Regeren per excelsheet over rollators en procentjes

Een paar miljoen hier. Een procentje daar. Den Haag wordt steeds technocratischer, stelt Huib Bouwman.

Het Lenteakkoord, waar vijf partijen het zo snel en eenvoudig over eens zijn geworden, toont niet zozeer de daadkracht als wel de visieloosheid van deze partijen. Want waarom werden deze partijen het zo makkelijk eens? Is dat omdat ze hetzelfde denken over hoe we de maatschappij willen inrichten? Heeft GroenLinks daar echt dezelfde visie op als de VVD?

Het antwoord is uiteraard: nee. De partijen werden het eens omdat er geen enkel beleid ten grondslag ligt aan het ‘akkoord’. Het was een simpele uitruil van hapjes, waarbij het menu al in het Catshuis was samengesteld. Een paar miljoen hier voor Groenlinks, een procentje daar voor de VVD, nog iets voor D66, vervolgens CDA en ChristenUnie grotendeels negeren en we zijn eruit. Wanneer ‘beleid’ wordt teruggebracht tot een louter financiële onderhandeling is het niet zo moeilijk het eens te worden. Ik vraag 10, jij biedt 8, we worden het eens op 9.

Dat politici het uitdragen van een visie op de samenleving allang niet meer tot hun kerntaken rekenen, werd eerder dit jaar pijnlijk duidelijk bij de fameuze uitspraak van Mark Rutte op de SGP jongerendag, waar hij beweerde dat de VVD en de SGP het „op de meeste punten met elkaar eens zijn”. Die opmerking van Rutte is terecht breed uitgemeten. Hoe kan het gezicht van liberaal Nederland beweren dat zijn partij het op de meeste punten eens is met de SGP?

Max Pam schreef onlangs in de Volkskrant dat de inhoud bij verkiezingen altijd een ondergeschikte rol speelt. Daarin heeft hij gelijk. De onderwerpen waar de huidige politiek zich mee bezig houdt zijn enorm complex. Denk aan de eurocrisis, de situatie in het Midden-Oosten, marktwerking in de zorg, Afghanistan, de huizenmarkt. Dit zijn kwesties die zo ingewikkeld zijn dat de gemiddelde kiezer zich daar haast niet zodanig in kan verdiepen om er een afgewogen oordeel over te vellen. „Het wezen van de parlementaire democratie is nu juist dat de kiezer zijn stem geeft aan iemand die hij vertrouwt. Iemand van wie hij (of zij) denkt dat hij de complexe problemen kan oplossen, die hem zelf boven de pet gaan.”

Maar belangrijker nog dan vertrouwen in een politicus is de visie van deze politicus. De inhoud is vervolgens ondergeschikt aan die visie. Verkiezingen zouden niet moeten gaan over welke maatregelen politicus A wil nemen om de hypotheekrenteaftrek betaalbaar te houden, of wat politicus B gaat doen aan de eurocrisis. Waar het vooral over zou moeten gaan is: wat voor samenleving wil politicus A nastreven? Wat ziet hij als de rol van de overheid? Welke zaken moet de overheid wel regelen en welke niet? Daarna komt de vraag van Max Pam om de hoek: is die politicus een persoon waarvan wij denken dat hij waar kan maken wat hij belooft?

Het gebrek aan een visie op de samenleving en een volwaardig debat hierover verklaart waarom Rutte kon beweren – en misschien zelfs geloven – dat de VVD en de SGP het op de meeste punten eens zijn. Het verklaart ook hoe partijen als GroenLinks, de VVD en de ChristenUnie, die toch een fundamenteel andere visie op de samenleving hebben, het in een achternamiddag eens konden worden over een begroting. Dat kan omdat datgene waar ze het over eens zijn geworden niets met het voeren van beleid te maken heeft.

In economisch zware tijden groeit als vanzelf de roep om een zakenkabinet. In velerlei opzocht doet het huidige Lenteakkoord hetzelfde als een zakenkabinet: regeren via een excelsheet. Hoeveel geld hebben we nodig? En wat valt er overal vandaan te halen? Nog even uitonderhandelen hoeveel we op de publieke omroep kunnen bezuinigen en hoeveel op defensie en we gaan aan de slag. Doorpakken!

Als kiezer wil ik mijn stem geven aan een partij die dezelfde visie op de samenleving en de rol van de overheid heeft als ik. Ik wacht met smart op het eerste verkiezingsdebat waarin het daarover gaat, en niet over de vraag of de rollator in het basispakket thuishoort. Voorlopig ziet het er helaas naar uit dat de komende verkiezingen weer vooral over ‘inhoud’ zullen gaan.