Het Westen implodeert

De Griekse media hebben eergisteren voor één dag gestaakt – geen dagbladen, vrijwel geen televisie. Het was een protest tegen massaontslagen en achterstallig loon, in sommige gevallen van maanden. Denk aan het Griekse publiek. Het verkeert al in een staat van toenemende verwarring en dan volgt er nog een dag van chaos zonder nieuws, een doolhof na een aardbeving bij nacht. Ik schrijf dit op een Grieks eilandje waar de crisis duidelijk haar sporen heeft getrokken: dichtgetimmerde winkels, vrijwel lege terrassen, schaars verkeer, niets wat hoop geeft. Juist onder zulke omstandigheden zijn de mensen op zoek naar nieuws. Zonder het dagelijks nieuws ben je gereduceerd tot een willoos object.

Op 17 juni zijn hier nieuwe verkiezingen. Zal hierdoor aan deze toestand een eind worden gemaakt? Dit gelooft niemand.

Wat dit aangaat, zijn de Grieken niet de enigen. In Griekenland is de Europese crisis begonnen, maar intussen zijn ze geworden tot een deel van het grote probleem. Het voorstellingsvermogen van de geniaalste economen is niet toereikend geweest om dit te voorzien.

Er is een Amerikaanse website, intrade.com, die zich specialiseert in voorspellingen en het vaak bij het rechte eind heeft, zoals bij de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen en de winnaars van Oscars. Nu heeft intrade.com bekendgemaakt dat er een kans is van 42 procent dat Griekenland voor het einde van het jaar de euro verlaat. Dat meldt de International Herald Tribune. Het tekent de situatie dat we te rade gaan bij geavanceerde waarzeggers. Over Spanje, Italië en Portugal heeft de website zich nog niet uitgelaten.

Eén aspect van deze crisis blijft tot dusver vrijwel onbesproken. De economische chaos heeft tot gevolg dat de Europese politieke invloed en macht imploderen. Een kwart eeuw geleden is het boek The Rise and Fall of the Great Powers verschenen, van de Britse historicus Paul Kennedy. De strekking is dat wereldmachten zich laten verleiden tot wat hij imperial overstretch noemt. Ze geven toe aan de zucht om hun invloed steeds verder uit te breiden en dan bereiken ze een punt waarop de economie van het moederland de kosten van het imperialisme niet meer kan dragen. Hierdoor gaan ze als wereldmacht ten onder. Zo is het Spanje vergaan, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Frankrijk, Engeland, Duitsland en de Sovjet-Unie. Toen dit boek verscheen, was Amerika nog de enige hypermacht. Hieraan is onder het regime van George W. Bush het begin van het einde gekomen. Irak is niet achtergelaten als een moderne democratie, maar in chaos. In 2014 verlaten de Amerikanen hoe dan ook Afghanistan. Bush en zijn neoconservatieven zijn de laatste Amerikaanse overstretchers.

In deze crisis beleeft in de eerste plaats de Europese Unie, maar indirect het hele Westen de eerste fase van een implosie. De EU laat zich in politiek en militair opzicht min of meer – en met belangrijke uitzonderingen – leiden door Washington, maar in economisch opzicht is het nog altijd een wereldmacht. Dit blijkt ook uit de repercussies die het instorten van de euro zou hebben op de wereldeconomie. De euro vermindert gestaag in waarde. De verwarring in de EU maakt het aannemelijk dat hieraan voorlopig nog geen eind zal komen. Wat kunnen hiervan op langere termijn de gevolgen zijn?

Sinds 2008 is ook de Amerikaanse economie in een staat van crisis, al doen optimistische berichten van tijd tot tijd het tegendeel vermoeden. De malaise aan beide kanten van de Atlantische Oceaan heeft een cumulatief effect. Dit wordt vooral zichtbaar in de buitenlandse politiek.

Het meest recente bewijs hiervan is het resultaat van de NAVO-conferentie die onlangs is gehouden, in Chicago. Nog geen kwart eeuw geleden was met de val van de Berlijnse Muur de Koude Oorlog afgelopen. Wat toen het machtigste bondgenootschap ter wereld werd genoemd, had gewonnen, zonder dat het in Europa tussen legers en luchtstrijdkrachten tot ouderwetse krachtmetingen was gekomen. Het Oostblok was in economisch, organisatorisch en politiek opzicht niet opgewassen tegen het Vrije Westen. Dit was bewezen in veertig jaar Koude Oorlog.

Nu is in Chicago besloten dat alle gevechtstroepen van het Westen in 2014 Afghanistan zullen hebben verlaten, na dertien jaar oorlog, ten koste van miljarden, ongeacht de toestand van het land. De kiezers willen geen oorlog meer. Het geld is op. Dit zijn twee duidelijke bewijzen van overstretch.

Een jaar of twee geleden begon in Noord-Afrika de Arabische Lente. Onze geheime diensten werden verrast door deze revoluties – ook een teken van verminderende invloed. In elk geval had, en heeft, het Westen er nog alle belang bij dat het proces ordelijk verloopt en redelijk werkende democratieën baart. In Libië werd steun uit de lucht gegeven. President Obama bedacht een nieuwe vakterm, leading from behind. Hierbij is het gebleven. In Syrië gaan de massamoorden door. We weten niet of Iran echt bezig is een kernwapen te ontwikkelen.

Alzijdig worden we in toenemende mate omringd door bewijzen dat het Westen in versneld tempo bezig is te imploderen. De kennelijke onoplosbaarheid van de Europese schuldencrises is hiervan het meest recente bewijs.