Jonge boer in een vijandige ruimte

Uit talloze films kennen we de koppige oude boer die wil overleven. In zijn debuutfilm L’Hiver dernier voert regisseur John Shank juist een koppige jonge boer op. „Jonge mensen zijn veel halsstarriger.”

De jonge boer Johann (Vincent Rottiers) is vastbesloten om het kleine boerenbedrijf van zijn vader te redden.

Een Amerikaan die in België woont en zijn eerste lange speelfilm in een Frankrijk situeert dat eruitziet als het Wilde Westen. Regisseur John Shank (1977) is ontheemd van nature. Misschien dat hij daarom in L’Hiver dernier wel zo goed het gevoel weet te vangen wat het betekent tot op het bot aan een bepaalde plek verknocht te zijn. Dat is in ieder geval wat hij bevestigt tijdens een gesprek op het Filmfestival Rotterdam, waar L’Hiver dernier zijn Nederlandse première beleefde: „De film gaat over de jonge boer Johann, die alles op alles zet om de boerderij van zijn vader te redden. Maar het uitgangspunt was om landschappen te filmen, zoals landschapsschilders ze geschilderd hebben. Land en ruimte. Daar begon het allemaal mee. In het begin had ik niet eens een verhaal of een personage. Alleen een landschap.”

En hoe ‘schiep’ u vervolgens uw eigen eerste mens?

„Simpel. Door mezelf vragen te stellen. Wie loopt er door die landschappen? Een jongeman. Wat doet hij daar? Hij werkt. En zo heb ik het verhaal van de grond af opgebouwd. Maar het moest niet alleen over een jongeman in dat wijde landschap gaan, maar ook over iemand die eindeloze ruimte nodig heeft om te overleven. En wat als die ruimte vijandig wordt, of verandert? En zo ontstond het thema van traditie en vooruitgang binnen het boerenbedrijf.”

Ondanks de uitgebeende, impliciete (vertel)stijl van uw film ligt er een strakke cyclische structuur onder.

„Ook dat wist ik vanaf het begin. Landschappen en levens voltrekken zich volgens de seizoenen. L’Hiver dernier is een film over pijn en wanhoop en de cyclische structuur werkt als een contrapunt. Hoe desperaat de wereld waarin we leven ook is, de zon blijft opgaan en de seizoenen blijven komen.”

Of niet, want u neigt naar iets apocalyptisch in uw film.

„Ja, want hij gaat over het einde van de wereld. Misschien niet het einde van de wereld, maar van een wereld. Het einde van een wereld waarin marginale mensen nog rechten hebben, waarin kleine boerenbedrijven kunnen overleven. Let wel, ik heb geen film tegen de modernisering in de landbouw willen maken. Maar wel iets willen zeggen over hoe mensen als groep, als collectief kunnen overleven.

„Ik weet niet of ik genoeg levenservaring heb om net als een regisseur als Béla Tarr in The Turin Horse definitieve dingen te kunnen zeggen over de existentiële staat van de mens. Daarom gloort er ook nog wel een beetje hoop in de kringloop van de film.”

Zoals?

„Op een heel pragmatische manier. Aan het einde als hij bij zijn zus is en zegt dat dit alles is wat hij wil. Dan zegt zij: ‘Dat is niet waar.’ Ik wilde haar tegen hem laten zeggen dat dit misschien niet alles is wat hij wil. Dat er altijd een ontsnappingsmogelijkheid bestaat. Niet alleen uit miserabele situaties, maar ook uit je eigen opvattingen.”

Geldt dat ook voor u?

„Oh, ja, zeker. Er zijn dagen waarop ik de wereld als een gesloten systeem ervaar waaruit je niet kunt ontsnappen. En dagen waarop ik weet dat dat niet waar kan zijn. Maar dat heeft dan misschien weer met mijn jeugdigheid te maken.”

En hoe werkt dat door in uw filmmaken?

„Ik denk niet dat ik een filmmaker ben die geïnteresseerd is in het maken van statements, of het geven van antwoorden. Maar de vraag wat een mens is en wat zijn plek in de wereld is, is voorlopig genoeg. Als mensen dat uit de film meekrijgen, dan kunnen ze zelf aan het werk. De vragen zitten er allemaal in. Weet je, als Johann zegt dat dit alles is wat hij wil, dan geloof ik hem niet. Maar ik begrijp hem wel.”

Meestal zien we koppige oude boeren in films, waarom koos u eigenlijk voor een jongeman?

„Jonge mensen zijn veel halsstarriger. Jeugdige Sturm und Drang kan iets heel vastberadens hebben. Johann is geen conservatief karakter omdat hij toevallig iets wil behouden. Hij wil iets behouden omdat hij voelt dat hij uit het land voortkomt. Maar op de voice-over in het begin na waarin ik dat expliciet wilde benoemen, hoe artificieel dat ook is, gaat het in de rest van de film om gevoel en om sfeer. Om het geluid van de wind. Het verstrijken van het licht. Over beweging in de ruimte op haar meest basale, filmische manier.”