Obama stelt zelf ‘kill list’ samen

President Obama beslist persoonlijk welke vermeende terroristen de CIA en het Pentagon in Pakistan, Somalië en Jemen met onbemande vliegtuigjes kunnen doden. Hij zou zo nauw bij dit aspect van de Amerikaanse terreurbestrijding betrokken zijn, omdat hij als president de morele verantwoordelijkheid wil dragen voor dergelijke moeilijke beslissingen.

Dat schrijft The New York Times in een grote reconstructie van de manier waarop de regering-Obama de zogenoemde ‘kill list’ samenstelt. Voor het artikel, met de kop ‘Geheime dodenlijst stelt Obama’s principes op de proef’, sprak de krant met een dertigtal medewerkers en voormalige medewerkers van de president.

Uit het stuk blijkt ook dat Obama akkoord is gegaan met een omstreden manier om het aantal burgerslachtoffers te tellen dat valt bij aanvallen met de onbemande vliegtuigjes. Een aantal regeringsfunctionarissen verklaarde tegenover de krant dat de regering in bepaalde gebieden alle mannen die op grond van hun leeftijd een strijder zouden kunnen zijn, beschouwt als terrorist. Alleen als er postuum bewijsmateriaal opduikt dat ze onschuldig waren, worden ze alsnog als burgerslachtoffer geteld.

Dat verklaart het lage officiële aantal burgerslachtoffers (minder dan tien in Pakistan, volgens een recente verklaring). Eerder al hebben enkele medewerkers van Amerikaanse veiligheidsdiensten openlijk twijfel geuit over de officiële cijfers.

In een vergadering van zo’n 100 regeringsfunctionarissen, die ongeveer wekelijks plaatsvindt en waaraan sommigen per video deelnemen, wordt aan de hand van biografietjes en andere informatie van inlichtingendiensten besproken welke terreurverdachten bij de president ‘genomineerd’ worden voor liquidatie. Dit ‘hoogst merkwaardige bureaucratische ritueel’, aldus The New York Times, is ingesteld door de regering-Obama en geheim. Gevraagd wat hem het meest verbaasde over Obama, zegt Veiligheidsadviseur Donilon: „Hij is een president die zich volkomen op zijn gemak voelt bij de inzet van geweld namens de VS.”

Aanvankelijk verbood Obama in Jemen aanvallen op mensen van wie de naam niet bekend was, zoals in Pakistan wel gebeurde. Maar die beperking is inmiddels geschrapt. Obama, die in 2009 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, krijgt veel minder kritiek op zijn antiterreurbeleid dan zijn voorganger, ook al heeft hij er belangrijke elementen van overgenomen.