Grondstoffenhandel op zoek naar schaalgrootte

De overname door Marubeni van een grote Amerikaanse handelsfirma in landbouwproducten is niet verrassend. Het Japanse handelsconglomeraat zal ongeveer 5,2 miljard dollar neertellen voor het in particuliere handen verkerende Gavilon. De transactie laat zich verklaren door de sterke yen, de zucht van grondstoffenhandelaren naar schaalgrootte en de verwachtingen over de toenemende vraag uit China.

Groter is beter voor handelshuizen. Ze hebben steeds meer kapitaal nodig om hun voorraden op peil te houden, nu de grondstoffenprijzen stijgen. De prijzen voor Amerikaans maïs zijn sinds 2010 verdubbeld en de volumes van verhandelde voedingsproducten zijn de afgelopen tien jaar gestaag gestegen.

Daardoor zijn zelfs de meest eigengereide grondstoffenhandelaren opnieuw gaan nadenken over hun kapitaalstructuur. Het Zwitserse Glencore heeft vorig jaar 8 miljard dollar opgehaald door een beursgang en bracht in maart een bod van 6,1 miljard dollar uit op de aan de beurs van Toronto geregistreerde handelsfirma Viterra. Louis Dreyfus, een van de grootste handelsondernemingen van agrarisch produkten, overweegt zijn eerste obligatie-uitgifte in 160 jaar tijd.

Intussen vinden de transactieprijzen hun juiste niveau. Marubeni betaalt volgens schattingen ongeveer acht maal de voor dit jaar verwachte winst vóór belastingen van 650 miljoen dollar voor Gavilon, ongeveer hetzelfde wat Glencore op tafel heeft gelegd voor Viterra. Het financieren van de transactie zal niet zo makkelijk zijn als op het eerste gezicht lijkt. Hoewel Marubeni eind maart 9 miljard dollar aan kasgeld en bankdeposito’s op zijn balans had staan, heeft de firma al een nettoschuld van zes maal de verwachte winst vóór belastingen over 2012. Gavilon lijkt minder schulden te hebben, op een niveau van drie maal de winst.

Gelukkig kan Marubeni gebruik maken van de snel in waarde stijgende yen. De stijging van de wisselkoers van de munt, die al bijna 8 procent boven het dieptepunt van 2011 staat, heeft Japanse bedrijven een krachtige prikkel gegeven om deals te doen.

Maar het voornaamste motief voor zulke overnames ligt in de achtertuin van Japan. Naarmate het Chinese menu rijker wordt, neemt de Chinese vraag naar graan toe. Hoewel China slechts zo’n vijf procent van de wereldwijd verhandelde volumes aan tarwe en secundaire granen voor zijn rekening neemt, is de Chinese import in tien jaar tijd vervijfvoudigd naar 11,8 miljoen ton, aldus het Amerikaanse ministerie van Landbouw.

De combinatie van de Chinese economische ontwikkeling, een stijgende Japanse munt en de kapitaaldruk op de grondstoffenhandelaren duidt erop dat dit niet de laatste transactie in zijn soort zal zijn.

John Foley

vertaling Menno Grootveld