Ook geweten van Chinezen begint te knagen bij wreedheid tegen dieren

Wreedheid tegen dieren is in China wijd verbreid, maar met de welvaart groeit de aandacht voor het welzijn van dieren. „Er is een ommekeer in het denken.”

Het publiek op de tribune juicht verrukt en gilt als de twee tijgers in het safaripark van de Chinese provincie Hunan een hevig spartelende geit en een jonge waterbuffel uit elkaar scheuren.

Als Mang Ping van China Zoo Watch de video heeft stilgezet, zegt zij: „Deze afschuwelijke film gebruiken we om de autoriteiten erop te wijzen dat het verbod op het voeren met levende dieren in de vele nieuwe safariparken niet wordt nageleefd”.

Actievoeren in China is uiterst riskant. Toch worden non-gouvernementele organisaties steeds actiever, zeker op voor de Communistische Partij van China niet bedreigende terreinen als dierenrechten en de milieubescherming. Stap voor stap krijgen dierenrechtenorganisaties meer ruimte van de overheid en meer aandacht in de media.

Dierentuinen, safariparken, circussen en de makers van op dierenorganen gebaseerde traditionele Chinese medicijnen worden dan ook steeds hinderlijker gevolgd door een groeiend aantal dierenrechtenorganisaties. Niet-gouvernementele organisaties bekritiseren ook steeds feller en met toenemend succes de leveranciers van ganzenleverpaté, haaienvinnensoep en andere etenswaar die „door de industrie van de wreedheid” is gemaakt.

„Met de groei van de middenklasse in de grote steden neemt het besef toe dat in een beschaafd land met een oude cultuur als China de verhouding tussen mens en dier in balans moet zijn. In 2003 was er nog geen enkele dierenrechtenorganisatie, in 2005 waren er maar een paar en nu zijn er overal groepen actief’’, vertelt professor Mang Ping van China Zoo Watch. Zij behoorde tot de eersten die eind jaren ’90 publiceerden over dierenrechten.

„Vroeger waren Chinezen veel te arm om huisdieren te houden of zich om dierenrechten te bekommeren. Nu heeft iedere familie in de stad wel een poes, een konijn, een hond of kanariepiet. Kinderen die met huisdieren zijn opgegroeid, ontwikkelen een band met dieren en zijn zich later bewust van wrede toestanden in circussen, dierenparken, veehouderijen en bij productie van traditionele Chinese medicijnen”, zo verklaart zij de omwenteling in het denken over dieren in China.

Organisaties als China SOS Help, Beijing Loving Animals Foundation, Animals Asia Foundation, de Darwin Natural Learning Society en China Zoo Watch zijn onder hun Engelse en Chinese namen bekend aan het worden in de media. Dat is een hele prestatie in een land waar non-gouvernementele organisaties nog in de kinderschoenen staan en vaak nog worden gezien als een bedreiging voor de machtspositie van de staat en de Communistische Partij van China.

Actiemiddelen moeten zorgvuldig worden gekozen, Greenpeace-achtige blokkades van bijvoorbeeld restaurants waar haaienvinnensoep wordt geserveerd of bij de – illegale – berenfarms zijn niet toegestaan. Video’s van misstanden verspreiden op het internet mag wel. Met behulp van pop-, film-, en rocksterren jongeren „bewust” maken mag ook, petities schrijven aan de overheid en lobbyen voor een algemeen verbod op wreedheid tegen dieren zijn eveneens toegestaan.

„We zijn niet zo vrij in het kiezen van onze methodes als in het Westen, maar we krijgen wel steeds meer ruimte als we maar binnen de wet blijven en geen politiek bedrijven”, zegt Mang Ping. Zij is als hoogleraar geschiedenis verbonden aan de Universiteit voor Chinese Cultuur in de hoofdstad.

Dat blijkt ook uit de campagnes tegen de wrede wijze waarop levende zwarte beren, ook wel kraagberen genoemd, worden gebruikt voor de winning van berengal. Op het enige 7-sterrenhotel van Peking, vlakbij het Olympisch stadion, lichten deze week iedere avond de elektrische posters op waarop een tv-ster de meest gruwelijke foto’s laat zien van gekooide kraagberen met zwerende wondgaten en buizen in hun buiken om gal af te tappen.

Beijing Loving Animals Foundation en Animal Asia Foundation zijn erin geslaagd met behulp van sterren en topsporters deze vorm van productie van traditionele Chinese medicijnen in het defensief te dringen. Popfestivals – en dan vooral de Midi-rockfeesten – worden door dierenrechtenorganisaties gebruikt om onder jongeren actiefondsen te werven.

Op een van die popfeesten in Shanghai werd onlangs de campagne gelanceerd tegen de productie van ganzenleverpaté in China. Omdat de wetten in Europa tegen de productie van foie gras steeds strenger worden, verhuizen de makers en investeerders naar China. Als een nieuwe fabriek in de provincie Jiangxi in de loop van dit jaar in bedrijf wordt gesteld, is het slechts een kwestie van tijd voordat China wereldleider in de productie van foie gras wordt.

Liu Huili van de Darwin Society China leidt deze en andere campagnes. „Jongeren steunen onze acties massaal, dat blijkt ook uit de donaties en de steunverklaringen op het internet. Zij zijn zich er steeds meer van bewust dat we als een beschaafd land industriële wreedheid tegen alle dieren, dus ook kippen, eenden en ganzen, niet mogen tolereren”, zegt Liu Huili.

Actie voeren tegen dit soort industriële projecten, die ver buiten Peking en Shanghai worden uitgevoerd, is misschien nog wel het meest riskant. De foie grasfabriek wordt gesteund door de plaatselijke overheid en gefinancierd door Chinese, Britse en Franse investeerders. Zij schenden geen wetten of administratieve bepalingen en er staan miljoenen euro’s op het spel.

„Dat zijn de situaties waarin actie voeren soms fysiek gevaarlijk is. Gelukkig steunen de media ons in deze campagne”, aldus Mang Ping van China Zoo Watch. Behalve op het gebied van de bescherming van bijzondere en bedreigde diersoorten is er in China als het om dierenrechten gaat weinig geregeld.

„We staan als dierenrechtenorganisaties nog maar in de kinderschoenen”, legt Liu Huili uit, „maar we hebben toch al een paar successen geboekt”. Dierentuinen in de grote metropolen zijn gestopt met circusachtige vertoningen, er worden daar geen wolven en leeuwen meer door brandende hoepels gejaagd.

In grootstedelijke aquariums mogen kinderen niet langer dolfijnen zoenen of aaien en de regels voor het gebruik van dieren bij optredens in parken en zelfs disco’s worden strenger. In Shanghai en andere Zuid-Chinese steden groeit het aantal restaurants waar geen haaienvinnensoep meer wordt geserveerd.

Het voeden met levend vee in de 200 Chinese safariparken is echter nog niet uitgebannen, het ‘melken’ van de gal van kraagberen gaat gewoon door, net als de illegale jacht op tijgers.

„Het belangrijkste is dat we een ommekeer in het denken op gang hebben gebracht. We zijn er dit jaar al in geslaagd dierenrechten op de agenda van het Nationale Volkscongres geplaatst te krijgen. De tijd dat we dieren alleen maar zagen als nuttige koopwaar of om wat mee in de wok te doen, is aan het aflopen. We zijn er nog lang niet met ons streven naar een totaal verbod op alle vormen van wreedheid tegen dieren, maar de bewustwording over dierenrechten neemt wel toe”, zegt professor Mang Ping trots.