langs kleine bonden, die een beroep of een sector vertegenwoordigen. Die bonden krijgen een stem naar rato van het aantal leden. Maar geen van de bonden zal in het vakbondsparlement meer dan 16 procent van de zeggenschap kunnen verwerven. Het heeft voor een bond dus geen nut om meer dan zo’n 225.000 leden te hebben.

Met name de kleinere bonden binnen de FNV zien niets in één grote vakbeweging, zoals Bondgenoten en Abvakabo willen. Zij willen een vakbeweging waarin besluitvorming inhoudelijk bepaald wordt. Gaat het over bijvoorbeeld onderwijs, dan krijgt de onderwijsbond AOB een doorslaggevende stem.

Klijnsma heeft de 19 bondsvoorzitters tot 5 juni de tijd gegeven om toch tot overeenstemming te komen. Maar de kans dat die er gaat komen, is met die ledenuitspraken kleiner geworden.