De buitenwereld dringt niet door in de hoeve

Het is een boerenbestaan zoals je je dat in het moderne West-Europa nauwelijks meer kunt voorstellen. Johann heeft van zijn ouders een klein veeteeltbedrijf in een bergachtige streek in Frankrijk geërfd. Met toewijding weidt hij twintig koeien, totdat zij rijp zijn voor de verkoop aan de slachter. Het is een economisch marginaal bestaan, maar Johann hecht eraan te doen wat zijn voorouders op de boerderij ook deden. Een voorstel van de plaatselijke veekoper om de kalveren eerder bij de moeder weg te halen en te verkopen, wijst hij verontwaardigd van de hand.

Dan slaat het noodlot toe. De stal brandt af en de verzekering keert niet uit omdat er geen controle op brandveiligheid heeft plaatsgevonden. Dat nekt het bedrijf, maar Johann blijft weigeren de realiteit onder ogen te zien. Tragedie geboren.

De weidse pracht waarin Johann met zijn koeien leeft, is indrukwekkend en prachtig in beeld gebracht. Toch is L’Hiver dernier niet een ‘Heimat’-film naar Duits model, waarin de personages met de aarde vergroeid lijken. Shank vertelt het verhaal door de prachtig gespeelde sociale betrekkingen van Johann met zijn omgeving – zonder uitzondering zwijgzame types.

Met zijn nadruk op de indrukwekkende tragedie kent de film één ernstige beperking: er is geen wijdere context. Wanneer je in de film de klederdracht iets zou veranderen en de auto’s door karren vervangen, zou je zonder moeite kunnen zeggen dat dit alles in 1820 speelt – zonder dat er verder ook maar een komma in het scenario veranderd hoeft te worden. De buitenwereld lijkt in het geheel niet door te dringen in de hoeve: er staat nooit een radio aan, er is geen tv, de rest van de wereld bestaat niet.

Dat geeft natuurlijk geen goed beeld van de problematiek van kleine, traditionele boerenbedrijven die in Europa – en daarbuiten – in hun bestaan bedreigd worden. De prachtige documentaires die Raymond Depardon gemaakt heeft over dit soort boeren in de Cevennes laten dat goed zien. Boeren leven niet alleen maar met traditie, maar ook met Europese subsidies en de gevolgen van mondialisering. Boeren staan niet buiten de geschiedenis – trouwens ook niet in 1820.

Shank heeft ervoor gekozen de problematiek te verengen tot het persoonlijk drama alleen: jongeman wil de ondergang niet aanvaarden. Dat is het goed recht van een kunstenaar. Maar de film zou nog veel beter zijn wanneer hij, behalve erg mooi, ook nog een beetje relevant zou zijn.

Raymond van den Boogaard