Raszuiver en dus ernstig ziek

Het klinkt overbodig, een officieel verbod op het fokken van rashonden met een risico op een erfelijk doorgegeven ziekte. Waarom zou iemand zieke honden fokken? En wie wil er nou een mismaakt beest aanschaffen?

Maar zulke honden worden wél gefokt en ook verkocht. Het gevolg is dat er in Nederland 300.000 honden rondlopen die geïnvalideerd gefokt zijn. Ze zijn ziek, ze lijden pijn.

De bedoeling van de fok van rashonden was ooit dat een soort zo zuiver mogelijk werd gehouden, zowel uiterlijk als naar karakter. Nu streven veel fokkers ernaar om bij elke nieuwe worp de uiterlijke raskenmerken te vergroten en te verfijnen. Ad absurdum. Een kleine kop wordt zo verkleind dat de herseninhoud niet meer past, met verscheurende koppijn tot gevolg. Bolle ogen worden zo bol dat ze uit de schedel dreigen te knikkeren. Er worden honden geboren met per definitie ontwrichte heupen, met sowieso doorgezakte ruggen, met chronische smetinfecties in hun ultrazware huidplooien. Eigenaars, die veel geld betaalden en die ervan zijn gaan houden, zien zo’n dier lijden en voortijdig sterven.

Het verbod zal het leed van deze dieren niet oplossen. De rashond is big business. Er wordt veel aan verdiend, door fokkers en ook door dierenartsen. Zolang er voldoende vraag is naar deze ‘perfecte’ honden zullen die geleverd worden, als het moet illegaal.

Het valt op dat er dierenartsen zijn die meewerken aan het lijden van de honden. Hun beroepseer gebiedt dat zij het verbod en bloc steunen en helpen te handhaven. Een eigen verantwoordelijkheid dragen ook de kynologische verenigingen – zij reguleren de fok en geven de stamboompapieren af. Zij hebben de macht om de maatstaven aan te passen, om vers bloed toe te laten.

De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de hondenliefhebbers. Als het merendeel van de (aspirant-) hondenbezitters zou weigeren zich in te laten met de doorgefokte dieren, dan zou de fok vanzelf teruglopen en was het officiële verbod niet nodig. Maar iedereen die zo’n puppy koopt, denkt of hoopt blijkbaar dat het in dit geval wel los zal lopen.

Zolang honden nog worden beschouwd als accessoires of statussymbolen, komt er aan dit dierenleed geen einde. ‘De mensen’ willen het, wordt er gezegd. Maar lang niet allemaal. Onlangs nog bleek uit onderzoek dat er behoefte is aan de fok van een stadshond: niet te groot, niet te wild, lief voor kinderen. Interessant: zijn uiterlijk doet er niet zo toe, daar bleek de gemiddelde hondenbezitter niet in de eerste plaats om te geven.