Armen van Rio missen hun vuilnisbelt

Morgen sluit in Rio de Janeiro de grootste vuilnisbelt van Latijns-Amerika. 1,3 miljoen vierkante meter onverwerkt afval, en een verzamelparadijs voor de armen. Alles moet netjes worden.

Lijken. Bevroren garnalen. Dode ratten. Levende ratten. Sokken gevuld met brieven. Afvalverzamelaar João Silva is blij met alles wat hij de afgelopen jaren is tegengekomen op de grootste vuilnisbelt van Latijns Amerika, Jardim Gramacho: „Deze plek hier, ondanks de stank en aasgieren, heeft me een inkomen gegeven. Het is jammer dat de overheid de vuilnisbelt sluit.”

Morgen, drie weken voor het begin van de conferentie Rio+20 over duurzame ontwikkeling, gaat de afvalstortplaats dicht. De stad wil laten zien dat zij een duurzaam milieubeleid nastreeft, liet burgemeester Eduardo Paes weten.

Met een omvang van 1,3 miljoen vierkante meter, en een top van 60 meter, staat Jardim Gramacho in Brazilië symbool voor een monumentale milieuramp. Omringd door rivieren en gelegen in Duque de Caxias, voorstad van Rio de Janeiro, heeft de afvalberg jarenlang onder meer de Baai van Guanabara vervuild.

Over de vuilstortplaats maakte fotograaf Vik Muniz de film Waste Land, die in 2010 de publieksprijs won op het documentairefestival IDFA.

Duizenden afvalsorteerders hebben er 34 jaar geleefd van het verzamelen van opnieuw te gebruiken vuilnis voor verkoop. Een subcultuur van mannen en vrouwen met verweerde gezichten, herkenbaar aan hun kousen die tot over de knieën reiken. Velen wonen in sloppen rond de vuilnisbelt, een treurig niemandsland aan wat het einde van de wereld lijkt.

Sinds de opening van Jardim Gramacho in 1978 werd het vuilnis van Rio en vier andere steden er gedumpt. Explosies van methaangas als gevolg van de ontbinding van organisch afval waren er heel gewoon. Pas sinds 1996 verwerkt de gemeente het vuilnis.

De 64-jarige João Silva was er vanaf het begin bij. Hij weet nog dat het afval ook met wagen en muildieren werd binnengereden. De immense afvalberg achter hem vervult hem met weemoed: „Ik kon door het werk hier mijn kinderen naar school sturen.”

Op zijn hoofd draagt de kleine, bonkige Silva een baseballpet van parlementariër Bebeto, voormalig voetballer van de Braziliaanse selectie. Op een strandstoeltje leunt hij tegen een schuur. Ernaast ligt een stortplaats waar hordes vliegen, honden en enkele paarden op af zijn gekomen. Tussen de zakken kleding, deodorantbussen, luiers, barbies zonder benen en andere spullen, is een vrouwelijke collega – zonder handschoenen aan – op zoek naar spullen om te verkopen.

Zo’n 1.400 mensen leven nu nog van de afvalberg. Wat zij straks gaan doen, is onduidelijk.

Als het aan de Braziliaanse overheid ligt, verdwijnen de zelfstandige vuilnissorteerders, die op afvalbergen en op straat materialen voor hergebruik en verkoop verzamelen. De gemeente heeft hun een eenmalige uitkering van 15.000 real (6.000 euro) beloofd.

Sinds een paar jaar heeft Brazilië een wet die voorziet in de sluiting van alle ouderwetse vuilnisbelten in het land, waar afval gestort wordt zonder het tevoren te scheiden en waar verwerking minimaal is.

Gemeentes moeten zelf gaan zorgen voor het ophalen en verwerken van gescheiden afval. „De bevolking wil al lang een aanpak die milieuvriendelijker is,” zegt Haroldo Mattos de Lemos, directeur van het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) in Brazilië.

Niettemin is de kloof tussen wens en werkelijkheid groot. In Rio wordt van de dagelijkse 8.403 ton vuilnis slechts 3 procent gescheiden voor hergebruik. In de Europese hoofdsteden ligt dat percentage gemiddeld rond 40 procent.

En van de scheiding in Rio komt 2,7 procent voor rekening van de onafhankelijke vuilnisophaler, de rest doet het gemeentelijk vuilnisbedrijf Comlurb. Van de 160 wijken in de stad zijn er slechts 41 waar wekelijks een recycle-vrachtwagen langs komt.

Volgens Vera Chevalier van Recicloteca, een onafhankelijke organisatie die hergebruik van afval promoot en vuilnisverzamelaars bijstaat, worden politici gedwongen tot actie door de toegenomen aandacht in de media voor het milieu: „Vroeger vonden mensen het best zolang ze het vuilnis niet zagen. Nu weet iedereen wat er mee gebeurt en dat dat schadelijk kan zijn voor het milieu.”

In Rio de Janeiro worden de komende jaren zes verwerkingscentra van gescheiden afval geopend. Ook belooft de gemeente extra recycle-vuilniswagens. Chevalier verwacht dat over een jaar of vijf het scheiden van afval in de hele stad gemeengoed is. Zij zegt: „Het zou mooi zijn als de zelfstandige afvalsorteerders daarin straks een rol spelen, wellicht in dienst van de overheid.”

De vraag is of zij dat zelf wel willen. In Jardim Gramacho schudt Mércia Neves (47) heftig het hoofd. Meer dan 15 jaar heeft zij dit werk gedaan. Meer dan genoeg. „Het is geen leuk werk. Het is ongezond, zwaar, vooral in de zomer als het meer dan 40 graden is.”