Zoek altijd de grenzen op

Morgen wordt De Prix de C’Oeuvre uitgereikt. Coverjunkie Jaap Biemans is genomineerd én zit in de jury voor de prijs voor de beste omslag.

Redacteur Media

Jaap Biemans is verslaafd. Aan covers. Op zijn weblog coverjunkie.com verzamelt hij dagelijks nieuwe tijdschriftomslagen van over de hele wereld. Hij rubriceert en archiveert ze, en speurt elke dag naar nieuwe creatieve invallen. Inmiddels sturen veel redacties en art directors hem hun bladen toe, in de hoop op plaatsing. Hij krijgt er zo’n vijftien per dag binnen. De meesten moet hij teleurstellen. „Iedere covermaker probeert op te vallen. Maar er moet wel iets geks mee zijn, creativiteit uit spreken, wil ik een blad op Coverjunkie zetten.”

Van de topstukken van zijn verzameling maakte Biemans afgelopen jaar Coverjunkie Magazine, toch weer een tijdschrift op ouderwets papier. Daarin vroeg hij bekende art directors hun favorieten te selecteren en te becommentariëren. Hij won er deze maand in New York de prestigieuze SPD Award, een Amerikaanse prijs voor magazineontwerp, mee.

Naast coververzamelaar is Biemans ook beoefenaar. Hij werkte als art director voor Intermediair en Hollands Diep. Zijn werk voor Intermediair is genomineerd voor een Prix de C’Oeuvre, een oeuvreprijs voor covers die morgen, tijdens Nationale Coverdag, voor het eerst wordt uitgereikt.

Sinds kort zit Biemans bij Volkskrant Magazine, waar hij de laatste restyling doorvoerde. Zijn eerste cover: een foto van Cornelie Tollens van een vrouwentong die aan een raketje likt.

Bevat een goede cover altijd seks?

„Nee. Maar wel vaak. De suggestie van seks, liever nog. Dat maakt het spannender.”

Jouw eerste cover voor Volkskrant Magazine lijkt de link te leggen tussen seks en kinderen: die vrouw likt nogal sensueel aan een kinderijsje.

„Dat hoor ik voor het eerst. Ik had dat gevoel er niet bij. Het is wel zo dat een cover intrigerender is als er ergens iets wringt. Ik vind het interessant als het beeld vervreemdend is. Als je iets wilt vertellen moet je het niet een op een op de cover zetten. Dit stuk ging over vijftig jaar raket. Als ik alleen een raketje op de voorkant had gezet, was dat niet spannend geweest.”

Heb je regels waar je je als art director aan houdt?

„Ik was een keer in Amerika bij een lezing van iemand die de vijf gouden regels gaf voor het maken van een cover. Ik dacht: dit is goud, dit moet ik onthouden. Zoom altijd net iets meer in. Gebruik geen groen, dat verkoopt niet. Er moet altijd een gezicht op de cover staan. Maar dat is allemaal onzin. Ik vind dat er geen regels moeten zijn. Nu gebruikt niemand meer groen, en als je het wel doet, is het juist weer fris en leuk.”

Dus een covermaker moet alle vrijheid krijgen?

„Ik vind het zelf prettig om binnen het format van een blad te moeten blijven. Als alles mag weet je van gekheid niet meer wat je moet doen. Ik zoek de grens wel op, binnen de mogelijkheden van het tijdschrift. Soms ga je er overheen, en fluit de hoofdredacteur je terug.”

Want jij wilt altijd verder dan de hoofdredacties?

„Tot nu toe wel. Het voordeel van een prijsje winnen is dat men op een gegeven moment denkt: hij zal er wel verstand van hebben. Dan wordt er meer geaccepteerd. Ik heb bij Intermediair een keer een cover gemaakt waarvan het logo in het Chinees was vertaald; dat was me in mijn eerste jaren nooit gelukt.”

Een tijdschrift als Cosmopolitan heeft een boek met regels voor de cover. Het model moet altijd wapperende haren hebben, het ene been moet altijd hoger staan dan het andere. Wat vind je daarvan?

„Ik begrijp hen helemaal. Maar ze hebben een heel ander uitgangspunt dan ik. Ze willen gewoon zoveel mogelijk verkopen en het maakt ze niet uit hoe. Ik wil een blad maken dat sprankelt en waar de lol afstraalt. Zij hebben gewoon ontleed hoe je een zo groot mogelijk verkoopsucces maakt. Dat moet je geheel scheiden van de creativiteitsfactor. Een goed verkopende cover hoeft geen mooie cover te zijn. In het ideale geval is het natuurlijk allebei.”

Staan er daarom relatief weinig glossy’s op coverjunkie?

„Ja. Ze zijn vaak heel behoudend. Maar vorig jaar had de Nederlandse Elle een cover waarbij ze de coverkreet op het T-shirt van het model hadden gedrukt. Dat is nou creatief zijn binnen de mogelijkheden van je blad.”

Hebben opiniebladen het makkelijker?

„Het scheelt als je met nieuws kunt werken. Dat intrigeert op dat moment iedereen, en als je daar iets verrassends mee uithaalt, heb je direct ieders attentie. Voor de zoveelste afslankcover geldt dat niet.”

Zijn er bladen waar je handen van gaan jeuken?

„Ik wil nu van Volkskrant Magazine een succes maken en een mooie reeks covers neerzetten. Maar aan Elsevier zou ik ook graag iets doen. Dat blad is elke week heel lelijk, maar het is wel een enorm succes. De rode band om hun cover heen werkt goed en hun logo staat als een huis. Maar hun beeldtaal is niet esthetisch en de fotografie zou ik graag aanpakken. Het is een heerlijk blad, want het bevat zowel conflicten als vrolijke onderwerpen. En het heeft een duidelijke mening. Dat is prettig voor een art director: hoe meer richting, hoe beter.”

Morgen wordt de Prix de C’Oeuvre uitgereikt. Jij zit in de jury, maar bent ook genomineerd voor je werk voor Intermediair. Wringt dat niet?

„Dat is altijd vreemd ja. Als het iets met covers te maken heeft zit ik nogal snel in de jury, de laatste paar jaar, vanwege het blog. En als je dan ook nog een goede cover maakt ben je al genomineerd.”

Hoe los je dat op?

„Je onthoudt je van stemmen.”

Maar je bent wel bij de hele jurydiscussie?

„Behalve als je eigen cover wordt besproken. Dan ga je even de deur uit. Zo was dat ook bij de Mercur, toen ik de prijs voor beste cover won voor de seksspecial van Vrij Nederland. Het loopt toevallig zo. Misschien maak ik nu wel tien jaar lang geen goede covers meer, dan is het nooit meer een kwestie. En iedereen is in die jury professioneel genoeg om zich niet door mij te laten beïnvloeden.”

De Prix de C’Oeuvre wordt morgen uitgereikt. De zeven genomineerden zijn Glamcult, nrc.next, Intermediair, Quote, Story, VPRO Gids en Linda. Er is ook een publieksprijs.