Buitenbeentjes die hun tristesse verbergen

Onder de ironische stijl van regisseur Wes Anderson schuilt een zwaarmoedige inborst.

Wes Anderson Foto AP

Martin Scorsese schreef 12 jaar geleden een stukje over Wes Anderson, de New Yorkse regisseur die toen net zijn tweede film Rushmore (1998) had afgeleverd. Scorsese had een paar jaar ervoor Andersons debuut Bottle Rocket (1996) gezien en was onder de indruk. Scorsese: „Wes Anderson heeft een bijzonder talent: hij weet de simpele vreugden van mensen en hun onderlinge contact heel goed over te brengen. Zo'n vorm van sensibiliteit is zeldzaam in films.”

Twaalf jaar later wordt Wes Anderson (1969) echter niet meer geprezen om de rijke interactie tussen zijn personages, zijn tederheid of vermogen te ontroeren, maar om zijn stijl. Zijn oeuvre is vrijwel helemaal gereduceerd tot één aspect. Omdat daar nu eenmaal het makkelijkst grip op te krijgen is. Anderson is een van de weinige regisseurs wiens stijl je meteen herkent. Zijn films worden getypeerd in termen van een tot in de puntjes verzorgde vormgeving en hij vertelt verhalen vol droogkomische dialogen en sterk uitvergrote gebeurtenissen. Anderson, die filosofie studeerde, houdt van ironie en absurdisme. Hij heeft een voorkeur voor droge, verbale en wat intellectuele humor en stopt zijn films vol verwijzingen naar andere kunstvormen. Deze combinatie van kunstmatigheid, eigenzinnige humor en ironische distantie zorgt ervoor dat zijn werk ook veel wrevel oproept. Je houdt van hem of je haat hem, een tussenweg lijkt er niet te zijn.

Anderson filmt graag tableaus met acteurs die met hun gezicht naar de toeschouwer toe spelen. Hij gebruikt symmetrische composities met heldere kleuren, schuwt slowmotion niet en monteert zo min mogelijk. Zijn muziekgebruik is opvallend en is sterk beïnvloed door de manier waarop Scorsese popliedjes gebruikt in zijn films: niet alleen als sfeerbepalend element dat alle aandacht naar zich toe trekt, maar soms ook als (ironisch) commentaar op de vertelling.

Een van Andersons opvallendste stijlkenmerken is de camerabeweging die scènes zonder te monteren met elkaar verbindt. The Darjeeling Limited (2007) bevat hiervan een mooi voorbeeld, een lang shot dat langs de diverse treincompartimenten trekt waarmee drie van elkaar vervreemde broers door India reizen. Het begint bij twee broers, gaat naar rechts en laat twee andere compartimenten met belangrijke bijfiguren zien, waarna de camera in de gang van de trein de derde broer in het vizier krijgt en met hem terugkomt naar de slaapcoupé, waar de broers op hem wachten. Een type shot dat wel ‘poppenhuis-shot’ is gedoopt, alsof de camera een schaalmodel aftast. Een ander mooi voorbeeld zit in The Life Aquatic with Steve Zissou (2004) als Anderson zijn camera langzaam langs het schip de Belafonte van diepzeeduiker Zissou (vaste Anderson-acteur Bill Murray) laat gaan. Dat hiermee duidelijk wordt dat het een opengewerkt decorstuk betreft, is Anderson ten voeten uit. Kunstmatigheid wordt door hem omarmd.

Tegenstanders van Anderson vinden zijn films dan ook maniëristisch. Maar wie zich blind staart op de oppervlakte, doet Anderson tekort. In zijn films kruipt altijd melancholie binnen. Onder de bon mots van de personages zit een tristesse die ze proberen te verhullen met snedigheden. Die zwaarmoedigheid is verbonden met verlies – de dood hangt als een schaduw over alle films van Anderson – en teleurstelling over het leven.

Zijn ouders scheidden toen hij tien was, een autobiografisch gegeven dat zijn oeuvre kleurt. In al zijn films stelt Anderson een uit elkaar gegroeide, uiterst disfunctionele familie centraal – het duidelijkst in zijn meesterwerk The Royal Tenenbaums (2001). Zijn personages zijn feilbare buitenbeentjes die hun kwetsbaarheid verbergen achter humor of intellectualisme, een filmisch equivalent van de getroebleerde Glass-familie uit de verhalen van J.D. Salinger. Anderson heeft ironisch genoeg een enorme surrogaatfamilie om zich heen verzameld aan wie hij heel trouw is. Hij werkt al jaren samen met Owen Wilson, Bill Murray, Jason Schwartzmann, Roman Coppola en cameraman Robert Yeoman. Met z’n allen vormen ze een alternatieve familie bij wie het bijzonder goed toeven is.