Ierland vreest zowel ‘ja’ als ‘nee’

De Ieren vellen morgen in een referendum een oordeel over het Europese begrotingsakkoord. Volgens voorstanders is het een garantie voor stabiliteit. Tegenstanders schetsen een doemscenario van bezuinigingen en werkloosheid.

Een tegenstander van het Europese begrotingsakkoord in Dublin. Foto AFP

Hoe leg je uit waar het begrotingsverdrag van de Europese Unie over gaat?

Niet dat de Ierse kiezers dat verdrag, waarover ze morgen als enige in Europa mogen stemmen, onder die naam krijgen voorgeschoteld. De lantaarnpalen in Dublin zijn vol geplakt met borden met de opschriften ‘stabiliteitspact’ en ‘bezuinigingsakkoord’. De voorstanders beloven: „Investeringen. Stabiliteit. Herstel.” De tegenstanders melden: „Bezuinigingen werken niet.”

Hoe verkoop je een begrotingsverdrag dat bol staat van sancties, convergentiedoelen en uitgavenplafonds? Daarmee waren de Ierse problemen niet voorkomen, want die begonnen met een vastgoedbel, en niet met te hoge staatsuitgaven. Daarmee worden de problemen – werkloosheid en bezuinigingen – ook niet zomaar opgelost.

Aodhán Ó Ríordáin, parlementslid voor regeringspartij Labour, doet het zo. Hij vergelijkt het verdrag met een huishoudboekje. Hij zegt: „Ons land is er beter aan toe dan een jaar geleden. Met dit verdrag verzekeren we ons ervan dat dit zo blijft. Met dit verdrag verzekeren we ons ervan dat als we meer noodhulp nodig hebben, die er ook is.” Hij loopt door Clontarf, een groene wijk aan zee met twee-onder-een-kapwoningen, en belt overal aan. Aan de andere kant van de straat houdt Emer Costello, Europarlementariër en voormalig burgemeester van Dublin, eenzelfde pleidooi.

En de kiezers knikken, niet alleen in Clontarf, maar ook elders in Dublin. Ze stellen vragen, zijn vaak opmerkelijk goed ingevoerd. Ze luisteren: zelfs een meneer wiens echtgenote al ongeduldig op de claxon toetert. Ook hij neemt de flyers aan die Ó Ríordáin, type ideale schoonzoon, en Costello, gehuld in een gifgroene blouse en op rode hakken, aanreiken.

Het gaat er allemaal gemoedelijk aan toe. In Ierland wordt niet met yoghurt of eieren gegooid naar politici, zoals elders in Europa. In Ierland wordt er zelfs nauwelijks gedemonstreerd en niet gestaakt – en dat terwijl er al vier jaar lang fiks wordt bezuinigd.

Toch zijn ook de Ieren boos. Op de projectontwikkelaars die hen voor veel geld huizen verkochten die ze nu niet meer kwijt kunnen. Op de bankiers die hen hypotheken verstrekten waarvan de rente hoger was dan hun salaris. Op de politici die de banken vervolgens redden toen die failliet dreigden te gaan.

En ook de Ieren zijn ontevreden over de bezuinigingsmaatregelen die hen zijn opgelegd door de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds. De trojka verplichtte de Ieren om miljarden te bezuinigen, de komende vier jaar nog eens 12,4 miljard euro. Een van de grootste bronnen van ongenoegen in Ierland is de hoge rente (5,8 procent) die het moet betalen voor de noodleningen van 67,5 miljard euro.

Maar die onvrede vertaalt zich niet in de peilingen over het referendum. Verwacht wordt dat een meerderheid morgen ‘ja’ zal zeggen tegen het begrotingsverdrag: 49 procent zegt voor te zullen stemmen, 35 procent is tegen en 16 procent heeft nog niet beslist. Over de euro zijn de Ieren nog altijd enthousiast, en zelfs in het nee-kamp klinken positieve geluiden over de Europese Unie.

„De Ieren hebben hun ongenoegen al eens geuit”, zegt politicoloog Theresa Reidy van University College Cork. Vorig jaar februari werd regeringspartij Fianna Fáil, die sinds 1997 onafgebroken aan de macht was geweest, weggevaagd en vormden Fine Gael en Labour een nieuwe regering. „Oké, die hebben meer beloofd dan ze de afgelopen vijftien maanden hebben kunnen waarmaken, maar de werkelijkheid is dat Ierland noodhulp krijgt en daar weinig aan kan veranderen. Dat beseffen de meeste kiezers.”

Ierse Realpolitik, noemt Reidy het. „Je zag het vorig jaar: de kiezers waren boos en straften Fianna Fáil. Maar ze kozen niet voor de partijen die de EU en het IMF wilden wegsturen, zoals Sinn Féin. Ze kozen voor twee middenpartijen die beloofden opnieuw te zullen onderhandelen.”

Als er nu verkiezingen zouden zijn, zou het anders liggen. Oppositiepartij Sinn Féin, dat zich in dit deel van Ierland als een anti-establishmentpartij profileert, doet het goed in de peilingen en zou na regeringspartij Fine Gael de tweede partij van het land kunnen worden. Gerry Adams, elders synoniem voor de bloedige burgeroorlog in Noord-Ierland, is de meest populaire partijleider.

Sinn Féin speelt handig in op de gemoedstoestand in Griekenland en Frankrijk. Op een rally in het centrum van Dublin zegt Adams: „Kijk naar de rest van Europa, pro-bezuinigingspartijen worden door de kiezer naar huis gestuurd.” Het begrotingspact staat op losse schroeven nu François Hollande opnieuw wil onderhandelen, meent hij. „Het meest patriottistische dat je kunt doen, is tegenstemmen.”

De boodschap van Sinn Féin is op een bierviltje samen te vatten. Letterlijk, campagneleider Eoin Ó Broin deelt ze uit aan de vrijwilligers die nog op pad gaan: „Bezuinigingen. Waarschijnlijk het ergste verdrag in de wereld.” Een nee-stem zal Ierland niet in de problemen brengen, meent Ó Broin. „Het zal onze onderhandelingspositie versterken. We laten zien dat er met ons niet valt te sollen. Het fonds is nog helemaal niet wettig, veel lidstaten moeten er net als wij nog mee instemmen. Het is absolute onzin dat we dan geen toegang zullen krijgen tot het noodfonds. De regering probeert ons daarmee bang te maken.”

Het ja-kamp beweert het tegenovergestelde. Morgen ja-stemmen betekent „een stabiele euro, vertrouwen in Ierland en aanspraak op het noodfonds”, is de riedel die vicepremier Eamon Gilmore duidelijk uit zijn hoofd heeft geleerd. Het is zijn antwoord op álle vragen tijdens een persconferentie op een kaal veldje in Noord-Dublin.

Maar het is ook het antwoord dat de Ierse kiezer het meest gerust lijkt te stellen. Die lijkt geen risico te willen nemen – slechter dan nu kan het niet worden, is een veelgehoord antwoord op straat. „Ik ben zeker bang dat er nóg meer bezuinigingen aan zullen komen. Maar een ‘nee’-stem zal dat niet voorkomen”, vertolkt huisvrouw Louise Ó Connor die overheersende gemoedstoestand.

„De Ieren accepteren het huidige scenario. Of liever gezegd: ze menen dat er geen andere keuze is”, zegt politicoloog Reidy. Als het een ja wordt morgen, dan wordt het een onwillig ja.