Laatste kansen om Assad echt onder druk te zetten

Al meer dan tienduizend Syriërs zijn de afgelopen anderhalf jaar omgekomen in de burgeroorlog tussen het regime van president Assad en de gewapende oppositie. De buitenwereld, die onderling verdeeld is door conflicterende belangen en moraal, hield zich wijselijk afzijdig. Het zespuntenplan van speciaal afgezant Kofi Annan van de Verenigde Naties en de Arabische Liga was het maximaal haalbare.

De 49 kinderen die zaterdag bij een bestorming en beschieting in Houla werden vermoord, hebben aan het licht gebracht dat zelfs dat plan niets vermag. Het verweer van het regime van Assad dat de slachtpartij in Houla een provocatie van de oppositie was, is ongeloofwaardig. Zelfs zijn beschermheer Rusland ging niet mee in deze redenering en steunde in de Veiligheidsraad een veroordeling van de beschietingen die gepaard gingen met de moordpartijen in Houla. Die kanonnade kon immers alleen door het Syrische leger zijn uitgevoerd.

Maar wie denkt dat Moskou opschuift richting scherpere sancties en eventueel zelfs interventies, vergist zich. De Russische minister Lavrov van Buitenlandse Zaken zei maandag: „De actuele situatie in Syrië doet niet denken aan een tango maar aan een discotheek waar enkele tientallen partijen dansen”, aldus Lavrov.

Hoe ongepast deze metafoor na zaterdag ook klinkt, het achterliggende idee is accuraat. Bij de burgeroorlog in Syrië zijn meer dan twee partijen betrokken. Niemand weet hoe het er voor de (religieuze) minderheden – alawieten, christenen, Koerden – gaat uitzien als het bewind van Assad wordt weggevaagd. In Syrië komen ook alle machtsverhoudingen in het Midden-Oosten samen. Het bericht dat Iraanse Revolutionaire Gardisten er aan de zijde van Assad vechten, is ijlings door het persbureau Isna teruggetrokken maar kan kloppen.

Die complexiteit zit de samenwerking van de supermachten eveneens in de weg. China en Rusland willen geen herhaling van Libië, waar na de dood van Gaddafi hun belangen in het ongerede zijn geraakt. Maar dat wil niet zeggen dat Amerika en Europa helemaal zijn uitgespeeld.

Met name Rusland is beïnvloedbaar. De regering van Poetin is zwakker dan ooit in eigen huis. Het helpt haar niet om weer clichématig een anti-westerse ‘kaart’ in Syrië te spelen. Als Rusland omgekeerd niet bang hoeft te zijn dat het zijn belangen verkwanselt bijvoorbeeld omdat ook het Westen wil ijveren voor enige continuïteit tussen het oude en een nieuw bewind, zijn er dus diplomatieke openingen denkbaar.

Als het al niet te laat is in Syrië, waar de oorlog in de fase van een alles-of-niets lijkt te zijn beland. Zolang Rusland, VS en Europa geen gezamenlijke lijn vinden, blijft pessimisme de meeste rationele houding.