Afkomst mag niet meer in database

Rotterdam mag risicojongeren best aan hulpverleners koppelen op basis van etniciteit. Maar niet per ras opslaan in een databank. „Een symbolische uitspraak.”

Een Marokkaans gezin met negen kinderen bezorgde de gemeente Rotterdam veel zorgen. Er speelden verschillende problemen. Een kind met een ernstige oogafwijking. Een langdurig zieke. De ouders deden niets. Ze waren zelfs niet bij een dokter geweest. Meerdere hulpverleners meldden zich, maar niemand kwam binnen.

Jongerenwerker Rick Raalte weet nog goed hoe op basis van etnische registratie werd besloten om een jonge Marokkaans-Nederlandse hulpverlener langs te sturen. Die vrouw kwam wél binnen. „De ouders zeiden: jij snapt ons, jij bent van ons geloof. Jou vertrouwen we.” Zij zorgde dat de kinderen werden behandeld.

Etnische registratie is een methode die tot voor kort werd gebruikt in alle Rotterdamse deelgemeenten. Wanneer reguliere hulpverlening bij jongeren niet werkte, werden hun afkomst in een database vastgelegd. Aan de hand daarvan kon worden besloten een hulpverlener met dezelfde achtergrond aan zo’n ‘risicojongere’ te koppelen.

Het College Bescherming Persoonsgegevens bepaalde vorig jaar dat Rotterdam met deze aanpak moest stoppen, omdat die indruist tegen privacyregels. Deelgemeente Charlois ging in beroep, maar werd onlangs door de rechter in het ongelijk gesteld. Die oordeelt dat etniciteit niet in een database hoeft te worden opgeslagen om een factor te zijn in de hulpverlening. Dat zou voor de jongeren „minder belastend” zijn.

De privacywetgeving is helder. Het registreren van etniciteit mag alleen als het mensen met een achterstand helpt. Rotterdamse allochtonen verkeren in een achterstandspositie. Onderzoek van de Erasmus Universiteit wijst uit dat schoolverzuim en werkloosheid vaker voorkomen bij minderheden. Jongeren van Marokkaanse en Antilliaanse afkomst zijn twee keer zo vaak crimineel als gemiddeld.

Rick Raalte, manager bij sociaal adviesbureau Radar, onderschrijft het nut van etnische registratie. Hij werd zelf geboren in Suriname. „Bij het opbouwen van een vertrouwensband gaat het om kleine dingen”, zegt hij. „De manier van groeten, je toon, dat je je schoenen in huis uitdoet; alles kan helpen.” Het toewijzen van hulpverleners moet niet per definitie op afkomst zijn gebaseerd, zegt Raalte. Dat kan ook averechts werken. „Sommige Surinamers willen niet dat een andere Surinamer weet van hun problemen, omdat er een kans is dat ze elkaars familie kennen.” Maar als je er gericht mee omgaat, biedt etnische registratie veel voordelen, zegt hij. „Over je eigen cultuur weet je gewoon meer.”

Bereiken hulpverleners uit dezelfde cultuur ook echt betere resultaten? Nee – althans, er is nooit hard bewijs voor gevonden. Omdat Charlois niet kan aantonen dat etnische registratie mensen in een achterstandspositie helpt, vindt de rechter dat de deelgemeente op zoek moet naar andere manieren om dit ‘voorkeursbeleid’ te voeren.

Han Entzinger, hoogleraar integratie- en migratiestudies, is verbaasd over de uitspraak van de rechter. „We moeten niet krampachtig doen alsof etniciteit helemaal niets uitmaakt”, zegt hij. „In bepaalde gevallen kan herkomst een verklaring bieden voor afwijkend gedrag.”

Entzinger wijst erop dat ook andere gemeenten etnische gegevens gebruiken bij het toewijzen van hulpverleners. Hun informatie komt echter uit de gemeentelijke basisadministratie, waar van iedereen de geboorteplaats en die van zijn ouders wordt vermeld. „Enig verschil is dat je deze gegevens niet vindt onder het kopje ‘etnische herkomst’, maar achter ‘geboorteplaats’”, zegt de hoogleraar. „Wat dat betreft is de uitspraak van de rechter vooral symbolisch.”