Overgewaaid van web: zinloze spulletjes in elkaar knutselen

Zelf een boek drukken, een nepsnor maken of de wereld rondlopen. Bladen als Flamingo en Frankie staan vol tips en verhalen voor de fanatieke doe-het-zelver.

Zelluf doen. Iedere peuter wil het. Dat is mooi voor de kinderen van nu, want zelf doen is in de mode. Het heet alleen geen zelf doen, maar DIY. Do it yourself. Of, eventueel, ‘craft’. Let op: DIY heeft niets te maken met zelf de zwanenhals onder de gootsteen vervangen, of een stapelbed timmeren. Het draait om handwerken: het naaien, breien, knippen, plakken van moderne, liefst zinloze spullen. Een gepersonaliseerd iPhonehoesje van vilt. Of pastelkleurige decoraties voor aan het plafond van de kinderkamer.

DIY is vooral groot op het web. Op het socialemediaplatform Pinterest – een soort Facebook voor mooie plaatjes – is DIY een van de populairste termen. De vrouwen die graag thuis stempelen en borduren, houden tegenwoordig allemaal een weblog bij en geven daarop ‘tutorials’ (stap-voor-stap-lessen) in het maken van een grappige nepsnor of versierde uitdeelzakjes voor een verjaardag. Of ze delen hun ervaringen via een online magazine als craftzine.com.

Uiteraard krijgt zo’n trend op het web vanzelf een papieren weerslag. Het Britse blad Flamingo heeft als ondertitel ‘a magazine that celebrates doing it yourself’. Het is een mooi, onafhankelijk tijdschrift op grofkorrelig papier, dat vooral veel ontwerpers interviewt en binnenkijkt in de studio’s van kunstenaars. Uiteraard staan er ook tutorials in. Er wordt verteld hoe je een rubberen stempel maakt (benodigdheden: een gum, papier, stanleymes en potlood). En zo maak je een cakestandaard (benodigdheden: een bord, kaarsenstandaard, een potlood, superlijm en een lineaal). Een kind kan de was doen.

Knap is dat het blad nooit tuttig wordt, doordat het DIY gelukkig breed interpreteert. Filosoof Alain de Botton mag vertellen over de ‘architectuur van geluk’.

En Steven Newman liep de hele wereld rond – ook een vorm van zelf doen. Hij deed er vier jaar over. Bij thuiskomst voelde hij zich verdrietig. „Degenen die de moed hebben gehad een slungelige roodharige vreemdeling te vertrouwen, zullen nooit weten dat hij het heeft gehaald.”

Het Australische tweemaandelijkse blad Frankie gaat over design, kunst, mode, en over ‘craft’. Het interviewt een vrouw die miniterrariums maakt voor de kost, en een man die dierenkostuums maakt van papier. Met origami wil de ‘papierman’ niets te maken hebben, want „ik hou niet van het vouwproces van de traditionele origami. Geef mij maar gladdere en minder gevouwen oppervlakken”.

In Nederland begeeft vooral het blad Flow zich in het do it yourself-segment. Flow is overigens óók een concurrent van de Happinez: het blad draait ook om spiritualiteit of, zoals de bladen dat zelf in goed Nederlands zouden noemen: ‘mindstyle’. Maar geest en handwerk bijten elkaar niet, volgens Flow. In tegendeel. Het heeft een uitgebreid artikel over – ook al een Engelse term – letterpress. Dat is kennelijk weer net iets anders dan de ouderwetse boekdrukkunst. Het betekent zelf papier bedrukken, zo diep dat je de letters in het papier voelt liggen. „Het proces zelf is erg mindful”, schrijft Flow. „Je moet er de tijd voor nemen, en in veel gevallen gaat het op spierkracht. Sommige persen moet je bijvoorbeeld met pedalen op gang houden, zoals een oude naaimachine. Het is jij en de drukpers.”

Uiteraard blijkt aan het letterpressen weer een hele webgemeenschap verbonden, met de naam Ladies of Letterpress. Want: er zijn wereldwijd mensen met letterpress bezig, maar vaak werken ze ‘behoorlijk geïsoleerd’. „Door je aan te sluiten bij een community, heb je niet het gevoel dat je er alleen voor staat.”

Op de laatste pagina sluit Flow ieder nummer af met de rubriek ‘het 365 dagen project van’. Daarin komen telkens vrouwen aan het woord die een jaar lang iedere dag hetzelfde, creatieve project proberen vol te houden. Deze maand is het de beurt aan Jessica Zagers, die dagelijks haar kopje thee fotografeert. „Daardoor leer ik op een creatieve manier te kijken. Ook wilde ik meer thee gaan drinken en dat is zeker gelukt.”