Verbod om te fokken met zieke rashonden

40 procent van de rashonden in Nederland is erfelijk gehandicapt. Een fokverbod moet dat veranderen.

Er komt een verbod op het fokken met rashonden die een erfelijke ziekte of een aangeboren aandoening hebben. Voor het toekennen van een stamboom wordt een DNA-test bij puppy en ouderpaar verplicht. Het zou gaan om ruim 40.000 tests per jaar. Zo’n test geeft zekerheid over de afstamming en zicht op erfelijke ziektes. Als blijkt dat reu, teef of beide niet gezond zijn, komt dat op de stamboom te staan.

Een grote meerderheid van de hondenverenigingen heeft dat vorige week besloten. De maatregelen zijn een reactie op de toenemende maatschappelijke kritiek van dierenorganisaties, dierenartsen en overheid op ongezonde fokpraktijken.

Vicevoorzitter John Wauben van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland spreekt van „een historisch besluit’’. Critici zijn sceptisch. Het SP-Kamerlid Henk van Gerven noemt de voorgestelde maatregelen „volstrekt onvoldoende” en „symptoombestrijding”.

Veertig procent van de circa 750.000 rashonden in Nederland is erfelijk gehandicapt. Afhankelijk van het ras krijgen ze kanker, hartproblemen, gewrichtsaandoeningen en worden doof of blind. De honden leven korter, zijn vaker ziek en hebben meer gedragsproblemen dan hun voorouders decennia geleden. Dat komt door inteelt en fokken op uiterlijk, generatie op generatie. nrc