Nieuw, maar nostalgisch

Laatst speelde ik VVVVVV, spreek uit: The Letter V Six Times, van de Brit Terry Cavanagh. Deze game was er eerder al voor de pc en kwam begin deze maand uit voor de draagbare Nintendo 3DS. Het is een geweldige platformzoektocht in een verwarrende en dodelijke space-omgeving, met beelden en muziek die schijnbaar uit een ZX Spectrum komen, anno 1982.

Gaandeweg werd me duidelijk dat de game er misschien ouderwets uitziet, maar totaal niet speelt zoals vroeger. In die zin is VVVVVV anachronistisch: een spel dat doet alsof het oud is, maar destijds helemaal niet had kunnen worden gemaakt. Niet om technische redenen, maar vanuit de culturele context. Gameontwikkelaars staan nu gewoon anders in de wereld, en denken anders over ontwerp, waardoor ze andere games maken.

Voorbeeld: je gaat ontzettend vaak dood, maar als dit gebeurt kun je direct opnieuw beginnen, vaak in hetzelfde scherm. Zo heb je de moeilijkheidsgraad van oude games, en het bijbehorende dopamineshot als je een onmogelijk obstakel passeert, zonder de oude frustratie van een ellenlang level steeds opnieuw te moeten spelen.

Of neem de zwaartekracht, die je kunt omdraaien, in plaats van te springen. Dus het ene moment loop je op de vloer, daarna met een druk op de knop tegen het plafond. En zo zitten er meer verrassende vondsten in het spel, die alleen hadden kunnen worden bedacht in de huidige tijd, waarin onafhankelijke ontwikkelaars zoals Cavanagh hun games proberen te verkopen op basis van stijl en inventiviteit, in plaats van de mooist mogelijke beelden.

Wat dat betreft zou VVVVVV dertig jaar geleden uit de toon zijn gevallen: de makers zouden het hoofdpersonage zo gedetailleerd mogelijk heben gemaakt. In plaats daarvan heeft de game nu een tot de essentie teruggebracht pixelmannetje in de hoofdrol.

VVVVVV is deel van een stroming, besefte ik. Er zijn meer indiegames die oud ogen, maar modern spelen. Soms hebben de makers een specifiek platform als uitgangspunt: Retro City Rampage is Grand Theft Auto à la 8-bit Nintendo, Super T.I.M.E. Force is een 16-bit Sega Megadrive-shooter met een vernuftig tijdreismechanisme.

Zo’n stroming heeft een naam nodig. Het doet wat denken aan retrofuturisme: dingen die eruitzien zoals vroeger werd gedacht dat de toekomst zou zijn. Bij deze games is dit principe bijna, maar niet helemaal, gespiegeld: ze worden gemaakt zoals de makers zich herinneren dat games vroeger waren, terwijl dit niet per se zo was.

Een omkering dus – wat dacht je van ‘futuroretroïsme’?

In deze rubriek schrijven gamewetenschapper David Nieborg en gamejournalist Niels ’t Hooft over games