Nieuw orgaan in walvislip

Enorme happen krill eten vergt precieze coördinatie van vinvissen. Ze hebben er een speciaal orgaan voor.

Vinvissen, een groep walvissen, hebben een uniek orgaan in hun lip dat helpt bij het opslokken van krill. Dat melden Amerikaanse biologen in Nature. Het orgaan is zo groot als een voetbal.

Vinvissen zijn baleinwalvissen. Als een vinvis door een ophoping van krill zwemt, opent hij zijn mond wijder dan een garagedeur. Neem een gewone vinvis (Balaenoptera physalus) van 12 tot 25 meter lang. Een kwart van zijn lengte is mond. Doet hij die open, dan stroomt 60 tot 80 kubieke meter water met krill binnen; twee tankwagens vol. De huid onder de mondholte rekt daarbij ver uit. Een mens zou op een luchtbed in de mondholte rond kunnen dobberen.

Relatief langzaam perst de walvis het water weer naar buiten, waarbij de krill (kleine garnaalachtigen) blijven hangen achter zijn baleinen. Dat alles gebeurt binnen zes seconden.

Dat de vinvissen een orgaan in hun lip hebben dat de timing van het openen en zwellen van de mondholte coördineert, was niet eerder opgevallen. De zoölogen van de University of British Columbia keken naar commercieel gevangen walvissen. Het orgaan zit bij alle onderzochte soorten tussen de linker- en rechteronderkaak. Bij andere zoogdieren zijn die twee kaakhelften vergroeid, maar bij vinvissen is er ruimte in het midden. Dat maakt het openen van de kaak gemakkelijker.

Het opslokken gaat in drie stappen, denken de biologen. Eerst voelt de walvis krill met voelharen op zijn kin. Dan gaan de kaken open, en dan opent de mondzak. Het orgaan, waar zenuwen en zintuigcellen inzitten om beweging waar te nemen, regelt dat actieve vullen van de mondzak.

Alle zeven of acht soorten ‘echte vinvissen’ hebben het orgaan. De tweede grote categorie baleinwalvissen, de ‘echte walvissen’, hebben het niet. Die slokken geen water op, maar filteren krill als ze zwemmen. Nrc