Impasse in V-raad over Syrië blijft, ondanks protest

Nieuwsanalyse

De Franse president Hollande zinspeelt op een militaire interventie in Syrië. Maar ondanks de woede over het geweld is daar geen zicht op.

De opstand in Syrië heeft na de slachtpartij van afgelopen weekeinde in het plaatsje Houla een omslagpunt bereikt, zei VN-gezant Kofi Annan gisteren in Damascus. Maar ondanks de vele internationale protesten en diplomatieke maatregelen tegen het Syrische regime, blijft de impasse over de kwestie in de VN-Veiligheidsraad bestaan. Zicht op een militaire interventie is er niet.

De Franse president Hollande noemde die mogelijkheid gisteravond wel, in zijn eerste grote televisie-interview als president. „Een gewapende interventie is niet uitgesloten”, zei hij. Maar hij voegde er aan toe: „Op voorwaarde dat het gebeurt met respect voor het internationale recht, dat wil zeggen na overleg in de Veiligheidsraad.” Ook zei hij dat „een niet-militaire oplossing” gezocht moet worden.

De Amerikaanse regering blijft uitdrukkelijk tegen militair ingrijpen. „We geloven niet dat een verdere militarisering nu de goede weg is. Dat zou tot grotere chaos en meer bloedvergieten leiden”, zei de woordvoerder van het Witte Huis gisteren. Rusland is zelfs gekant tegen élke nieuwe maatregel tegen Syrië, zei plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken Gatilov vanochtend. China herhaalde vandaag eveneens zijn verzet tegen een interventie en gedwongen verandering van het regime.

Hoewel de Veiligheidsraad de situatie vandaag bespreekt, zit een doorbraak er dus niet in. De verontwaardiging over het voortdurende geweld, zondag ook nog in een verklaring uitgesproken door de Veiligheidsraad, kan de machteloosheid van de internationale gemeenschap niet verhullen.

Annan deed gisteren opnieuw een beroep op de Syrische president Assad om het vredesplan na te leven en krachtige maatregelen te nemen die een eind maken aan het geweld. „De Syrische bevolking wil geen toekomst van bloedvergieten en verdeeldheid”, zei Annan na afloop van een ontmoeting met de president.

Het Syrische regime ontkent verantwoordelijk te zijn voor het bloedbad in Houla, waarbij vrijdag en zaterdag 108 mensen omkwamen, door beschieting met artillerie en vooral door gewapende mannen die hele gezinnen in hun huizen executeerden. Assad heeft volgens het Syrische staatspersbureau SANA tegen Annan gezegd dat door het buitenland gefinancierde terroristische groepen achter de slachtpartij zitten.

Terwijl Annan in Syrië probeerde de druk op Assad op te voeren, sommeerden de VS, Canada, Australië, Japan en een aantal Europese landen Syrische diplomaten om hun landen te verlaten. In de diplomatie geldt dat als een zwaar blijk van protest, maar de symbolische kracht ervan werd enigszins bedorven door praktische problemen: Nederland kon de Syrische ambassadeur niet uitzetten omdat deze in Brussel is gevestigd en verklaarde hem daarom tot persona non grata. En Frankrijk kon de Syrische gezant in Parijs ook niet tot vertrek dwingen, omdat deze tevens vertegenwoordiger is bij de in Parijs gevestigde UNESCO.

In Washington en Europese hoofdsteden wordt steeds vaker gezegd dat president Assad niet kan aanblijven. Hij zou moeten plaatsmaken voor zijn vicepresident. Opmerkelijk aan dat plan is dat Assad een paar jaar geleden nog werd gezien als een potentiële hervormer, die door het regime waarvan hij deel uitmaakt gedwongen werd tot de harde lijn. Nu zou hij de kwade genius zijn, zonder wie datzelfde regime wel acceptabel zou zijn.