Column

Obama heeft Clintons geluk nodig

It’s the economy, stupid. Met die slogan won Bill Clinton in 1992 de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Wat destijds een goed gekozen slagzin leek, bleek na de verkiezingen een enorm geval van pure mazzel. De Verenigde Staten hadden een recessie achter de rug, en de zittende president George H. Bush leed onder de indruk bij het publiek dat hij de economie had verwaarloosd.

Het komt niet vaak voor dat een Amerikaanse president slechts één termijn zit. Als de drie voorbeelden worden meegeteld waarin de vice-president het overnam van de zittende en daarna zelf werd gekozen (Truman, Johnson, Ford), dan overkwam het alleen Jimmy Carter in 1980 en dus Bush Senior.

Wat zijn verlies wrang maakte, was dat cijfers later uitwezen dat de economie in het najaar van 1992 wel degelijk aantrok. Door de traagheid van de statistiek kwam de bevestiging voor Bush te laat. Clinton profiteerde zo van een zeer fortuinlijke timing: het bericht over het einde van de laagconjunctuur bleef nét lang genoeg uit om de overwinning binnen te halen.

Gisteravond sleepte de Republikein Mitt Romney in Texas genoeg stemmen binnen bij de voorverkiezingen om presidentskandidaat te worden voor de verkiezingen in november. Hij staat er in de peilingen niet heel goed voor. De meeste onderzoeken wijzen uit dat de zittende president Obama een goede kans maakt om een tweede termijn binne te slepen. Op Intrade, de grootste wed-site voor politieke gebeurtenissen, werd Obama vanmorgen een kans van 57,2 procent toegedicht om in november te winnen. Dat is een vrij grote marge. Maar houdt Obama de economie mee?

Ogenschijnlijk wel. Gisteren bleek dat de woningprijzen van maand op maand zijn gestegen. Weliswaar met 0,1 procent van maand op maand, en ten opzichte van vorig jaar zijn ze nog steeds lager. Maar er is sprake van stabilisatie en dat is al heel wat. De werkloosheid is gedaald van 10 procent in oktober 2009 tot 8,1 procent afgelopen april. De economische groei bedroeg 2,2 procent in het eerste kwartaal.

Dat is redelijk goed nieuws, maar er is een risico dat het zo mooi niet blijft. De problemen in Europa drukken wereldwijd de stemming, en zorgen voor dalende koersen op de beurzen. China lijkt bezig aan een flinke vertraging.

Ook in de Verenigde Staten zelf lijkt de stoom er een beetje af. Morgen wordt verwacht dat de bijstelling van de economische groei in het eerste kwartaal een iets lager cijfer zal opleveren dan de 2,2 procent die aanvankelijk werd gemeld. In het vierde kwartaal van vorig was de groei nog 3 procent. Gisteren rapporteerde de Amerikaanse Conference Board dat de index van het consumentenvertrouwen terugzakte van 68,7 procent in april naar 64,9 in mei. De markt had een stijging verwacht. Later deze week komt ook de invloedrijke index van inkoopmanagers, de PMI, waarbij een lichte terugval wordt voorzien.

Maar de allerbelangrijkste cijfers worden op vrijdag die over de groei van het aantal banen en het werkloosheidspercentage. De vraag wordt of en wanneer een eventuele terugval in de economische groei tot uiting komt in de werkloosheid. Die reageert altijd traag op de conjunctuur, dus met een beetje geluk houdt Obama het net lang genoeg uit tot november, in een omgekeerde versie van Clinton destijds. Maar een cliffhanger wordt het wel.

Elk tiende van een procentpunt die de werkloosheid in de tussentijd omhoog kruipt gaat hem stemmen kosten, elk tiende van een procentpunt er af bestendigt zijn voorsprong. De eurocrisis wordt bepalend voor de Amerikaanse verkiezingsuitslag in november. Wie zei dat Europa geen macht meer heeft?