'Ik ben nu mentaal en lichamelijk sterker'

Ibrahim Afellay (26) sloot zich deze week als laatste speler aan bij de selectie van Oranje. Van Marwijk ziet in hem een sleutelspeler op links.

Bert van Marwijk heeft altijd een zwak gehad voor de voetballer Ibrahim Afellay. Toen de aanvallende middenvelder van FC Barcelona in september vorig jaar een zware knieblessure opliep, sprak de bondscoach hem direct moed in. Van Marwijk liet doorschemeren dat hij graag een plekje in zijn selectie voor hem vrijhield. Nu zeven maanden later is Afellay terug in Oranje. „Ik ben er mentaal en lichamelijk sterker uit gekomen”, stelt Afellay in aanloop van het oefenduel vanavond in Rotterdam tegen Slowakije.

Afellay kan tijdens het EK in Polen en Oekraïne weleens uitgroeien tot een sleutelspeler aan de linkerkant. Op de positie vóór de jeugdige linksback Jetro Willems zou de geboren Utrechter op de juiste momenten voor diepgang kunnen zorgen. Maar Afellay kan ook ‘controlerend’ spelen, als de wedstrijd daartoe aanleiding geeft. Een voetballer naar het hart van de bondscoach, die om dezelfde redenen een zwak heeft voor de multifunctionele Dirk Kuijt.

Van Marwijk had jaren geleden al in de gaten dat Afellay een potentiële topspeler was. De bondscoach nam hem in bescherming, toen critici hem bij PSV te licht vonden voor het grote werk. Van Marwijk keek verder en zag in hem een allroundspeler: winnaarsmentaliteit, balbehandeling, steekpasses en schijnbaar moeiteloze passeeracties. Oranje speelde in oktober 2010 tegen Zweden (4-1) zijn beste interland onder Van Marwijk, met een excellerende en twee keer scorende Afellay op links.

Afellay zette een paar maanden na dat goede optreden een volgende stap in zijn carrière door bij FC Barcelona te tekenen. Opnieuw fronsten critici de wenkbrauwen. Wat moest hij toevoegen aan het beste elftal ter wereld? Trainer Pep Guardiola was gecharmeerd van de Marokkaanse Nederlander en gaf hem tijd om te acclimatiseren in Catalonië.

Afellay groeide snel uit tot de lieveling van de Marokkaanse gemeenschap in volkswijk El Raval. Hij speelde zich bij Barcelona in de kijker, toen hij in de halve finale van de Champions League tegen Real Madrid als invaller in het veld kwam en bij zijn eerste balcontact een voorzet op de scorende Messi gaf. Een paar weken later won Barcelona – met een korte invalbeurt voor Afellay – de finale van de Champions League tegen Manchester United. Kort daarna speelde Afellay zijn 36ste en tot dusver laatste interland voor Oranje uit tegen Uruguay.

Barcelona trok afgelopen zomer met Alexis Sánchez en Cesc Fábregas twee concurrenten aan, maar Afellay wilde ondanks alles in Barcelona blijven. Hij heeft bij de topclub nooit de kans gekregen voor zijn plaats te vechten. In de voorbereiding op het afgelopen clubseizoen kreeg hij een hamstringblessure. Toen Afellay bijna fit was, stapte hij tijdens een training op een pilon en scheurde daarbij de voorste kruisband in zijn linkerknie af. Het seizoen was voorbij en het EK leek in gevaar.

„Ik geloofde eerst niet dat dit me echt was overkomen”, zegt Afellay in Hoenderloo. „Ik dacht aan een nachtmerrie. Maar langzaam kwam het besef dat het echt was gebeurd.”

Volgens de doktoren stond er een periode van zes tot negen maanden voor het herstel van de knieblessure. Afellay: „Het was alleen maar revalideren, revalideren en nog eens revalideren. Ik heb heel veel moeilijke momenten gekend. Ik heb me bewust geen doelen gesteld. Ik wilde alleen gezond worden. Ik kon bij de pakken gaan neerzitten of mijn schouders eronder zetten. Ik heb met de steun van mijn familie, vrienden, spelers en de bondscoach voor het laatste gekozen. Ik heb keihard geknokt en ben terug.”

De vraag is hoe snel Afellay weer op zijn oude niveau speelt. Hij kwam het afgelopen seizoen slechts 124 minuten in actie voor Barcelona. Bij de bekerfinale afgelopen vrijdag tegen Bilbao kreeg hij geen speeltijd. Hij miste een dag later ook de interland tegen Bulgarije. „Ik heb begrepen dat ik daar niet veel aan heb gemist”, zegt Afellay lachend. „Dat ik bij Barcelona niet speelde is wel begrijpelijk. Het team was goed ingespeeld, dan is het niet makkelijk erin te komen. Neemt niet weg dat het gevoel terug is. Als je je leven lang op straat heb gevoetbald, raak je dat niet zomaar kwijt.”