Vogels zijn dino’s die niet meer wilden groeiden

De schedels van pasgeboren vogels, krokodillen en dinosauriërs lijken op elkaar. Ze hebben grote oogkassen, een kort snuitje en een flinke hersenpan. Maar waar de schedels van ouder wordende dino’s en krokodillen platter en langer worden, verandert de vogelschedel nauwelijks. Een vogelkop blijft altijd jong. Ergens in de evolutie is de ontwikkeling van hun schedel afgekapt. Vogels houden daardoor gedurende hun hele leven relatief grote hersens, schreef een internationaal team van wetenschappers zondag in Nature.

Pas sinds het einde van de jaren negentig, toen fossielen van gevleugelde en gevederde dinosauriërs werden ontdekt, zijn paleontologen er zeker van dat dinosauriërs de voorouders van vogels zijn. Volgens de regels van de taxonomie zijn moderne vogels nog gewoon dinosauriërs, met krokodillen als hun naaste nog levende verwanten.

Ergens in de evolutie begonnen tweebenige roofdino’s op moderne vogels te lijken, maar wanneer, en hoe? Om die vragen te beantwoorden zochten Amerikaanse en Spaanse paleontologen naar foto’s en reconstructies van schedels van dinosauriërs en moderne vogels, en bepaalden de verhoudingen tussen de schedelbeenderen. Waar mogelijk deden ze dat voor jonkies én volwassen dieren.

De onderzoekers zagen een patroon: dino’s werden met relatief grote ogen en hersenen geboren, maar naarmate ze ouder werd hun gezicht langer en platter. De groei van hersenen en ogen bleef achter.

Dat veranderde bij Archaeopteryx, de ‘oervogel’ die 150 miljoen jaar geleden leefde. De schedels van een volwassen Archaeopteryx verschillen nauwelijks van die van jonge dieren. Archaeopteryx kon misschien vliegen, en in ieder geval zweven. Misschien had de protovogel zijn relatief grote brein nodig voor een goede oog-vleugelcoördinatie, speculeren de onderzoekers. Gepaard aan de verjonging van hun schedels krompen de vogelvoorouders.

De onderzoekers vonden één onderdeel aan de vogelschedel dat wel doorgroeide: de snavel. Dat voorste puntje van het bovenkaakbeen groeit bij vogels veel verder uit dan bij dinosauriërs. Toen klauwen vleugels werden, gingen de voorouders van moderne vogels hun snavel gebruiken om voorwerpen vast te grijpen, vermoeden de paleontologen.