Rusland en China: geen militaire interventie in Syrië

Syrische kinderen houden tekeningen omhoog tijdens een demonstratie gisteravond in de buurt bij Idlib. Rusland en China herhaalden vandaag tegen militaire interventie in Syrië te zijn. Foto Reuters / Stringer

Zowel Rusland als China blijft tegen militaire interventie in Syrië. Dat verklaarden beide landen vanochtend. De verklaringen komen een dag nadat de Franse president François Hollande aangaf militaire interventie niet uit te sluiten als dit in de VN-Veiligheidsraad is besproken.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Gennady Gatilov noemde zelfs iedere nieuwe actie van de VN tegen Syrië “prematuur”. Tegen een Russisch persbureau zei hij dat “iedere nieuwe maatregel” van de VN-Veiligheidsraad voorbarig is.

Ook het Chinese ministerie van Buitenlandse zaken herhaalde zich te zullen verzetten tegen militair ingrijpen in Syrië. Daarnaast zei een woordvoerder van het ministerie dat China niet van plan is de Syrische ambassadeurs uit te wijzen, zoals veel Westerse landen gisteren deden.

‘Geen zicht op militaire interventie’

Rusland en China kunnen een eventuele beslissing van de VN om in te grijpen in Syrië blokkeren, omdat zij vetorecht hebben in de Veiligheidsraad. De druk op de internationale gemeenschap om in te interveniëren in Syrië is toegenomen, na het gruwelijke bloedbad in Houla vrijdag dat aan meer dan honderd burgers het leven heeft gekost. De meeste van hen zijn geëxecuteerd met kogels of messen. Onder de slachtoffers waren veel kinderen.

Volgens NRC-buitenlandredacteur Juurd Eijsvoogel is het Westen door het bloedbad in Houla wakker geschrokken, maar is er geen zicht op een militaire interventie:

“De uitwijzingen van ambassadeurs zijn puur symbolische maatregelen. Koffi Annan zei gisteren dat dit ‘een omslagpunt’ is, maar de impasse is niet doorbroken. Het geeft de machteloosheid weer van de internationale gemeenschap omtrent deze situatie.”

De mensenrechtenraad van de VN houdt aanstaande vrijdag een speciale sessie over Syrië en in het bijzonder het bloedbad in Houla, zeggen diplomaten tegen persbureau Reuters.

Ook VS tegen militair ingrijpen

Ook het Witte Huis liet gisteren in een verklaring weten geen voorstander te zijn van militair ingrijpen, omdat dat de situatie in Syrië het land alleen maar zou verergeren. Wel riepen ze Rusland op een kritischer houding aan te nemen ten opzicht van het Syrische regime. De bondgenoot van het land heeft het bloedbad in Houla weliswaar veroordeeld, maar stelt het regime niet aansprakelijk. Volgens Rusland zijn beide kampen verantwoordelijk voor het bloedvergieten.

VN-gezant Koffi Annan sprak gisteren met de Syrische president Bashar al-Assad om zijn zes-puntenplan te laten slagen. Hij bracht de “ernstige bezorgdheid” van de internationale gemeenschap over het bloedvergieten over en zei dat Syrië op een “omslagpunt” staat. Assad weigert juist te erkennen dat het slachtveld in Houla is veroorzaakt door aanhanger van de regering en beschuldigt “gewapende terroristen” van het geweld, waarmee hij de oppositie bedoelt.